| 1 |
 |
“...grooter
dan een bleekveld, en die ruimte draagt steeds den in onze ooren
wijds-klinkende titel van Savanna. En hoe klein en nietig zij
ook zijn moge, is men ginds altijd trotschopde Savanna. Een
open plek, waar gras en niets anders groeit is, al moet ook
een Hóllandsch gemoed zich geweld aan doen om het te vatten,
steeds eene overwinning op een natuur, die aan zich zelven over-
gelaten in weinige weken de best onderhouden tuin in een ontoe-
gankelijke wildernis herschept.
Maar Port of Spain mag met recht zich verheffen op zijn
Savanna, die geheel het voorkomen heeft van een Engelsch park
met prachtige groote tropische boomen bezet, reusachtige acca-
cias met zware donker roode trossen behangen en grootsche ceicas,
die het midden houden tusschen onzen eik en beuk en het trotsche
van den eik paren aan het sierlijke van den beuk, maar wel twee-
maal zoo groot en zwaar zijn als onze boomen.
Achter de Savanna, waarin het vee rondloopt en waar de
race-course is en die een omtrek heeft van wel anderhalf...”
|
|
| 2 |
 |
“...ons in de kentering tusschen regen- en drogen
tijd en werden, zoo lang er geen tent was, eigentlijk behandeld
als bleekgoed: Eerst besproeid en dan weer in de zon gedroogd!
Maar het waren tropische besproeiingen, waarbij men moet zorgen
de jas goed toe te knoopen, wil men niet dat u die van ’t lijf
wordt gewasschen en daarop volgde dan een droogerij, waarbij
men elkaar in de eerste minuten door de opstijgende waterdampen
niet te zien kon krijgen.
De kajuit van «1’Audacieuse» — zoo heette met recht het
bootje, dat de onbeschaamdheid had ons gevangen te houden —
was wat klein om er met ons allen in te zitten en het ruim was
zóo vol met kakkerlakken, dat er niets en niemand meer bij kon.
De grootste ellende echter duurde slechts eenige dagen en
evenals de gevangene van Chillon mochten ook wij zingen:...”
|
|
| 3 |
 |
“...belasting, nog wel
niet overeenkomstig de vigeerende bepalingen geheven, werd nooit
gerestitueerd! Men zal moeten erkennen, dat dit wel wat hard
was en dat, zoo men een goede steek-houdende grief tegen de
autoriteiten wenscht, men er geen betere verlangen kan. Edoch,
hoe onvergeefelijk deze handelwijze ook moge geweest zijn, scheen
men wel eens te vergeten, dat die gelden toch voor andere mo-
gelijk niet minder noodzakelijke uitgaven besteed waren en nu
juist niet in den zak van die hooge machten te recht zijn gekomen,
zooals men waarlijk zou gaan gelooven, als men dit stokpaardje
hoort berijden.
De stadsreiniging, voor zoover die bestaat, is in Paramaribo,
zooals trouwens in alle Wèst-Indische steden , opgedragen aan een
corps onbézoldige stinkvogels, een soort van pikzwarte gieren,
zoo groot als flinke hoenders, die voor de diensten in die hoe-
danigheid bewezen door de wet worden beschermd. Ophetdooden
dezer nuttige vogels staat toch een hooge boete. Onreinheden,
krengen enz. worden binnen zeèr...”
|
|
| 4 |
 |
“...candidaat-misdadigers algemeen
bekend worde en er toe bijdrage om bij hen de overtuiging te
doen geboren worden dat inderdaad de belooning die hun wacht
niet is een luilekkerlands-leventje.
Openbare vermakelijkheden zijn niet talrijk en wat in hoeveel-
heid ontbreekt wordt juist niet door de hoedanigheid vergoed.
Er is een liefhebberij-tooneelgezelschap, waarvan de opvoerin-
gen waarschijnlijk niet zoo laag staan als sommigen, die mogelijk
nooit iets beters zagen, verklaren, maar misschien evenmin recht
hebben op de verheven loftuitingen, die in de couranten hun
worden toegezwaaid. Op zeer verwijderde tijdstippen laat een rei-
zend gezelschap van met weinig zorg saamgeraapte sujetten zich
hooren of vertoont een verdwaalde prestidigitateur zijn kunsten.
In den allerlaatsten tijd heeft zich in de stad een inheemsch
acrobaten-corps gevormd, waarvan de voorstellingen waarlijk nog
zoo kwaad niet waren.
Maar aan al deze genoegens is het in dit klimaat niet te ont-
kennen nadeel verbonden dat men ze...”
|
|
| 5 |
 |
“...Dit wapen, een soort sabel, ongeveer 23 voet lang, waarvan het
uiteinde eenigszins breed uitloopt, wordt steeds door eiken werkman in de
West gedragen. Met dezen cutlass, zoo als het door de Engelschen ge-
noemd wordt, weet hij ongemeen handig om te gaan. De houwer wordt
zonder schede los in de hand gedragen. De zwaarste boomen woiden er
mee geveld en takken of boompjes van een kleine polsdikte worden met
één slag doorgekapt. Ik zag er eens een breede drie-duims-dikke plank
mee verdeelen even recht en vlugger dan men dit met een zaag had kunnen
doen.
Ongelukkig maakt de Britsch-Indische Koelie vaak tegenover zijn vrouw
misbruik van dit wapen en maar al te dikwijls komt het voor dat hij -haar
uit minnen-nijd verwond of gruwelijk verminkt.
Onlangs werd in de nieuwsbladen gemeld dat de Koelies op twee plantages
zich met den houwer in de hand tegen de autoriteiten verzet hadden. Ik...”
|
|
| 6 |
 |
“...vele deelen van N. Amerika ge-
schied, als loonarbeider zou overkomen om op de plantages te
werken, die is in de West onuitvoerljaar. Maar een vestiging
van Europeanen die, wat men in Suriname noemt, den kleinen
landbouw zouden beoefenen, zou zeer wel mogelijk zijn en bij
geschikte keus van personen, ik ben er van overtuigd, zeer
bevredigende resultaten opleveren. Aan zoo iemand zouden kos-
teloos een paar goed ingepolderde akkers moeten worden afge-
staan tegen een klein jaarlijksch recognitie-recht, dat bijv. eerst in
’t derde of vierde jaar van de vestiging zou te heffen zijn. Zoo
noodig zou een voorschot moeten worden gegeven om eenige
levende have: geiten, kippen, later des noods een koe, aan
te schaffen. Die vestigingen zouden in de onmiddellijke nabij-
(l) Niemand hat die Schwierigkeiten einer Kolonisation mit Europaem
besser kennen lemen, als ich, aber ich bin überzeügt, dass die gelingen
muss, wenn man die bis jetzt gemachten Erfahrungen benützt, und die Miss-
griffe vermeidet. Zur...”
|
|
| 7 |
 |
“...en het logisch verband in de redenering ver te zoeken is.
Met veel meer schijn van recht verdedigde in 1850 Dr.
Hostmann de stelling dat de emancipatie der slaven een onrecht
was hun aangedaan en dat men veel beter zou doen de bestaande
slavernij in een soort van lijfeigenschap — zoo als in Rusland be-
stond— te herscheppen, dan ze door algeheele vrijverklaring aan
zich zelf over te laten en tot lediggang en terugkeer tot hun oor-
spronkelijken barbaarschen toestand te doemen, om welke reden
men ze niet eerder geheel vrij moest maken voordat zij genoeg-
zaam beschaafd waren en in staat die vrijheid niet te misbruiken.
De bandelooze tooneelen die in sommige Engelsche en
Fransche koloniën plaats grepen na de emancipatie, de ellende
waaraan de vrijverklaarden, die niet meer verzorgd werden en
nog niet in staat waren voor zich zelf te zorgen, daar ten prooi
waren, gaven aan die stelling allen schijn van recht....”
|
|
| 8 |
 |
“...blijven leven en luieren.
Zoo is het ook met den neger. Zijne kleeding kost hem
weinig hoofdbrekens. Een hut, zooals hij er een behoeft, vindt
hij overal en met een paar flinke bossen bananen is hij voor
een week gevoed. Met 25 cents per dag kan hij rijkelijk rond-
komen. Werkt hij één dag dan is hij weer voor de volgende 5,6
dagen geborgen. Waarom zou hij meer of langer werken dan
noodig is voor zijn onderhoud?
Wanneer ik kan rondkomen met een of twee dagen in
de week te werken, wie heeft dan het recht om mij tot dage-
lijksche inspanning te willen dwingen?
Onder de omstandigheden acht ik het veeleer verwonderlijk
dat er nog zoo veel door de negers gewerkt wordt.
Na de emancipatie vestigden zich eenigen op de zoogenaamde
grondjes, hun door het bestuur afgestaan. Daar op niet of
onbehoorlijk gedraineerden grond leven zij in ellendige hutten en
oefenen den kleinen landbouw uit. Dat wil zeggen: zij planten...”
|
|
| 9 |
 |
“...voor
den aanvoer van arbeiders premiën werdeu toegekend.
Het zou geen nut hebben hier de lijdensgeschiedenis van de
immigratie-maatschappij te schetsen, noch om andere geisoleerde
pogingen gedaan om te voorzien in de behoeften aan werkkrach-
ten, te verhalen.
Genoeg zij het aan te teekenen dat men weldra tot de over-
tuiging kwam dat, wilde de zaak gelukken, het bestuur de leiding
daarvan op zich moest nemen.
Hiertoe moest dan ook worden overgegaan toen onze Re-
geering in 1870 van Engeland het recht tot het invoeren van
Britsch-Indische koelies verkreeg. De planter kon nu tegen be-
taling van een betrekkelijk geringe som, plus minus f 150 of
ongeveer s/6 van de onkosten —twee vijfden betaalt het emi-
gratiefonds— voor den tijd van vijf jaren koelies in dienst krijgen.
Nu voldoet de koelie wel niet in alle opzichten aan de eischen,
die men aan een goed werkman zou stellen, en is hij in den
regel vrij lui, onbetrouwbaar, onverschillig, leugenachtig, onge-
voelig voor straf of belooning, en...”
|
|
| 10 |
 |
“...in de Engelsche kolonie gehouden,
om, vóór dat hij recht op vrije retourpassage heeft, aldaar tien
jaren te vertoeven, waarvan de vijf eerste gecontracteerd. Het
groote voordeel hierin voor de kolonie gelegen, laat zich licht
begrijpen. Men verkrijgt op deze wijze eene vlottende populatie
van werkkrachten. Om en bij de plantages vormen zich dorpen
van immigranten, die daar te midden van hunne stamgenooten
een onbezorgd leven voeren. — Daar kunnen zij daags 4 è. 5
maal meer verdienen, dan zij voor hun bestaan noodig hebben,
zich vaak voor goed vestigen en in den oogsttijd vooral als
ploegarbeiders optreden en concurreeren met de negerbevolking,
waardoor deze aldaar niet in staat is, even als in Suriname, zulke
overdreven eischen te stellen. Zoodoende heeft elke plantage,
behalve de gewone koelies die onder contract verbonden zijn,
over een aantal buitengewone werkkrachten te beschikken.
In Suriname daarentegen, waar de immigrant het recht op
vrijen terug-voer reeds na verloop der eerste'vijf...”
|
|
| 11 |
 |
“...Engelschekoloniën
vindt, in den regel flinker, sterker en beter voor hun werk be-
rekend , dan die welke men in Hollandsch Guyana aantreft. Zeer
natuurlijk, want de Engelschen zijn in Britsch-Indië, het eerst aan
’t bod, zoodat Suriname dikwijls krijgt wat men voor Demerare
of Trinidad niet hebben wil.
Maai- al deze nadeelen, hoe groot ook ieder afzonderlijk en
te zamen, zijn van betrekkelijk geringe beteekenis, vergeleken bij
dat, ’t welk voortvloeit uit de onzekerheid, die een gevolg is-
van het recht, dat Engeland zich voorbehield, om de overeen-
komst van 1870 ten allen tijde op te zeggen.
Dat nadeel kan niet breed genoeg worden uitgemeten.
Een ieder in de kolonie, die zich het jaar 1876 herinnert en
hoe toen het eenvoudige telegram van den Engelschen consul:
< Stop emigration» — zonder nadere verklaring van zijne zijde,
zonder nader onderzoek aan de. zijde van de Engelsche regee-
ring— voldoende was om de immigratie te doen ophouden, (1)
weet dat dientengevolge Suriname als het ware ineenzakte...”
|
|
| 12 |
 |
“...zouden
zeggen onder een glazen stolp zette — men geen krachtiger waar-
borgen dan thans zoude kunnen stellen dat hem geen leed ge-
schiedde.
Ziehier hoe hij behandeld wordt: In de eerste zes maanden
moet de planter hem kosteloos voeden of hij werke of niet.
Voor elke dagtaak — en hij kan er gemakkelijk D/a °P één dag
af — ontvangt hij van fo.8o— f 1.20 en van f 0.20 kan hij leven.
Is hij ziek dan moet hij worden opgenomen in een zeer goed inge-
richt hospitaal. Alleen de geneesheer heeft het recht hem daaruit
te ontslaan. Bij elke klacht, die hij meent te hebben tegen den
directeur of een mede-arbeider, moet hem worden vergund die...”
|
|
| 13 |
 |
“...76
te gaan inbrengen bij den districts-commissaris en de weegschaal
van vrouw Justitia hangt in de kolonie niet over ten voordeele
van den planter.
Verdriet het hem te gaan werken, dan blijft hij in huis of
gaat in het hospitaal. Want de planter heeft wel het recht om
hem aan te klagen wegens werk-verzuim, maar doet dit alleen
wanneer dit è.1 te vaak voorkomt, want bij de straf die opgelegd
wordt, lijdt de planter meer dan de koelie. De koelie gaat een
dag of wat logeer en —kan men wel zeggen— bij den dis-
tricts-commissaris , waar hij gevoed wordt en in huis of in den tuin
met wat lichten arbeid wordt bezig gehouden. De planter echter
is zijn arbeider, die gedurende dien tijd mogelijk wèl had willen
werken, voorloopig kwijt. Daarenboven om het werk-verzuim
te bewijzen, moeten er andere koelies als getuigen verschij-
nen, die op den dag der terechtzitting natuurlijk ook weer niet
werken.
Zoodanige terechtzitting woonde ik eenmaal bij. Er wer-
den verscheidene werk-verzuimen geconstateerd...”
|
|
| 14 |
 |
“...85
Die legendaire minister vergat dat de verplichting en het recht
om voor de belangen van Suriname te waken hem even goed waren
opgedragen als die om voor Java te zorgen, maar in dat antwoord
gaf hij, 't valt helaas niet te ontkennen, getrouw terug het
gevoelen van het Nederlansche volk.
Steeds heeft Nederland zich tegenover de Kolonie onverschillig
betoond. Zoo zeer, dat het zelfs de schuld die het aan Suriname
heeft nooit betaalde. Want Nederland heeft een schuld aan
Snriname te voldoen. Een groote schuld, die in 1871 na aftrek
der betaalde subsidies geschat werd op zestien millioen. (1)
Die som is verschuldigd voor de defensie, die volgens Oc-
trooi van 1682 op kosten der West-Indische Compagnie moest
plaats vinden en welke verplichting later op den staat der Neder-
landen is overgegaan, zooals door de Regeering Volmondig er-
kend werd. (2)
En toch werd die schuld niet alleen nooit betaald, maar
er is zelfs, zoo ver bekend, nooit kwestie geweest van eenige
compensatie daarvoor! Het...”
|
|