| 1 |
 |
“...er waren geen politiedienaren en, wanneer de fiskaal niet op de
burgerij kon rekenen, richtte elke boosdoener uit wat hem belief-
de. Welnu dan, toen er in Mei 1700 een enterlooper met slaven
voor anker was gekomen, de Johanna Cornelia schipper Frans
Jansz., het de fiskaal bekend maken, dat niemand aan boord
mocht varen veel min slaven koopen op verbeurte van dezelven,
terwijl de aanbrenger eerlijk zou beloond worden. Opgeroepen om
den lorredraaier te helpen „delogeeren” 8), weigerden de habi-
tanten des eilands dat, betoogende dat zij dagelijks in persoon
tocht en wacht moesten houden en in hun plantage werken bij ge-
brek aan slaven. Zorgde de Comp. voor geregelden aanvoer, dan
i) Brieven van 10 Aug. en 5 Sept. als boven, fol 47r 58v. Lorrendraaier, ook enter
looper, Woordenb. Ned. Taal VIII, 2,2932 en III, 3,4147. W. Bosman, Nauwk. Beschr.
v. d. Guinese Goudkust blz. 5—8. Bijdr. T. L. V. Ned. I. dl. 68, blz. 368. Reizen v. Nic.
de Graeff, uitg. Warnsinck, 1930, blz. 44. Ch. Kingsley, a...”
|
|
| 2 |
 |
“...moeite had ze uit te geven. Bovendien betwistte hij de juistheid
der afrekening. Nimmer had hij / 250 aan de classis moeten be-
talen Ds. van Alphen (boven blz. 13), die hem aan den classica-
len maaltijd genoodigd had, zou hem wel gezegd hebben, dat hij
dat bedrag moest storten. Maar het hielp met, Lamont deed hem
teekenen s). En nu kreeg ook hij zijne grieven. Waarom vraagt
hij, verlaten er zoo velen het eiland? Omdat de commandeur alle
levensbehoeften uit de barken opkoopt en weder aan de habi-
tanten verkoopt, maar zoo duur dat zij niet kunnen blijven
leven Doch met die landverhuizing was het niet zoo erg. Op eene
lijst van 20 Februari 1702 vindt men 102 blanken, 188 negro-
mans en 83 slavinnen, te zamen 373 «). In 1699 vonden wij 784 5).
>) Zij kwam drie maanden na hem, in October 1701 portef no. ‘
*) Brief als boven van 14 Nov. 1701 portef. no. 1 fol. llv 12v, 13, 14', 15v.Van30
J“' LamonTÏÏnx' 30MeU702, portef. no. 2 fol. 202vKowan aan cla^OOctoK
1713 Oud class archief Amst. Kowan aan...”
|
|
| 3 |
 |
“...Laurens Wester-
band en Anna Leverock zijn zóó vermogend, dat zij legateeren:
aan hunne dochter Elisabeth, vrouw van Thomas Abbot eene
negerin Betty; aan hun dochter Catharina, vrouw van Richard
Clarke eene negerin Celea; aan hun zoon Samuel eene negerin
May; aan hun zoon Laurens een negenman Bob; aan hunne doch-
ter Susanna, vrouw van John Hassell eene negerin Cul de Sac
Haga; aan hun zoon Thomas eene negerin Charlotte; aan hunne
dochter Anna eene negerin Janeton, eene koe en 200 pes. in con-
tanten; aan hunne dochter Sara eene negerin Haga, eene koe en
200 pes. in contanten; aan hunne dochter Rachel eene negerin
Jenny, weder eene koe en 200 pes. in contanten benevens de
mahoniehouten bedstede met bed en toebehooren, thans door de
erflaters gebruikt wordende; aan de kinderen van wijlen hun zoon
William eene negerin Tansey *). In dezen tijd zal eene negerin
ongeveer 150 pesos hebben opgebrachts). Om nog een paar getal-
len te noemen ter bepaling der welvaart, in den boedel van Mr.
John Hassell...”
|
|