1 |
 |
“...In den boomgaard of het „hofje” van de kleine landbouwers zijn de volgende soorten
aan te treffen:
Zuurzak, sorsaka (Anona muricata); schubappel (Anona squamosa); bakove (Musa
sapientum); guave, goejaba (Psidium Guajava); kaasjoe di Surinaam (Eugenia
javanica); kaasjoepit (Anacardium occidentale); lemmetje, lamoentji (Citrus limetta);
granaatappel (Punica granatum); mango (Mangifera indica); mispel (Achras sapota);
cocos (Cocos nucifera); papaja (Carica Papaya).
Met deze opsomming is het aantal fruitsoorten, dat op de Benedenwindsche eilanden
aangeplant wordt, niet uitgeput, maar degene daarvan, die in dit lijstje ontbreken,
behooren tot de zeldzamer gekweekte gewassen, bijv. de vijg (Ficus carica) en de wijn-
druif (Vitis vinifera), of tot boomsoorten, die meer op de plantages en grootere
eigendommen te vinden zijn, zooals de dadelpalm, de tamarinde, de mango, de knip,
de oranjeappel.
Daar de huurgrondjes meestal niet in beschutte dalen, maar op meer aan den wind
blootgesteld terrein plegen...”
|
|