Your search within this document for 'recht' resulted in seven matching pages.
1

“...hun niets dieper ingeprent hebben dan dat, zoo zy bemind en en geacht wilden zijn, zy zulks verkrijgen moesten door deugd en bekwaamheid, en hunne leer- en leesboeken werden door hem-zelf onder- zocht, of daarin ook denkbeelden omtrent de voorrechten van geboorte en Vorstengezach voorkwamen, die voor de jeug- dige gemoederen verleidelyk konden zijn. Zijn stelregel, waar- naar hy de hoofden en harten zijner kinderen wilde geleid hebben was: De Vorsten moeten zich zo gedragen als of de volken het recht hebben om hen af te zetten, en de volken moeten zich laten regeeren, als of de Vorsten hun door God tot Soevereinen zijn gegeven. Over schier elk gedeelte der verstandelyke opvoeding zij-...”
2

“...daarentegen gaf de beruchte Doodsvalei, de Goewa Oepas, op de nok van een der ruggen van het Djenggebergte. Het is een langwerpig-ronde laagte, van on- gelijke diepte, wier tamelyk steile wanden weelderig groenen van struikgewas. In het midden der kom bevindt zich echter een kale, met een paar rotsblokken bedekte zandplek, van naauwlyks vijftien voet in doorsnede, uit wier spleten een voor de inademing doodelyk gas opstijgt en gemeenlyk ter hoogte van een paar voet boven den grond blijft hangen. De recht-opgaande mensch ontkomt het gevaar, dat het dier oogenblikkelyk doet stikken. In den regentijd werkt de gif- tige uitdamping het sterkst; in den goeden moesson daar- entegen soms uiterst zwak; en dit was thands juist het ge- 1 Meir....”
3

“...60 TJANDI BORO-BOEDOER. val: men kon op de daarin geworpen dieren geene de minste werking der stiklucht bespeuren. De Prins, voor mewarigheid zoo vatbaar, zal er zich wel niet over hebben beklaagd. Ten deele door het Bageleensche te rug, trok het reisge- zelschap naar de rezidencie Ivadoe, wier hoofdplaats Magelang den drie-en-twintigsten July werd bereikt. Een paar dagen later maakte men van hier een uitstap naar Boro-Boedoer, waar zich de te recht beroemde tjandi of tempel van dien naam bevindt. 1 Het was een schoone reis. Van Magelang reed men zuid- waart tot naby Pasangan, en trok toen de sterk stroomende Progo over, aan wier westelyken oever zich een vruchtbare, weelderige vlakte uitstrekt. Daar, op de kruin van een kogel- vormigen heuvel, door zijne gedaante daartoe als aangewe- zen, verheft zich het reusachtig bouwgewrocht, welks vier- kante grondslag aan ieder zijner zijden byna honderd twee- en-vijftig Nederlandsche ellen meet, en dat in den ganschen eindeloozen rijkdom zijner...”
4

“...vervolgends ook het telegraaf- bureel is geplaatst. Uit de kamers op de beide verdiepingen van het hoofd- gebouw heeft men een zeer schoon vergezicht op-de boom- rijke heuvelrij aan de westzijde van het dal. Vooral in het najaar, wanneer de levendige herfsttinten de wouden kleu- ren, is het gezicht verrukkelyk. Achter het paleis strekt zich een klein park uit, geheel als bloemtuin ingericht, maar tevens prijkende met hoog geboomte, vele uitheemsche gewassen, en een schoone ver- zameling van de zoo te recht beroemde Luxemburgsche rozen. Voor wandelingen is het echter te klein. Om dezen te vin- den moet men aan. weerszijden van .de valei de heuvelen beklimmen. Men wordt dan ook voor de moeite ruim be- loond, wanneer men zich bevindt in het Kopstallerbosch aan de westzijde, of in het Walleidingerbosch en het Grnwald,. waarmede de oostelyke heuvels zijn begroeid. Vooral op deze laatste hoogten heeft men allerprachtigste vergezichten op de valei, tot Luxemburg toe. Dit Grnwald is een der grootste bosschen...”
5

“...174 BENOEMING TOT ADMIRAAL. lang met zijne omgeving over Koning Willem den Tweede, waartoe een gereedelyke aanleiding bestond: zijn Koninkly- ke broeder toch had hem zes dagen te voren, als bewijs van liefde en van erkenning der veelvuldig bewezen uitste- kende diensten, benoemd tot Admiraal der vloot, sdoor hem den titel van Maarschalk te verleenen, met het recht om den inaarschalkstaf te dragen, die zoo eervol is gevoerd door Zijne Majesteit Willem den Tweede, zijn vereerden vader, roemrijker gedachtenis. Thands wenschte hy te slapen, en verzocht ieder om hem daartoe alleen te laten; vooral by zijn geliefde gade drong hy er op aan om rust te gaan nemen en nu niet meer be- zorgd te zijn. Men gehoorzaamde, en slechts zijn kamer- dienaar bleef maar herhaaldelyk was in stilte de Princes nog daar, om naar den toestand heurs Gemaals te vernemen. Sedert negenen nam hy ieder uur zijn medicijn in, en men kon in alles te vreden zijn. Tegen half-twaalf kwam de Hofmaarschalk die intus- schen m...”
6

“...HENDRIK ALS VOORBEELD. 195 hoofd voor de naar hem uitgestrekte zegenende handen. Hy gevoelde Jehovah onder alle vormen, omdat niet het leerstelsel, maar de dienst in zijn hart een tempel ge- vonden had. De gevoelvolle Amerikaansche zanger, de droeve mare van den ontijdigen dood vernemende, schreef in zijn klacht daar- over het beste grafschrift: Wel mag Nederland hem betreuren: Edellieden als hy zijn zeldsaam. Het Luxe mburger Wort, mede s Princen dood betreu- rende, getuigde met niet minder recht: Prins Hendrik had het cieraad kunnen zijn van een throon. Hy had een grooterLand gelukkig kunnen maken, maar hy was te vreden met zijn streven om dit kleine Luxemburg gelukkig te doen zijn, en dat doel heeft hy volkomen be- reikt. Sedert acht-en-twintig jaren wijdde hy al zijne zorgen en bemoejingen aan ons Land; en ofschoon een konstitucio- neel Vorst meer regeert dan bestuurt, blijft het gelukkig Luxemburg nochtans een bewijs dat ook een konstitucioneel Vorst nog oneindig veel goeds kan werken...”
7

“...namelijk______ haar zoon. Naar zich denken laat, zaten de Staten- Generaal qua executeurs der nalatenschap met het geval tamelijk verlegen, nu de Koning van Pruisen blijkbaar vast bleef houden aan zijn I : ffif standpunt gefondeert op het perpetueel Fidei- commis in het Huis van Nassau-Oranje op het recht van eerstgeboorte en in faveur van de Vrouwen bij gebrek aan Mans-oir vastgesteld. Gelukkig nam het geschil geen gevaar- lijke vormen aan. Een successie-oorlog kwam er niet van en Pruisens vorst was zelfs zoo welwillend aan te nemen, dat het geenszins in de bedoeling van Willem III had gelegen, zijn neef met wien hij altijd hartelijk bevricndRvas gcwcesL-- te benadeelen I Doch recht is recht, en dus zou de zaak het best in orde komen, zoo men maar aannam dat Willem III die rechten had willen erkennen en alleen beschikken over dat gedeelte, dat onbetwist aan zijn eigen stamhuis toekwam. Vinnig of in der minne men heeft toch volle twintig jaar noodig gehad om de kwestie tot een oplossing...”