| 1 |
 |
“...personen die in zijne naby-
heid waren.
Na het zingen van eenige liederen werden de zangers aan
het hooge auditorium voorgesteld door den Amerikaanschen
Gezant. De belangwekkende man aan het einde der sofa
bleek thands Prins Hendrik te zijn. Hy was zeer vriende-
lyk gaat de verhaler voort en vroeg zveel, dat
men hem 'voor een Amerikaan zou gehouden hebben. Hy
verklaarde dat hy zulk een samensmelten van stemmen en
zulk een liefelyke zachtheid zelden of nooit had gehoord.
Ook vroeg hy of ik den neger Ira Aldridge, die Shakespeare
zoo goed teruggaf, had gekend; hy had dien vaak bewon-
derd. Hy onderzocht naar den toestand der negers in Ame-
rika, wier snelle vooruitgang sinds hun bevrijding, in spijt
van allen tegenstand, hem verwonderde. Vooral wenschte
hy de godsdienstige richting onzes volks te kennen, en ver-
klaarde : Ik kan my maar niet voorstellen dat eenigen uwer
ooit slaven geweest, gekocht, en verkocht zijn; maar
God zij dank t is voorby.
Die vraag naar de godsdienstige richting der...”
|
|