Your search within this document for 'surplus' resulted in one matching pages.
1

“...78 CUBA9AO in 1803—1804. niet, dan werd de gevangene na 3 weken op publieke veiling verkocht, uit de opbrengst de onkosten van zijn onderhoud bestreden en het surplus den eigenaar ter hand gesteld 1). Andere plantagehouders vervielen weer in de kwade praktijk, die een der grieven was geweest der slaven bij den opstand in 1795 2). De regeering gebood den eige- naars van plantages, die nog van mais voorzien waren, hun slaven in rantsoen uit te betalen en hun niet daarvoor in de plaats dagen te geven, d. w. z. eenige dagen vrijaf, om bij anderen te gaan werken, ten einde den kost te verdienen 3). Voortdurend peinsden de Commissarissen op middelen, zoowel om den invoer van voedingsmiddelen te bevorderen, als ook om de plannen der hardvochtige kooplieden, tuk op woekerwinst, tegen te gaan, kortom het drukkende van hongersnood zooveel mogelijk te verlichten. Niettegenstaande de koloniale kas totaal was uitgeput, zelfs de geringste inkomsten dus ten hoogste welkom moesten zijn, schonk het Bestuur...”