| 1 |
 |
“...56
CUBA$AO in 1803— 1804.
teerde, gaf geen hoog denkbeeld van de edelmoedigheid
van den Engelschman, veeleer van zijn nijd en wraakzucht
over de geleden nederlaag. Bligh had aan de Quart el
verscheidene brieven getoond, die hij van vaartuigen, naar
Curasao bestemd, had afgenomen. Daaronder was er een
gericht aan de heeren Zeegier en Barkmeyer, waaruit
Bligh was bekend geworden, dat nog 3 vaartuigen op reis
.naar Curasao waren, n.1. een brik die over Amerika zou
gaan, om daar tot grootere veiligheid te beproeven Ameri-
kaansche papieren voor zijn schip te krijgen, verder een
golet en een bark, die direct uit Noord Amerika hierheen
zouden stevenen. Bovendien had Bligh hem nog het adres
en het cachet van een brief meegegeven, die afkomstig
bleken te zijn van den Raad der Amer. Coloniën van de
Bataafsche Republiek en gericht was aan het Provisioneel
Gouvernement van Curasao. Den brief zei ven had Bligh
hem geweigerd, evenmin eenig verdere bijzonderheden over
den inhoud ervan geopenbaard1)....”
|
|