| 1 |
 |
“...ten dien opfigte; lie daar de probatie van de
dagclykfche onbepaalde Commercie tuflcben de Noord-Ameri-
caanen en St. Euftatius.
Dan het zy den ordergeteekende gepermitteert tJ Wel-
Edele Gr. Achtbaare daar omtrent te doen remarqueeren,
dat Cgelyk by deefe verklaaring felve gefegt word, dat
dit Brigantyn Schip, wel verre van te St. Euftatius te zyn
geëquipeert, integendeel door het Land-Congres was mtge-
ruft en in Noord-America wierd bemand3 en gelyk deefe
verklaaring, foo fe al iets bewyfen konde, wel verre van
eene daagelykfche en onbepaalde Commercie tulTchen de
Noord-Americanen en St. Euftatius te kunnen aantoo-
nen, flegts gewag maakt van één van weegens de Noord-
Americanen voorgenoomen inkoop van Kleeding en andert nood-
wendigheeden ten gebruike van de Americaanfche Land-
Armée) foo ook die de pofitie geenfints probeeren kan
het eerjle ToinPt der klagten van den Heer York ten lalte
van den ondergeteekenden, als of hy namelyk oogluikende
het uitruften van Scheepen door Noord-Americanen...”
|
|
| 2 |
 |
“...Majelteit, met uïtfondering
alleen van den uitvoer van Ammunitiè van Oorlog, nergens
is geinterdiceert, maar in tegendeel is open- en vrygelaa-
ten; dan moet het, foo men vermeent, niet minder ieeker
zyn, dat de Ondergeteekende niet alleen vermogt, maar
lelfs verpligt was, om van fijne zyde te contribueeren al-
les, wat ltrekken konde om die geoorloofde Commercie
ie bevorderen, en alfoo meede te permitteeren alle fooda-
nige middelen, waar door die Handel ten meeften voor-
deele en nutte der Opgezeetenen van St. Euilatius konde
worden gedreeven. En dus moeit hy de Scheepen der
Noord-Americaanen niet alleen admitteeren op de Rheede
Van St. Eullatius, maar hy konde felfs niet nalaaten , om,
daar hem geen contrarie verbod gegeeven was van wee-
gens hunne Hoog Mog., aan de Scheepen der Noord-Ame-
ricaanen, welke op die Rheede quaamen, te bewyfen foo-
danige ordinaire teekenen van welleevenheid j als men aldaar
gewoon is te obferveeren omtrent allerleye Koopvaardyfchee-
fen fonder onderJchetd\...”
|
|
| 3 |
 |
“...waarheid, dat
deefe Engelfche Heer en Schippers de Brigantvn voor een
Americaanfche Kaaper gehouden hadden) de Ondergetee-
kende daarom meede eenige de minlte weeienfchap gehad
foude hebben, dat dit Schip was een Americaanfche Kapef
of Vaartuig van Oorloge door het Congres mtgerult of van
het felve in Commtjfte gefield$ te meer daar het felve aan
hem flegts Was opgegeeven en bekent gemaakt als een
Schip of Bngantyn voerende een Vlag met dertien Streepen,
en hy het felve met genoegfaamen grond konde en mogte
houden voor een Koopvaardyfchip (ioo als de Ondergetee-
ken te het felve ook daar voor waarlyk en in der daad ge-
houden heeft) foo ook de Ondergeteekende te vooren in
JaElo betoogt heeft, dat het Contra-Salut, foodanig als het
felve gegeeven is door het Fort Orange, niet anders is ge-
fchied dan in eene particuliere betrekking * volgens gewoonti
foo als men te St, Eufiatius aan alle Koopvaar dyfeheepen
fonder onderJcheid doet) wanneer de fulke aldaar ter Rhee-
de koomen, met alle foodanige...”
|
|
| 4 |
 |
“...in de meelte van de klagten van de kant der
Engelfche Bevelhebbers begreepen waaren (even als of dus-
danige onregelmaatige handelingen mer oogluikinge van het
Gouvernement, of opentlyk en ongetfraft gefchieden ) van
aHe waarheid ontbloot waaren.
Hier op vervaardigde de Ondergeteekeude een Brief aan
den gemelden Heer President, om te verneemen, door
Welk Canaal lijn Edele de Origineele van gemelde Replic-
atie aan den Ondergeteekende foude gefonden hebben; op
dat de Ondergeteekenden in (laat konde geiteld worden,
om uit te vinden, hoe defelve quam verruilt te worden,
en fig felven ten opligte van fijne profonde Itilfwygen van
gemelden Brief te jultifïceeren; folemneeiyk teffens betui-
gende, dat hy defelve nooit ontfangen had, foo als nader
blykt uit Copie van gemelde Brief in dato den ai Juny
1777» Bylaage Num. 19.
Deefe Brief nam de Ondergeteekende de voorfigtigheid,
om met een vertrouwde Perloon, den Heer Henricus Go-
det, aan gemelden Praefident op te ('enden, met ordres,
om een Antwoord...”
|
|
| 5 |
 |
“...van ken-
ïiiile te geeven, €n het gernelcie ILigendorn van fijn fc/n.
reclameeren: en dat, offchoon fijn Excellentie pretendeer-
de dat de gemelde Vice-Commandant van 1 ortoia op lijn
eigen authoriteit geen redres kende verleenen, fonder dat
fnen lig addreffeerde aan lijn Ed. Commandant en Chef,
het egter niet alleen de pbgt was van gemelde V ice-Com-
mandant van Tortola om ad vis in dat geval te vragen van
fijn Eds. eigen Superieur, maar ook, dat, als fijn Ed. op
eigen authoriteit geen regt konde verleenen, het fijn Ed.
ook niet vry Hond eenig ongelyk te doen; want dat net
geen disput kon lyden, of het permitteeren of dulden, dat
een Vaartuig en Laading, toebehoorende aan Ondeidaa-
nen van een anderen Vriend-Mogendheid, en gebragt dooi
Piraafen of Zeeroovers -onder, lijn Ed; Jurisdiélie, ac-aar
ter plaatfe geroofd en geplunderd wierd (too als- uit het
verhaal van het gantfche geval gebleeken is,:datr weelent-
lyk in deefen gelchied is) een ongelyk was of met. kort-
om dat de Ondergetekende...”
|
|
| 6 |
 |
“...i ortola niet onbekend konde syn, verrnits dé gemelde
Piiaaten, geapprehendeert ïynde, voor de fuftitif oirbar
,iet fait op examinatie hadden bekend; geevende voorree-
£gter geen reeden is, waarom1t’ J^geperSLen
een Vaartuig, toebehoorende aan Onfefd fn n In
Staat en in een Hollandfche Haven ten Anker U i
op een fceeroovende wyfe van daar ?e in Ogende,
niettegenftaande dit alles, als mede dat het Gonv'eTnement
üa was, si£~r “ ”»s
zké“7^
r“i,:"„sr'"XS •s. r ,»•; r«;,s
EK?1” s'"“- tt'Ssfiï
sg «sasa z»*
::j£’ ra,$r,F 5“; s*» - >»"
Waar in de Heer Generaal den Ondergetekenden e
teert van het geene hy aan meergemelde fleer Ifaar Jle^e"
Verneür over deefe faak foude gefchreevenhStT Gou‘
gemelde Gouverneur lijn ExcefemfeeenV u*?* n* dat
geene re Tortola gebeurt uas seLden h^^^31,van heC
dende dat hy die Lk
otn advis, hoe fig ’er in re oeriro-arrE-. oc;ureur'Generaal
feKCulpeerende van delay of weigering van^eft Cl£
en betwiftende eene infinuatie if het§flot va?
t coupabe/e*Ve 7^
•er byvoegende...”
|
|
| 7 |
 |
“..., <4 9 ) , . . ,
maar dat de hefchuldigde Perfoón, (die de èetiigfle
uit de gemelde drie» welken eenigfints fufped konde zyn)
lig felven prefenteei de te fuiveren; foo als hy ook wee*
fentlyk onder eede gedaan heeft; kortom dat de Verklaar
ringe van den Deponent volgens eigen eonfeffie apocryf
wordende, de befchuldiging fonder verder bewys daar vati
(welke egter fijn Excellentie tot huiden deefen dag niet
goedgevonden heeft te fourneeren) vervallen was. Van wel-
ke onbeitaanbaare behandelinge van gemelde Heer Gene*
raai ten opfigte van den Ondergeteekenden ’er in het ver-
volg van dpefe narré andere blyken fulien voor den dag
komen
De Ondergeteekende hier op ter 'onderfoek ha de waar-
heid van difefe vtï.che klagten treedende, ordonneerde dé
gemelde Lelter { als zynde de eenigite Burger van die naam
op het Eiland, en gevolglyk de bequaamfte om eerfl over
die klagten tegens fijn Perfoon onderhouden te worden)
vóór lig te verfchynen, en lag hem de befchuldiging voor*,
met hyvoeginge dat,...”
|
|
| 8 |
 |
“...Öndergeteekenden in deefen ge-
daan, van dusdanig effeét zynde, foo oordeelde de Onder-
geteekende noodig, om fulks gemelde Heer Generaal té
communiceei'en; edog een geval op de Rheéde van Sr.
Eultatius gebeurd zynde, het weik weederom voor den
uit flag van het gemelde onderfoek, Aanfchryvens van den
Ondergeteekende aan dien Heer veroorfaakt hadde,en de
Ondergeteekende over gemelde geval verfcheide Brieven
van fijn Excellentie ontfangen hebbende, waar op de On-
dergeteekende niet eerder gevoeglyk konde antwoorden
(foo als nader by de narré daar van, dier hier na fal vol-
gen, blyken fal) foo oordeelde de Ondergeteekende het
gevoeglyk by het beantwoorden van defelve tefïens aan fijn
Excellentie kennifle te geeven, van wat gevolg de enques-
ten naar de waarheid van befchuldiging van meergemelde
Ros geweelt was, dat namelyk ’er geen Perfoon le Tellier
of Tertellier genaamt: of diergehke benaamtnge hebbende,
op Sr. Eultatius fig bevond; dat Godet niet op het Eiland
zynde, Letter de eenigfte Perfoon...”
|
|
| 9 |
 |
“...met den Heer Generaal Burt over die faakwel ge*
fprooken hadde*, en dat hy, foo als alle de Commiffievaar-
ders verpligt waaren, by fijn arrivement rapport had ge-
dan, van het geene hem weedervaaren was, en fulks had
beëedigt? maar dat hy nooit hadde verklaard, dat de On-
dergeteékëhde dusdanige gefegdens hem te gemoed ge*
voerd hadde; want dat fulks nooit voorgevalleh was s Waar
op den Ondergeteekende hem weederom vroeg, of hy in
gemoede een Certificaat Van de negative van dusdanige
gefegdens konde geeven, het welk hy feede van ja, en
daar op fulks gereedelyk deede (fie Bylaage Num, i+f.)
foo^ais blyken fal uit het Origineele daar Van, welke de
Ondergeteekende nader fal aanhaaien, wanneer hy tegen
het einde van deefe narré fijn Antwoord op de meerge-
melde finguliere Brief van fijne Excellentie bybrengt, als
zynde Copie daar van teffens met dat Antwoord döor den
Ondergeteekende den gemelde Generaal toegefonden. Uit
al het welke dus blykt, dat men ten deefen aan de z,yde
der Engelfchen fig...”
|
|
| 10 |
 |
“...fijn Edele ter hand gefield foude
worden.
Ondertuflchen wierden twee van de Equipagie van meer-
gemelde Bark Peggy, genaamt Richard Nowian Lieutenant
of Opperttuurman, en Johannes Geip, Matroos, beneevens
de Capitein daar van, Thomas Cheney, Gedetineerdens
fde twee eerfte op genoegiaam bewys, de laatfie op fufpi-
tie van het fait) als meede feekere John Salleran, genavi-
geert hebbende met gemelden Brigantyn Marquis van Roc-
kingham, voor den Raad gehoord en geëxamineert; wan-
neer men niets konde ontdekken tot Calange tegens meer-
gemelde Capitein Thomas Cheney* en ter contrarie het
den Raad voorquam dat hy onfchuldig was; waarom dan
ook gerelolveert wierd, om gemelde Cheney uit fijne de-
tentie te ontflaan; maar dat de gemelde Nowlan en Geip
en John Sulliran in detenfie louden gehouden worden, om
nader op Interrogatorien gehoord te worden, foo als blykt
uit...”
|
|
| 11 |
 |
“...veiliger te Tortola dan te St. Eufiatius was: dat
u7as een faak, die de Eygenaaren of der felver Agenten,
te St. Eufiatius zynde, aanging, en die fig by den Onder-
geteekenden addrefleerden, met expres verfoek, ©m van konde behartigt worden, fonder een refiitutie van de
Brigantyn, en fonder dat defelve weeder op St. Eufiatius
gebragt wierde: hadden de Agenten liever, na het geval
van de Piratifche wegneeming van de Brigantyn, verkoo-
fen defelve te Tortola te laaten leggen, om van daar de
gedefinieerde reife te vervolgen, fulks was den Onderge-
teekenden onverfchilhg geweeft, maar, vermits fy den On-
dergeteekenden verfogten om opleeveringe daar van te
vorderen, foo kon immers de Ondergeteekende de reclame
daar van...”
|
|
| 12 |
 |
“...n der gearmeerde Vaartuigen, welken
rondom fweefden, foo als dit nader bly kt uit Bylaage
No. 74.
Waar op de Ondergeteekende (nietteegenftaande het al-
reeds uit het voorengemelde gebleeken is, dat de Gene-
raal Burt aan den Ondergeteekenden meld, dat hy pofitive
orders gegeeven hadde,foo aan den ColleCteur als comtnam-
deerenden Officier van Tortola , welke was dé Heer Chal-
well, om de gemelde Bark op te leeveren) egter in ant-
woord van voornoemde Officier bequam, dat hy defelve
Bark niet konde opleeveren ; geevende voor feeden, dat
de gemelde Generaal Burt fijn Ed. geordonneert hadde orn
des Procureurs Generaals Advis daar omtrent te volgen,
foo als blykt uit Bylaage No. 75*. En dus quam hét Vaar-
tuig en de Perfoon* ten einde gemelde Bark weederom
R Van...”
|
|
| 13 |
 |
“...On-
dergeteekende fijn Excellentie meld, dat aan den gemelden
Commandeur Heyliger en den Heer Secretaris van Hey-
ningen de klagten tegens hun Ed. refpeéiivelyk tot berigt
bekent gemaakt hebbende, fylieden den Ondergeteekenden
de ingeflootene Stukken ter hunner jultificatie tegens ge-
melde klagte hadden ter hand gefield; laaiende aart fijn
Excellentie over om te oordeelen, of fy daar theede te
vreeden was, en die jufiifkatie volkoomen reekende* dan
niet; vermits de Öndergeteekende niet op fig konde nee-
men, in dusdanige contrarieteit van Bewyfyn, eenige ver-
dere ftraffen aan die Heeren op te leggen, dan hun Edele
te verpligten om behoorlyk berigt weegens het gebeurde
te geeven, met by voeging , dat foo fulks niet voldoende
was, de faak aan hooger hand moeit bekende gemaakt en
door hoogfidelelven gedecideert worden.
De Ondergetekende draagt dan ook alhier dé faak ih
den loop van deefe narré alleenlyk voor, om aan te too-
nen fijn eigen onpanydig gedrag daar in gehouden; laa-
iende verders...”
|
|
| 14 |
 |
“...Brieven (durft hy leggen) van fouverairië
Mogendheeden gefprooken, dan op een hen refpetfeerehde
manier, en niet met dusdanige fronifehe propofitien aan dèf
fel ver Bevelhebbers te gemoet te voeren; want wanneer dé
Ondergeteekende in fijn Brief van den u Maart 1778 (By-
laage No. 119.) aan de Heer Generaal Burt fchreef* dat
het wegneemen van Moüneauxs Commillie wel hem belet-
te om meer qüaad te doen, maar geen reparatie was voor
de objeften , welke hy van te vooren hadde beleedigt en
geinl'ulteen: konde hy immer daar door niet anders te kén-
nen geeven en verüaan, dan dat het geen reparatie was
van de fchaade toegebragt aan de twee Vaartuigen, welke
hy of fijn Kaaper uit St. Eulfatius en St. Martin piratelyk
hadde weggevoert, en dat dit intrekken van fijne Cdm-
milïie geen equivalente flraffe was voor de misdaaden, dié
hy foo in deefen opfigtej als in het geweld aan de Bur-
gerwagt en Barterye te St. Martin gepleegt hadde; dit is
de natuurlyke fin van des Ondergeteekendens woorden ert
conform...”
|
|
| 15 |
 |
“...gemelde Browning van geen an-
dere reclame van of eenig arreft regens gemelde M. Cul-
logh te doen, het zy weegens het neemen van fijn Vaar-
tuig of om vergoeding daar voör té hebben f dan alleen
feide hy aan den Ondergeteekenden, dat hy, terwyl dat hy
genoomen was geweeft, daar over (foo als gebrüikelyk is)
een Proteft moette beleggen; èn terwyl het tóen byna dui-
lter was, feide de Ondergeteekende, dat vermits de Se-
cretarye thans geflooten Was, hy ftilks des anderendaags,
als zynde tyds genoeg, konde doem
Des anderendaags, zynde den ? February 1778* verfchëert
hy aan het Huis van den Ondergeteekenden met de Hoof-
den van fijn Proteft in weinige reguls vervat, waar in ftond,
W d:at...”
|
|
| 16 |
 |
“.... ^ w J .< .. i » ' t
len diftantie daar van, het welk genoégfaam onder het be*
reik van het Geichut foude kunnen zyn, genomen was)
niet waar konde zyn, uit hoofde dat het ligr genoeg was,
toen de Americaan met hem voor de Rheede verfdieen;
dat fulks van de Batterye hadde kunnen gefien worden,
waar van egter geen rapport door den Corporaal of Con-
Jlapel, aldaar poll hebbende, gedaan was; en dat her tef-
fens vreemt rhoeft voorkomen, dat van fulks in de vier
daagen, Welke M. Cullogh te St. Eullatius (foo als is ge-
Fegt; verpligt was te vertoeven, niet gefprooken of gérepl
was; kunnende foo een faak, dié, foo het geval van de
Captuure tig dusdaanig hadde toegedraagen, by klaar ligt
foude gebeurd zyn geweeit, niet fonder eenige rapporren
daar van te verfpreiden, verhoolen blyven* te meer, dewy)
daarentegen in dien tufichentyd door ver cheidene Perfoö-
nen, die aan een andere zyde van het Eyiand St. Euita-
tius en op een afgeleegener dillantiie van gemelde Batte-
rye, ja in eenè tegen ov...”
|
|
| 17 |
 |
“...gemelde Batterye waaren,
verklaart word, dat hun Kapertje door het gemelde Ame-
ricaanfch Schip aangerand en genomen is geweeft op eeri
•vry groot ere difantie van gemelde Batterye; foo als uit de
Verklaaringen van die feeven Perfoonen, met elkanderen
in hunne getuigenilfe confonëerende, confteert: en evenwel
dit is het fundament, waar op hy Browning eenig regt
foude hebben kunnen erlangen, de plaats naamelyk waar
hy genomen was; immers met al wat buiten het bereik vari
het Gefchut voorviel, konde de Ondergeteekende fig niet
bemoëyen, ook niets tegen doen: en wat aangaat, dat dé
Kapersgall; Browning den Ondergeteekenden foude gefegt
hebben, toen M, Cullogh met hem voor den Oridergetee-
kenden weegens het opleevereri van de Neeger verlchee-
nen was, dat hy twee mylen diftantie van de Batterye ge-
nomen was; fulks verklaart den Ondergeteekende folemnee-
lyk, dat hy toen nimmer daar van gefproöken heeft; veel min
nog van eenige fatisfadie tegen den Capitein van. den Ame-
Ticaan: Had hy fulks...”
|
|
| 18 |
 |
“...genoomee was, orders te geeven om
te tragten geweld met geweld te keeren, foo als nader
blykt uit den Brief, Bylaage Num. 139, en uit twee beë-
digde Verklaaringen, welke de gemelde Brief begeleiden,
Bylaage Num. 140.
De Ondergeteekende, toen alle momenten op deflelfs
vertrek ftaande, fchreef hier ten antwoord op in dato den
16 Mey 1778, dat fijn Excellenties laatftgemelde Brief met
de Verklaaringen ontfangen hebbende, en het volhandig
hebbende ter laake van fijn vertrek, hy die faak niet wel
konde onderfoeken, maar dat fulks door het Gouverne-
ment van het Eiland, na fijn vertrek, naar behooren foude
gedaan worden, foo als blykt uit Bylaage Num. 141.
De Ondergeteekende neemt de vryheid van te verfoe-
ken, dat hier een finguliere attentie moge gegeeven wor-
den op het befiuit van de laatftgemelde Brief van den ge-'
melde Heer Generaal, waar by hy fegt, dat hy-, (te wee-
ten fijn Excellentie) is, met een refpett 3 ver/chuldigt aan
de CommiJJie 3 welke de Ondergeteekende de eere heeft te be-...”
|
|
| 19 |
 |
“.... . ( v
En dit brengt nu de Ondergeteekende
geen hy te vooren gemeld had, dat hy c
woord te laateo, voor fijn vertrek, by weege van affcheid,
niet konde nalaaten (foo als de Ondergeteekende oök aan
de gemelde Generaal meefmaalen gefegt hadde te fullen
doen) by weegen van recapitulatie niet alleen dien fingu~
lieren Brief van den io October 1777 f Bylaage Num. 141.)
maar de onderwerpen van verfcheide Brieven van fijn Ex-
cellentie feedert ontfahgen in dato den 7 en 2,8 Novem-
ber, van den 3 en den 10 December 1777» Bylaagen
Num. 73, 143, 41 en 144, fpeciaalyk en nader te beant-
woorden y op dat fijn Excellentie uit gemelde Recapitulatie*
Brief (vergeleeken met fijne gemelde vyf Brieven) duiden
lyk konde fien, het geen de Ondergeteekende aan fijn Ex-
cellentie meenigwerf hadde gemeld; dat namelyk de On-
dergeteekende op een feer onheufche; onbevoegde en felfs
onbettaanbaare manier, in eene correspondentie van deefetl
ferieufen aard, door fijn Excellentie was behandeld.
De Ondergeteekende...”
|
|
| 20 |
 |
“... deed ondeffoeken, en voorts ge-
tragt heeft allen fchyn van reeden tot foo eene hatelyke in*
fimulatie tegens den Ondergeteekenden (als of fulke clan*
deftine handelingen, waar van men klaagde, met des On*
dergeteekendens conniventie waren gefchied) weg te nee-
men; dat hy, wanneer eenige roveryen of mishandelingen
werkelyk onder de proteftie van het Gefchut van fijn Ei-
land gefchied waren, en de Ondergeteekende Bewyfen we*
gens de faiöen foo wel, als tegens de Daadefs felven in
fijne magt konde krygen, defelven anderen ten exempt
deed ftraffen, met de befchuldigde Perfoonen of te confi-
neeren (foo als blykt uit het exempel van Bibber en Ca-
pitein Cheney; of dat hy, indien de Bewyfen foo flerk niet
waren, om daar toe te kunnen procedeeren, ten minfte de
Befchuldigden voor den Raad deed compareeren, ten ein-
de ophelderinge van de faak, Waar over fy befchuldigt wa-
ren, te geeven, en fig felven te purgeeren (foo als blykt
in het exempel van Letter met de Bark Chriftiana) terwyl
het,...”
|
|