Your search within this document for 'Europa' resulted in seven matching pages.
1

“...( 99 ) BYLAAGEN. Tranflaat. St. Chriflophers den ly ‘Dee. iyj6. Myn Heer, JN een tyd dat de aloude Traflaaten van Alliantie en Vriendfchap tullchen Groot-Brittannien en de Staaten Generaal nog in hun volle kragt en vigueur fubfilteeien; dat haar Hoog Mog. loo. wel als de andere Souveraine Mogentheeden van Europa mee verwondering en indignatie befebouwt , en plegte- lyk hun afgryfen betuigt hebben* over de onna- tuurlyke rebellie van de Onderdanen van den Koning myn Meeiter in Noord-America, en de üerktte ver- feekeringen gegeeven hebben van aan defelve geen hulp of byftand te geeven , in het uitvoeren van hunne veraderlyke aanflagen regens de Opperheer- fchappy en wettige authoriteit van Groot-Brittannien over defelve5 is het, met het groot fte leedweefen* dat ik my genoodl'aakt vinde ü Ed. klagtig te moe- ten vallen over de herhaalde en erkende encoura- gementen en befcherming vyelke deefe gerebelleerde Colonilten opentlyk ontfangen hebben, en iteeds da- gelyks ontfangen, in het Eyland...”
2

“...toe befchouwi geweelt dool* de refpetflvs Vorflen en Staaten van Europa; en gevolgelyk kunnen hunne ] ryfen op Zee gemaakt1, op hun eigen aangeinatigt gelag, niet anders aangemerkt worden als Zeerover- iche plonderingen. — Maar tot fchande van alle publicque trouw en Nationaale eer, is het voor een Holiandfche Colonie overgebleeven, om fig als Aan- hitfers van hunne verradery, en Bevorderaars van hun Zeefchuymen te gedragen; en voor de Forten van hun Hoog Mog., om de eerlle te zyn in het erkennen van een Vlag lot hier toe onbekent in de Lyll der Nationale Vlaggen. De pligt welk ik des Konings Commiffie, die ik thans de eer heb te voeren, verlchuidigt ben, en myn yver voor fijn Majeiteits dienü, konden niet gedogen* Myn Heer, dat ik van Uw weederhouden Joude eene reprefentatie van faiten, foo beleedigent aan de goede trouw, de vriendichap en harmonie tot hier toe van de kant van myn Konihglyke Me
3

“...TV. M* Burt * Capitein Gener aal en Gouverneur en Chef in en over alle fijn Groot- Britiannifche Majefleits Lee' •ward Charibbée Eilanden» &c° &c. &c. St. Eujlatiui den 16 Mey 1778. Myn Heer, TK heb Uw Excellenties Miffive van den 10 dee- fer feer wel ontfangen, verfellende een declaratie van Jofeph Mears* te Tortola gemaakt den 10 Apr1* laatftleeden, en een ander van John Earle, gemaakt den 15 van de felfde maand ; dog feer volhandig zynde, fal het my niet moogelyk zyn voor myn ver- trek na Europa de noodige perquifitien te doen» fchoon Uw Excellencie verfeekert kan zyn dat een ftrikt onderfoek daar omtrent, geduurende myn ab- fentie* van weegens het Gouvernement fal gemaakt worden. Ik heb de eer te zyn met behoorlyke eerbied voor de Comtniffic waar meede Uw Excellencie be- kleed is. Myn Heer 1 U gehoorfaamfte onderda- nige Dienaar. Aan de Ed. Johannes, de Graaf j &c. Myn Heer, *r\En 17 deefer heb ik ontfangen Uw Edele ve van den xo, in antwoord op die, welke aan Uw Edele heb gefchreeven...”
4

“...aan den Deponent vrywillig door de voorfz Gouver- neur de Graaf gegeeven. Aan fijn Excellentie William Mathew Burt , Esq}, fijn Groot- Brittannijche Majefeits, Capi‘ tein Generaal en Gouverneur en Chef in en over alle fijne Lee- ward Charibbée Eilanden, Can- celler , Vice-Admiraal en or dl' naris , &c. St> Eufatius den 20 Mey 1778 Myn Heer, /-\Pregtelyk begeerig alle de verpligtingen die ifc aan U Excellencies openhartigheid en liberali- teit verfchuldigt ben, te erkennen, voor myn ver- trek na Europa, welk, met Gods hulp binnen kor- te dagen ftaat plaats te neemen, vind ik my in de noodlaakelykheid, voorbed3gtelyk terug te keeren» tot U leer polite Brief van den 20 Oéïober laaift- leeden, in antw’oord op de myne van den 20 Sep' rember daar te vooren, over welkers inhoud het D Excellencie eerft behaagde de grootfte bevreemding uit te drukken, en naderhand fjg inlaat in een aan- eenfchakeling va„n raifonnementen over feekere beëe- digde Verklaaring van den myneëedige en trouwe- loofe Ros, ...”
5

“...Aanmoediger en Befchermer; in andere weederom, werd ik ge- complimrnteert over het neemen der meelt effica- cieulte maatregulen om hunne holliliteiten binnen de Limiten van myn Gouvernement te verhinderen, als meede over het beletten, dat fy met Buskruid en Ammunitie voorfien worden, waar door fy meelt in Haat fouden kunnen gefield worden om hunnen opltand tegens hunnen wettige Koning en Souverain te vervolgen. Ik fal de eer niet hebben U Excellencie weder te adrefleeren voor myne terugkomt! uit Europa; het is egter myn pligt als een fatfoenlyk Man U Excellencie toe te wenfehen het genot van alle mo- gelyke voorfpoed en geluk, geduurende myn abfen- Hhhh tie,...”
6

“...Aan fijn Excell. Thomas Shirley Esq. 3 Caf>. Generaal en Commandant en Chef te 'Domi- nica. T^En reprefentatie van de faak van Bendal en Fos- ■ ter M. Connel van het Eiland Dominica, Koop- lieden; vertoonen , dat fy op den 14 November laatll- leeden de Brig May, Wm. Taylor, Schipper, te Le- ward gcfonden hebben met een Laading Provifien ter waarde van L. 1800 Cour. of daar omtrent, toe- hoorende aan hun en aan anderen in Europa, voor wiens reekening fy handelden; —• gemelde Vaartuig ferte haar reis voort tot St. Chriftophel, en op Maandag den 21 November laatltleeden verliet dat Eiland om na St. Eultatius te fteevenen, dog ontmoete onge- lukkig een Zeeroverlyk Vaartuig dien felfden dag, drie a vier mylen van St. Eultatius, voerende agt Hukken Gefchut en feltien Man, die haar Vaartuig en Laading naamen, en na America fonden; — fy gaven de Super Cargo, en de Matroofen vryheid om • taan Land te gaan in de Boot, dog voerden de Ca- pitein als Gevangen meede; deefe verrigting gefchie- de in prefentie...”
7

“...worden'ih'd^H'elfs Havens, en dat de Onder- daanen van den Staaf gelegd worden deel te heb- ben in die Raapers. Het Zeerovers Schip in nevens- gaande Memorie genoemt is bekent uitgeruH te zyn geweefi te St: EuHatius, en gedeeltelyk in eigendom toe te hóoren aaii de Heer van Bibber van gemelde Plaats. Ik kan niet veronderftellen dat eeoig Gouverneur op fig fou durven neemem in deefe manier te han- delen eeniglyk op fijne eige authoriteit. Ik moet derhalven befluiten Uw Excellencie Infiruftien uit Europa ontfangen heeft, en lig daar na gedraagt» fchoon die geheele wyfe van handeling my voorkomt reegelregt te Hryden met de laatlte Ueclaratien van hun Hoog Mog. aan het Hof van Londen gedaan. Alfoo ik my verpligt reekene, informatien van foo veel gewigt aan het Britfche Hof te moeten laaten toekomen, heb ik eerlt Capitein Colpoys gelaH U Ed. deefe notificatie te overhandigen, en heb hem geordonneert he-t nauwkeurigfle onderfix k te doen nopens de gerelateerde faken, en U Excellenties verklaaring...”