| 1 |
 |
“...doet toekomen en waarin hij •)
dezen in naam des kerkeraads verzocht, om in zijn land
pogingen in het werk te stellen, dat de Luth. gemeente
weêr in staat zij haar kerkgebouw op te trekken, — geeft
hij een overzigt van de geschiedenis der gemeente en dan
de redenen van het verval aldus op: //deze gelukkige toe-
stand der gemeente, die de jaarlijksche kerkelijke kosten
kon goed maken, duurde bijna 20 jaren. Sedert het jaar
1780 verliet van tijd tot tijd de rijke koopman het eiland
en trok naar Europa terug. Het oorlogsvuur barstte rondom
nit, de handel geraakte aan het kwijnen; de tijden wer-
den neringloos, de kerkelijke inkomsten verminderden en
de gemeente verviel tot armoede.”
In het begin van 1806 was men reeds genoodzaakt,
om //tot voldoening der achterstallen in de kerkekas
eenige hiertoe noodige hypotheken op te eischen.” In
1807 besloot men weêr tot eene extraordinaire collecte
bij de gemeente. //En opdat zulk eene collecte te beter
mogt uitvallen en voor elk lid der gemeente min...”
|
|