| 1 |
 |
“...toch zag ik, dat bij nattig weder, als
het touwwerk min of meer gezwollen is, een uitgeschoren
eind niet dan met de meeste moeite weder door een daar-
voor passend blok was te brengen, bijv. de bramvallen
door de blokken, wanneer de ra’s, na afgenomen te zijn
geweest, weder opgebragt werden.
zaxz.BH. Blijkbaar zijn de zeilen van goed, deugdzaam
doek, passend en goed gemaakt en bewerkt. Vooral kwam
dit zeer sterk uit bij het oude stel marszeilen, sinds de
verandering, September 1859, met eene korte tusschen-
pozing, aan de ra’s, de fok, en niet minder het groot-
barkzeil.
Bij het verlaten van Havanna had ik de marszeilen, veel
meer dan halfsleet, en welke vroeger bij het eskader, later
op de uitreis naar de ffest-lndiën, en eindelijk al den
tijd van het verblijf aldaar dienst hadden gedaan, doen
verwisselen, uitgenomen het kruiszeil, dat natuurlijk eerst
met het veranderde tuig in dienst was gekomen.
Een paar malen braken de ijzeren harpen der marsschoten,
zonder aan de zeilen nadeel te...”
|
|
| 2 |
 |
“...93
STAAT E.
Korte inhoud van de wet van 5 Februarij 1861,
ter verdere aanmoediging van de scheepvaart
op de havens van Jamaica.
Deze wet behelst de volgende bepalingen :
1°. De wet treedt in werking op den 1“ Maart 1861.
2°. De schepen tot nog toe geheel of gedeeltelijk van
sommige tonnengelden vrijgesteld, zullen die regten
betalen van elke ton bij den nitvoer met producten
beladen.
3°. Schepen met eene gedeeltelijke lading binnen vallende,
betalen slechts tonnengeld voor dat gedeelte van den
inhoud, hetwelk werkelijk beladen is, en bij uitvoer
enkel van hetgeen meer beladen is dan bij den invoer
het geval was; in dien zin nogtans, dat de schepen
bij in- en uitklaring te zamen nimmermeer zullen
moeten betalen dan het regt, eenmaal verschuldigd
voor den geheelen inhoud.
4°. De bevelvoerder van een in- of uitklarend schip, is
verpligt zich bij de Administratie van de inkomende
en uitgaande regten aan te melden, ten einde deze
onderzoek kunne doen naar den tonnen-inhoud.
5°. Aanduiding van...”
|
|