Your search within this document for 'straf' resulted in one matching pages.
1

“...dat opvoeding veel voor hem gedaan „heeft in de West. Hij kan steeds waarnemen, doch „zelden redeneeren. Ik wil hiermee niet zeggen, dat hij „volstrekt geen verstand heeft. Hij maakt gevolgtrek- „kingen, doch hij strekt ze niet ver uit. Ik geloof, dat „hij zelden het doel van naarstigheid en braafheid of „de gevolgen van eerlijkheid begrijpt. Hij is niet altijd „lui, misschien niet altijd onoprecht en zeker niet altijd „een dief, doch zijn beweegredenen zijn vrees voor „onmiddellijk volgende straf of hoop op onmiddellijk „volgende belooning. Eenige deugden neemt hij over „omdat zij de deugden der blanken zijn. (pg 57 en 58). „Zij zijn hartstochtelijker dan de blanken, doch zel- „den zoo wraakzuchtig. De geringste beleediging wekt „hun onstuimigen toorn op, doch geen beleediging ver- „wekt haatdragendheid. Zoo zijn ze ook zelden dankbaar, „ofschoon vaak erkentelijk. Als een kind of een hond „hebben zij gaarne, dat men notitie van hen neemt, „doch zij hebben er weinig idéé van een durenden...”