| 1 |
 |
“...de vrouwen
hier meestal niet in het veld werken, terwijl een gedeelte van
de mannen lang afwezig is. Veel Sabianen zijn zeevaarders,
die alle zeeën bevaren. Zjj zenden dan dikwijls hun verdiensten
geregeld over en komen ten slotte als rentenier op Saba leven,
waarbij ZÜ zich een huisje en een stukje grond koopen. Vandaar
dan ook, dat men alleen kleine eigendommen vindt.
Fanamastroo werd vroeger veel gebezigd voor het vlechten
van strOowerk, vooral van hoeden ; maar daar het ingevoerd
werd van Cuba, heeft de laatste Cubaansche opstand en de
daaropvolgende oorlog den invoer van dit artikel bijna geheel
doen ophouden en daarmee is deze industrie te gronde gegaan.
Dit is op zich zelf ook weer kenmerkend voor het gemis aan
energie bij de bevolking (al moge deze ook veel beter zijn dan
die van St. Eustatius). Niemand die op het denkbeeld kwam
eens te beproeven of men de Panamastrooplant niet zelf op
Saba kon kweeken; men zag mij verbaasd aan, toen ik vroeg
waarom dit niet geschied was. De vrouwen...”
|
|