| 1 |
 |
“...Gouverneurs, kommandeurs, gezaghebbers of presi-
denten en raden stoorden zich in den goeden ouden tijd
niet veel aan de juiste opvatting der woorden bij het ma-
ken van wetten, daarvan zouden aardige staaltjes te ver-
halen zijn. Hier evenwel hebben zij niet mis getast, ook
als men de definitie van voormelden schrijver (bladz. 32
van het aangehaald proefschrift) als juist aanneemt: «Eene
concessie is een publiekrechtelijke handeling, waardoor
de Staat ten algemeenen nutte een hem toebehoorend
recht aan een particulier in eigendom overdraagt,» of-
schoon wij die definitie voor ons geval, niet geheel en al
kunnen beamen.
Eene verwijzing naar het hedendaagsch Nederlandsch
regt is ten eenemale misplaatst. Eerst in 1869, dus zelfs
twee jaren later dan de verordening van 1867, werden de
Nederlandsche wetboeken (eenigzins — ofschoon volstrekt
niet genoegzaam naar onze toestanden gewijzigd) in de
kolonie Curasao ingevoerd. Tot dien tijd gold daar het
Romeinsch en oud-Hollandsch regt.
«De bepalingen...”
|
|