Your search within this document for 'historia' resulted in two matching pages.
1

“...VIERDE BIJDRAGE TOT DE KENNIS DER MELOCACTI. 9 1590) geeft, onder den naam van Melocarduus, Melonendistel, zon- der beschrijving, eene kopie der figuur van lobelius, slechts met grover lijnen, met weglating van de losse rib, en met verplaatsing der afzonderlijk geteekende bes. Ook in de Historia plantarum universalis van j. bauhinus 1651 wordt dezelfde figuur terugge- vonden. Eindelijk vindt men haar nog eens, doch vergroot, in het werk van den Am sterdam schen Apotheker en Kruidkundige emm. sweertius: Florilegium II Amst. 1631. pl. 30fig. 3. Deze werken bevatten niets nieuws omtrent de plant. Na lobelius werden door clusius te Leiden, in 1601, levende voorwerpen van Melocactus bestudeerd. Hij beschreef ze, als Echi- nomelocadus, in zijn werk: Exoticorum libri decent 1605 p. 92, met toevoeging van eene zeer netje houtsnede; deze werd later gerepro- duceerd in de uitgave van het Kruydlboeck van dodekaeus door muretus in 1644, p. 1422, terwijl reeds vroeger eene eenigszins vrije en iets vergroote...”
2

“...enz., en schrijft, daaraan de verschillen in de be- staande beschrijvingen toe. Hij vindt de afbeelding van cliisius best, en diens beschrijving goed. Als slotsom mogen wij onderstellen, dat sloane voorwerpen van den stam der M. communes gezien heeft, maar bestaat daarbij de mogelijkheid, dat in zijne beschrijving de kenmerken van deze met die van andere, eveneens door hem geziene maar niet onderschei- dene, zijn vermengd. Van veel meer waarde is wat Prof. Bradley van Canterbury gaf in zijne Historia plantarum succulentarum 1727 p. 9, nl. de beschrijving en afbeelding van Echinomelocactus (Melonthistle; lurks head or Turks cap in Amerika) naar voorwerpen, van de eilanden Nevis en St. Christophorus (St. Kitts) ontvangen. Uit de beschrijving ontleen ik het volgende, met weglating van datgene wat op het geheele geslacht betrekking heeft: Stengel in de meeste aangebrachte voorwerpen 8 dM. hoog, doch soms tot meterhoog voorkomend zie dienaangaande ook bl. 30, onder M. (communis) Hookeri, en...”