| 1 |
 |
“...onderwijsgebied:
In het geheel der wetgeving ontbrak systeem. Incidenteel waren,
tengevolge van behoeften, die in den loop der jaren voorziening
hadden vereischt, de verschillende wetten en hare wijzigingen tot
stand gekomen, maar van eene volledige herziening was geen sprake,
en daarenboven: er was geen aansluiting naar een weldoordacht
plan, zoodat botsingen niet konden uitblijven.
Het uitgebreid-lager onderwijs en het middelbaar onderwijs van
de hoogere burgerschool met 3-jarigen cursus, het gymnasium en
de hoogere burgerschool met 5-jarigen cursus, de burgeravondschool
en de ambachtsschool staan daardoor min of meer vijandig tegen
elkander over.
De wet op het middelbaar onderwas trachtte ook te voorzien in
de behoefte aan vakonderwijs, wat echter slechts zeer ten deele
gelukt is: de burgerdagschool nam geen opgang, terwijl hier en
daar ambachtsscholen verrezen, die de wet niet kent. Daarenboven
is door de ontwikkeling van handel en nijverheid de behoefte aan
vakonderwijs zveel grooter geworden...”
|
|
| 2 |
 |
“...che Zaken uitbrengen.
Wij zullen achtereenvolgens behandelen het voorbereidend hooger
onderwijs en het eigenlijke hooger onderwijs, beide in de wet van
1876 geregeld.
I. Voorbereidend hooger onderwijs. Het voorbe-
reidend hooger onderwijs wordt gegeven aan gymnasia, welke
worden onderscheiden in volledige gymnasia en progymnasia.
De eerstgenoemde hebben een zesjarigen cursus.
A. Openbaar onderwijs. Behoudens vrijstelling moet elke ge-
meente welker bevolking 20,000 zielen te boven gaat een gymnasium
met zesjarigen cursus bezitten.
1) De Bosch Kemper, Handl. van het Neder!. Staatsbestuur blz. 920.
2) Zie ook boven bladz. 430 het rapport der Ineenschakelingscommissie.
3) Voor de opening eener school bij uiterste wilsbeschikking gesticht
is Koninklijke goedkeuring noodig....”
|
|
| 3 |
 |
“...vierjarigen cursus, progymnasia, oprichten.
Het leerplan der gymnasia en progymnasia is bij algemeenen
maatregel van bestuur vastgesteld *).
De gemeenten kunnen ten behoeve van hare gymnasia subsidie
uit s Rijks kas bekomen 1 2).
De onderwijzers dragen den titel van leeraar; aan het hoofd van
elk gymnasium staat een der leeraren met den titel van rector,
zijn plaatsvervanger wordt conrector genoemd.
De leeraren worden benoemd door den gemeenteraad, welke
benoeming bij gesubsidieerde scholen de goedkeuring van den
Minister van Binnenlandsche Zaken behoeft.
De gemeenteraad ontvangt vooraf een aanbevelingslijst van benoem-
baren, opgemaakt door het College van Curatoren (een college van
toezicht bij elk gymnasium door den gemeenteraad benoemd), na
verhoor van den inspecteur van het hooger onderwijs, wiens advies
ook aan den gemeenteraad wordt overgelegd.
Voor de toepassing der bepalingen omtrent pensioen worden de
leeraren als burgerlijke ambtenaren aangemerkt.
Ter tegemoetkoming in de kosten der gymnasia...”
|
|
| 4 |
 |
“...voor byzonder hooger onderwijs. Zal echter een op deze wijze opge-
richt gymnasium aanspraak kunnen maken op gelijke rechten als
een openbaar gymnasium, dan is daartoe meer nodig. Om aan zijn
leerlingen na voldoende afgelegd examen, op de wijze als boven
beschreven, een getuigschrift van bekwaamheid tot universitaire
studin te kunnen afgeven, is vereischt, dat zoodanig gymnasium
met zesjarigen cursus uitdrukkelijk door de Koningin, den Raad
van State gehoord, als daartoe bevoegd wordt aangewezen. Om voor
die aanwijzing in aanmerking te komen moet voldaan worden aan
de voorwaarden in de wet gesteld: het onderwijs moet in om vang
en gehalte overeenkomen met dat aan openbare gymnasia verstrekt
en door bevoegde leeraren gegeven worden. De lokalen van de aan-
gewezen gymnasia moeten gedurende de lesuren steeds toegankelijk
zijn voor den inspecteur. De aanwijzing geldt gedurende zes jaren.
Zoo dergelijk aangewezen gymnasium staat onder het bestuur van
eene instelling, stichting of rechtspersoonlijkheid...”
|
|
| 5 |
 |
“...476
zijn leden der faculteit, doch hebben in den senaat een raad-
gevende stem.
Doctoren kunnen door den Minister van Binnenlandsche Zaken
tot wederopzeggens toe als privaatdocenten worden toegelaten.
De toegang tot de universiteit is vrij. Om tot het afleggen van
academische examens te worden toegelaten, moet men evenwel in
het bezit zijn der daarvoor door de wet gevorderde getuigschriften.
In de eerste plaats komt als zoodanig in aanmerking het diploma
van afgelegd eindexamen van een gymnasium (openbaar of aan-
gewezen bijzonder) en voorts het getuigschrift van toelating door
aflegging van het afzonderlijk daartoe ingesteld staatsexamen.
Met het getuigschrift van afgelegd eindexamen worden door de
wet verschillende andere gelijkgesteld *).
De verschillende academische titels kunnen slechts worden ver-
kregen na het afleggen van examens ten overstaan van de faculteit,
terwijl de doctorale graad wordt toegekend na de verdediging van
eene dissertatie of van stellingen 1 2). De promotie is...”
|
|
| 6 |
 |
“...Technische Hoogeschool. Eenmaal sjaars wordt
de gelegenheid gegeven dit getuigschrift te verkrijgen tengevolge van
een mondeling en schriftelijk examen ten overstaan van eene door
de Koningin te benoemen commissie. Met dit getuigschrift wordt
gelijk gesteld het getuigschrift van met gunstig gevolg afgelegd
eindexamen van de hoogere burgerscholen met vijfjarigen cursus
en het getuigschrift van bekwaamheid tot de studie aan eene
universiteit in de faculteit der wis- en natuurkunde (eindexamen
gymnasium afdeeling B).
Diezelfde gelijkstelling geldt voor de getuigschriften, afgegeven
door buitenlandsche instellingen van onderwijs of onderzoek, welke
daartoe bepaaldelijk by Koninklijk besluit zijn aangewezen.
1) Bovendien, bestaat aan de T. H. gelegenheid voor opleiding tot ijker....”
|
|
| 7 |
 |
“...hoogere burgerscholen met vijfjarigen cursus, of van de
Rijkslandbouwschool, of van de Polytechnische School;
het eindexamen van de hoogere burgerschool met vijfjarigen
cursus in Nederlandsch-Indi, het eindexamen van het Koninklijk
Instituut voor de Marine of een eindexamen aan de Koninklijke
Militaire Academie.
Gelegenheid tot voorbereiding bestond bij de gemeentelijke instel-
lingen te Delft en te Leiden en by de afdeeling B voor de taal-,
land- en volkenkunde van Nederlandsch-Indi van het gymnasium
Willem III te Batavia J).
Bij K. B. van 10 Augustus 1903, Stbl. n. 253, werd echter de
grondslag gelegd tot de regeling, zooals die thans bestaat. Daarbij
werd namelijk overgegaan tot de instelling van het candidaat-ambte-
naarschap als vereischte voor de toelating tot het afleggen van het
zoogenaamde groot-ambtenaarsexamen.
By K. B. van 11 Maart 1907, Stbl. n. 71, is daarop gevolgd het
thans nog geldende Besluit op de Indische bestuursopleiding, waar-
van wij hier de hoofdzaken mededeelen....”
|
|
| 8 |
 |
“...meteen daaraan verbonden tweejarigen
handelscursus en een bij wijze van proef ingestelden tweejarigen
cursus voor de zeevaartkunde, bestemd voor jongelieden die wen-
schen opgeleid te worden voor het examen voor derden stuurman
bij de Groote Stoomvaart en bij de Gouvernementsmarine.
Van particuliere zijde zijn 4 hoogere burgerscholen met driejarigen
cursus voor meisjes opgericht. Alle vier ontvangen subsidie overeen-
1) I. S. 1911, n. 381, 1912, n. 300.
2) Dit is de vroegere afdeeling A van het Gymnasium Willem III. De
vroegere afdeeling B is in 1913 opgeheven....”
|
|