1 |
 |
“...reeds lang
verwelkte groote bloeipluimen zijn behangen. De bodem is geheel met die
groote, broze bladeren overdekt, die onder de voetstappen kraken.
Slechts enkele verstrooid staande, altoos groene boomsoorten schenken
eenige afwisseling, waarop het oog dan met welgevallen rust. Zulk een scha-
keenng levert o.a. het veelkleurige loof van den Kesambi-boom, het zoo fijne,
gele gebladerte van een enkele S e n g o n of andere hoog opgroeiende Mimoseeön, het
donkergroene loof van een der vele Ur o stigma- of Ficus-soorten, die dikwijls
een Djati-boom geheel omhullen, maar vooral de Ploso-boom met zijn groote
oranjekleurige vlinderbloemen en lange peulen. Die weinige kleurschakeering
toeft te meer, wanneer men van eenigen afstand tegen een zacht glooiende
berghelling staart, die met Djati-bosch is begroeid, waarbij dan die gekleurde,
veelal donkere plekken tusschen het vale, lichte grijs bijzonder uitkomen. Overigens
doet echter het Djati-bosch met dit sombere voorkomen aan de Europeesche
loo...”
|
|