Your search within this document for 'fom' resulted in 30 matching pages.
 
1

“...der LANDMAGT. 4 07 der 2de klasfe, en de 23 jongde in anciënniteit bet traktement der 3de klasfe zullen genieten, onverfchiilig bij welk gedeelte van het wapen zij geplaatst zijn. Art. 7. De traktementen voor de 1 (le en 2de Luitenants der Arcille ■ rie worden bepaald respectively k op f 1,000 en f 800 ’sjaars. Art. 8. Alle Officieren beneden den rang van Hoofdofficier, de Kapi. teins der ifte klasfe daaronder echter niet begrepen, genieten boven hun traktement eene fom van f 200 voor ieder paard , dat zij verpligt zijn te houden. Art. g. Het bevel over een Regement, bij het wapen der Artillerie, zal kunnen worden opgedragen aan eenen Luitenant - Kolonel, oflchoon niet onder de oud den in anciënniteit rangfchikkende, doch overigens de vereischten tot zoodanig kommandement in zich vereenigende. Hij geuiet in die betrekking een jaarlijksch traktement van ƒ 3,9oo* Art. 10. De Kolonel of Luitenant-Kolonel, Kommandant van een Re- gement , met het toezigt over alle deelen der dienst-ad- ministratie...”
2

“...eene vaste fom bepaald, welke fommen, op de Verzameling der Moederrollen, het Rijk in rekening worden gebragt. De herdellingen aan de dragondergeweren komen ten laste van het Fonds van B. en O. Bij de korpfen Infanterie moet over het algemeen het onder- wijs in het fchermen , danfen, de gymnastifche oefeningen en bajonet - fchermkunst bevorderd en beoefend worden. Ook bij het bataillon Mineurs en Sappeurs. Opzigtelijk het onderhoud' der voorwerpen worden te zijner tijd de noodige voordragten gedaan. Ieder bataillon Infanterie heefc 25 duks geweren bekomen, ingerigt voor de bajonet-fchermkunst, en bezit nog 6 houten geweren, 4 borstdulfken van ijzeren kurasfen, 4 casques, 8 lanfen, 12 fabels met houten klingen, 6 lederen handfehoenen, 4 lederen fchouderdukken, 30 lederen bajonetproppen, 2 ballen- toedellen. De kosten van herdellingen aan deze voorwerpen komen ten laste van het biervoren aangewezen respect, en dus niet op het Fonds van B. en O.; zij mogen echter jaarlijks de fom van 25 gulden...”
3

“...anderen Loods mogt begeeren, zal zooda. nig gekozen Loods op het fchip moeten overgaan, zonder dac iemand der andere Loodfen zich daartegen zal mogen verzet» ten, op (traffe, in beide gevallen, van zeven dagen fchorfing van dienst; met dien verftande nogtans, dat, wanneer, op be- geerte van den gezagvoerder van een fchip, een’ ander’ Loods dan de aan de beurt (taande op dat fchip overgaat, zoodanig gezagvoerder voor die vergunning, boven en behalve het ge- wone loodsgeld , zal moeten betalen eene fom van twintig gul- den , als: Vijftien gulden voor den aan de beurt.(taanden Loods of de ploeg, tot welke dezelve behoort, en Vijf gulden voor de Loodskas. Zullende wijders de Loods, welke niet gekozen wordt, zijne beurt behouden, en weder het eerst in aanmerking komen; ter- wijl de gekomen Loods zal worden befchouwd als eene gewone reize gedaan te hebben, en na volbrenging derzelve het laatst aan de beurt zal komen. Art. 34. Geen Loods, veel minder een Visfcher, of ander zeeman, zal vermogen aan...”
4

“...worden gebragt ter kennisfe van den Befchermheer, en vervolgens van Onzen Minister van Binnenlandfche Zaken, welke in tijds den Direc- teur zal magtigen, om, vóór bet einde der maand Julij , aan de candidaten (derzelver ouders of voogden), welke bevonden zijn daartoe alle vereischten te bezitten, kennis te geven van derzelver admisfie. Art. 9. Bij den aanvang van ieder Akademiejaar zal elk Leerling, zonder onderfcheid, moeten Horten de fom van f 200, in han- den van den Administrateur, die daarvoor behoorlijke quitantie zal afgeven; zullende, alvorens die fom is voldaan, niemand tot de lesfen toegelaten, noch ook voor dat jaar als Leerling ingefchreven mogen worden. Art. xo. De Leerlingen, die, vóór den afloop van een Akademiejaar om welke reden ook, de Akademie verlaten, of wegens wange. drag, of eenige andere gegronde reden van dezelve worden weggezonden, zullen geene aanfpraak hebben op de teruggave der door hen, ingevolge de bepaling van art. 9, betaalde gel- den. De wegzending zal echter...”
5

“...MAATSCHAPPIJ van WELDADIGHEID. 619 gen, welke het belang van den Staat vordert, aan die in Hel- ling , over het jaar 1843, zoodanige betalingen te doen, als uit die overeenkomst zullen voortvloeijen. Te dien einde zal daarenboven befchikt kunnen worden over eene fom van veer- tien duizend vier honderd vijf en veertig gulden (ƒ 14,445)» uit de fondfen, begrepen in het 6de artikel der 7de afdeeling van het tiende hoofdftuk der Begrooting van Staatsuitgaven over 1843. Bij het niet aangaan van zoodanige overeenkomst zal uit de voormelde gelden, onder de voorwaarden en tot de einden als zullen worden noodig geacht, aan de Maatfchappij van Welda- digheid kunnen worden verftrekt eene fom van honderd twaalf duizend zes honderd gulden, zes en dertig en een halve cent (f 112,600.36^), onder aftrek evenwel van hetgeen reeds zal zijn gegeven tot voorziening in het onderhoud en de werkver- fchaffing der koloniale bevolking. Wijders zullen de gelden, in het eerde lid van dit artikel genoemd, tot de zoo...”
6

“...alles, wat het Betuur der Maatfchappij betreft, en hetgeen vroeger reeds bij de Commisiie van Welda- digheid geen bedenking vond, thans nog doelmatiger is gere- geld ; Dat bij dat ontwerp, behalve de bepaalde verbindtenis tot voortdurende jaarlijksche betaling der beftedelingspenningen, ter fomme tvan ƒ 222,000 en van f x00,000 ’sjaars, bovendien, voprloopig de toezegging is gedaan van de vertrekking der gelden, welke daarenboven uit de bij bovengemelde Wet van den roden Februarij 11. aangewezen fom befchikbaar zullen blij- ven; . Dat het wel wenfehelijk ware geweest, dat de uitbetaling van een grooter gedeelte van den uit het beiluit van den iydet» Januarij 1836 voornoemd voortgefproten achteriland of eene- bepaalde toezegging van de evengemelde buitengewone vertrek- king, ook voor volgende jaren, had kunnen worden verkregen, doch dat het eerte niet -zonder nadere wettelijke bepalingen zoude kunnen worden verworven, terwijl, ten aanzien van het laatte, gerustttellende verzekeringen door de...”
7

“...VERORDENINGEN vöor het BESTUUR enz. 655 voor,' om de, vólgens art. 37 befchikbaar te (lellen fom, ter gemoetkoming in de kosten van het Algemeen Kerkbeftuur, na- der “te bepalen. En is het Departement voor de Zaken der Hervormde Kerk enz. belast met de uitvoering dezes, waarvan een affchrift zal worden gezonden aan de vqornoemde Commisfle uit den Raad van State, tot informatie. ’s Gravenhage, den /den Augustus 1835. (geteekentf) WILLEM. ' Algemeen Reglement voor het Befluur der Herjlelde Evangelisch hutherjche Kerk in het Koningrijk der Nederlanden. EERSTE AFDEELING. Algemeenë bepalingen. Arti 1. Dit Reglement zal kracht,;van Wet hebben voor de Herftelde Evangelisch Lutherfche Gemeenten te Amflerdam, en voor de met dezelve verbroederde Gemeente te Enkhuizèn, Medemblik, Oorinchem , Harlingen, Zwolle , de Helder en Huisduinen. Art. 2. Al de tot deze Gemeenten behoorende perfonen en die, wel- ke uit andere Landen zich in dit Rijk komen nederzetten, en hunne Lidmaats-attestatien bij eene der...”
8

“...zoodanig geval zullen de Leden dier Commisfie geene zitting kunnen hebben in de algemeene Kerkelijké Vergadering, maar derzelver plaatsvervangers voor hen optreden. Art. 35. Indien iemand van eene uitfpraak, door de algemeene Kerke, lijke Vergadering in zijne zaak ter eerfter inftantie gedaan, ver. kiest in revifie te komen, moet hij, binnen twee maanden na den dag der uitfpraak, daarvan kennis geven aan den Secretaris der algemeene Kerkelijke Vergadering, en tevens onder denzel. ven configneren eene fom van vijf honderd gulden, ter hoeding der vermoedelijke kosten, om naderhand, bij minder bedrag der kosten, restitutie te erlangen, of, bij meerder bedrag, de. zelve te fuppleren tot het ware beloop. Art. 34. De Secretaris is verpligt, aan den Deponent bewijs af te ge. ven der door hem gedane confignatie, en voorts van het appel kennis te geven aan de algemeene Kerkelijke Commisfie, ten einde (na, door middel van het Ministerieel Departement, ’sKo- nings . toeftemming verkregen te hebben) de Vergadering...”
9

“...64o VERORDENINGEN voor het BESTUUR der algemeene Kerkelijke Vergadering, door dezelve vooraf te dien einde benoemd, en uit de plaatsvervangers van de overige Leden der Vergadering. De Prefident wordt do,or den Koning benoemd. Art. 57. Tot tegemoetkoming in de kosten van bet algemeen Kerkbe. ftuur, wordt door Zijne Majesteit ter befchikking van bet Mi- nisterieel Departement gefteld eene fom van f ..'.... DERDE AFDEELING. Van de algemeene Kerkelijle Commisfie. Art. 38. Er beftaat eene algemeene Kerkelijke Commisfie, welke te Am- sterdam vergadert, en is zamengefteld uit vier Afgevaardigden v^n Amflerdam, daaronder twee Predikanten, en uit drie Afge- vaardigden van de andere Gemeenten, bij voorkeur Predikanten. Art. 3g. De Leden der Commisfie worden benoemd uit de Leden der algemeene Kerkelijke Vergadering, de eerfte maal door den Ko- ning en vervolgens door de Vergadering zelve. . De Prefident en Secretaris der algemeene Kerkelijke Vergade- ring zijn fteèds daaronder begrepen. Art. 4o. De...”
10

“...HERVORMDE RERKEN in INDIEN. 689 disch Beftuur, in te gaan mee den dag, waarop zij hun be- roep in Indie zullen aanvaarden. Art. 5. Die van de eerfte en tweede klasfe zullen daarenboven genie- ten vrije woning, of, tot fchadeloósftelling daarvoor, eene fom ’s maands, niet te bovengaande die van honderd twintig gulden, te Batavia, van honderd gulden te Samarang en Sourabaija, en van zestig gulden op de overige dandplaatfen, ter nadere bepa- ling van bet Indisch Beduur, in te gaan als voren, terwijl zij bovendien, in de gevallen bij art. id en 11 van Ons befluit van den 5den October 1828, n°. 205, vermeld, op de daarbij vastgedelde traktementsverhooging zullen aanfpraak hebben. Art. 61 Aan de Predikanten in werkelijke functie, zoowel als aan degenen., welke door Ons zullen worden benoemd, om naar Iodie te vertrekken, ten einde aldaar in bediening te worden gedeld, wordt voorts, zonder onderfcheid, naar gelang dat zij al of niet gehuwd zijn, en naarmate van bet getal van derzelver kinderen...”
11

“...van de Kapellaans nog eenigzins te vermeerderen. Art, 9. Aan de Pasroors zal worden toegeke.nd eene bezoldiging van ten hoogde vijf honderd gulden, ’s maands, en aan den Onder- pastoor en de Kapellaans van ten hoogde drie honderd vijftig gulden ’s maands, ter nadere bepaling van het Indisch Beduur; in te gaan met den dag, waarop zij hun heroep in Indie zullen aanvaarden. Art. 10. De. Pastoors en de Onderpastoors zullea.daarenboven genie- ten vrije woning, of, tot fchadeloosdelling daarvoor, eene fom ’s maands, niet te bovengaande die van honderd twintig gulden voor den Pastoor, en van vijftig gulden voor den On- derpastoor, te Batavia, en van honderd gulden voor de Pas- toors te Samarang en Sourabaija, respectivelijk in te gaan als voren. Art!. II. De Pastoors en Onderpastoors zullen alverder, in de gevallen bij art. art. 10 en 11 van Ons bovenaangehaald beduit van den 5de» October 1828, n°. 205, vermeld, op de daarbij toege- zegde traktementsverhooging aanfpraak hebben. Art. 12. Aan de Roomsch...”
12

“...Art. 6. Aan nieuwe in Oostindie aankomende Christen-Leeraren, ge- huwd zijnde en kinderen hebbende, zal, als tegemoetkoming in de kosten, welke hunne vestiging zal veroorzaken, worden uitbetaald: Negen honderd (900) gulden voor zich. Vijftig (50) per cent van die fom voor de vrouw. Tien (10) per cent van die fom voor een kind. Zeventien (17) per cent van die fom voor twee kinderen. Drie en twintig (23) per cent van die fom voor drie kin- deren. Acht en twintig (28) per cent van dié fom voor vier kin- deren. Twee en dertig (32) per cent van die fom voor vijf kinderen. Vijf en dertig (35) per cent van die fom voor zes kinderen. Zeven en dertig (37) per cent van die fop voor zeven kin- deren. Acht en dertig (38) per cent van die fom voor acht kin- deren....”
13

“...KERKEN in INDIEN. 6g5 Art. 7. Aan nieuwe in Oostindie aankomende Christen - Leeraren, va- ders van huisgezinnen, waarvan de moeder overleden, of niet bij het gezin aanwezig is, zal ten bedoelden einde worden uitbetaald: Negen honderd (900) gulden voor zich. Twintig (26) per cent van die fom voor een kind. Vijf en dertig (35) per cent van die fom voor twee kinderen. Vijftig (j$o) per cent van die fom voor drie kinderen. Vijf en vijftig (55) per cent van die fom voor vier kinderen. Negen en vijftig (59) per cent van die fom voor vijf kin- deren. Twee en zestig (62) per cent van die fom voor zes kinderen. Vier en zestig (64) per cent van die fom voor zeven kinderen. Vijf en zestig (65) per cent van die fom voor acht kinderen. Art, 8. De bij de artikelen 5 en 6 bedoelde gratificatiën zullen ech- ter niet worden goedgedaan voor vrouwen, welke niet uit Ne- derland zijn medegekomen en voor kinderen, die op eeniger- hande wijze bij het Gouvernement voor geld werkzaam zijn. Art. g. Aan nieuwe in...”
14

“...verlangt, naar het Vaderland terug te keeren, zal hem zulks vrij ft aan, onder genot van een pen- fioen en van eenen vrijen overtogt voor zich en zijn gezin. Art. i3. ’ Het voorfchreven penfioen zal berekend worden naar den maatftaf van een honderd gulden voor elk jaar Indifche dienst, voor gehuwden of weduwenaren met onverzorgde kinderen, ,en van tachtig gulden voor elk jaar Indifche dienst, voor onge- buwden of weduwenaren, die geene kinderen tot hun last hebben. Doch zal hetzelve in geen geval de fom van drie duizend gulden (ƒ 3000) 's jaars mogen overfchrijden. Art. i4. Deze penfioenen zullen gerekend worden in te gaan met den dag, op welken de bediening wordt nedergetegd, en zal daarop, bij vertrek naar het Vaderland, een voorfchot van vier maanden worden uitbetaald.' Art. i5. Zoodanige Christen-Leeraren, welke, vóór hun vertrek naar Indie, in Nederland hebben gediend, zullen zich na hunne terugkomst kunnen aanmelden, ter bekoming van zoodanig...”
15

“...jaarlijkfchen huurprijs; eindelijk, wanneer de huurtijd onbe- paald is, in twintigmaal den jaarlijkfchen huurprijs. Onder den huurprijs wordt verdaan de fom, door den huurder aan den verhuurder te betalen, benevens al de lasten, die de huurder voor zijne rekening neemt, ter ontlasting van den verhuurder. Voor de verhuringen, waarvan de prijs /» natura of voor een gedeelte der vruchten betaalbaar is gefield, zal de berekening gefchieden op den voet, zoo als bij de befiaande wetten voor de registratie is bepaald. Het regt wordt berekend over ronde fommen van f 100 tot aan een "bedrag van f 2000 , en boven de ƒ 2000 .over de ron- de fommen van f 200. Bij overtreding is, voor ieder fiuk, in dit nommer bedoeld, eene boete verbeurd ten beloope van vijf ten honderd van de fom, waarover bet regt verfchuldigd is, bijaldien het fiuk is ongezegeld; van welke fom echter, ingeval een ontoereikend zegel i9 gebruikt, voor de be- rekening der boete zal worden afgetrokken dat gedeelte, waarvoor het gebezigde zegel...”
16

“...62 van art. 27, lett. A), zijn onderhevig aan het navol- gend regt, te weten: a. Wanneer de (lukken binnen het Rijk betaalbaar zijn, vijf cents van iedere honderd gulden; b. Wanneer de (lukken buiten het Rijk betaalbaar zijn, twee en een halve cent van iedere honderd gulden. Het regt wordt berekend over de fom, in het (luk uitgedrukt, en wel: In het geval, onder lett. a bedoeld, over ronde fom. men van f 500 tot aan een bedrag van ƒ10,000, en boven de ƒ <10,000 over ronde fommen van ƒ 1000; In het geval, onder lett. b bedoeld, over ronde fom. men van ƒ1000 tot een bedrag van ƒ 20,000, en boven de ƒ 20,000 over ronde fommen van ƒ 2000. Echter zal het regt, in het eerde geval, voor fom- men van ƒ 300 of daar beneden, en, in het tweede geval, voor fommen van ƒ 6po of daar beneden, Hechts over die ƒ 300 of ƒ 600 worden berekend. Wanneer de voormelde dukken buiten ’s Lands of in de Overzeefche bezittingen van het Rijk zijn opgemaakt, of daar- uit getrokken, moet daarvan het zegelregt worden...”
17

“...gulden van het meerdere bedjag. Het regt wordt berekend over de geleende fom, in het duk uitgedrukt, en wel: In het geval, onder lett. a bedoeld, over ronde fom- men van ƒ5000 tot een bedrag van ƒ 100,000, en boven de ƒ 100,000 over ronde fommen van ƒ 20,000; In het geval, onder lett. b bedoeld, over ronde fom- men van ƒ 2500 tot aan een bedrag van ƒ 50,000, bo- ven de ƒ50,000 tot aan een bedrag van ƒ 100,000, over ronde fommen van ƒ 5000, en boven de ƒ 100,000 over ronde fommen van ƒ 10,000; In het geval, onder lett. c bedoeld, over ronde fom- men van ƒ 1250 tot aan een bedrag van ƒ 25,000, boven de ƒ25,000 tot aan een bedrag van ƒ 100,000, over ronde fommen van ƒ 2500, en boven de ƒ 100,000 over ronde fommen van ƒ 5000. Bij overtreding is voor ieder ftuk, in dit nommer be- doeld , eene boete verbeurd ten beloope van één ten hon- derd van de fom, waarover het regt verfchuldigd is, bij- aldien het is ongezegeld; van welke fom echter, ingeval een ontoereikend zegel is gebruikt, 'voor de berekening...”
18

“...Financiën worden geregeld naar den koers der muntfpe.cien, gedurende de jirie laat- fte maanden, vóór den dag der aanvraag tot regeling verloopen i en zulks volgens eene verklaring van daartoe bevoegde Makelaars. Bijaldien het kapitaal niet is opgegeven, zal hetzelve bere- kend worden op het twintigvoudig bedrag der uitgeloofde ren- ten. Bij overtreding is voor ieder ftuk, in dit nommer be- doeld, eene boete verbeurd ten beloope vau vijf ten honderd van de fom, waarover het regt verfchuldigd is, bijaldien het ftuk is ongezegeld; van welke fom echter, ingeval een ontoereikend zegel is gebruikt, voor de be- rekening der boete zal worden afgetrokken dat gedeelte, waarvoor het gebezigde zegel, naar den aard van het ftuk, had kunnen worden gebruikt. 6°. Alle acten betrekkelijk de jagt en visfcherij uitgegeven wordende. Het regt bedraagt dertig cents van iedere gulden, bere- • kend over- het bedrag der volgens de acte verfchuldigde recognitieregten, en wordt geheven te gelijk met die regten. VIERDE...”
19

“...s 23°. De acten van vervolging en alle andere (tukken (met uitzondering van de procesfen-verbaal van overtreding en van verkoop), zoo eifchende als verwerende, ten on- derwerp - hebbende de invorderingen van ’s Lands belas- tingen en alle andere fommen aan den Lande verfchul- digd; van provinciale en plaatfelijke belastingen, pol- der- , dijk-, molen- en fluisgelden en andere foortgelijke omflagen, alsmede de arresten en vonnisfen daarop val- lende ; alles voor zoover het gevorderde bedrag de fom van. dertig gulden niet te boven gaat; 240. De rekeningen en verantwoordingen van 's Rijks reken- pligtigen, en de boeken en registers, door deze en an- dere Rijks-ambtenaren, in hunne betrekking, gehouden wordende, uitgezonderd de dagregisters en de registers van in- en overfchrijving der Hypotheekbewaarders;...”
20

“..., welke door de Directie der Nederlandfche bank, gedurende den loop van het octrooi * zullen worden uitgegeven, mitsgaders alle asfignatien en quitantien op de Bank af te geven, zoo als ook de boeken, bij de Bank te houden; 36°. De verklaringen van geregtigdheid, ten behoeve van fchuldeifchers van den Staat afgegeven, wanneer de fchuldvordering de fom van vijf en twintig gulden niet te boven gaat, mits zulks uit die verklaringen blijke; 37°. De attestatien de vita tot ontvang van lijfrenten, pen- fióenen, gagementen en riddérfoldijen, ten laste van den Staat, alsmede de daarvoor afgegevene quitantien, wan- neer het jaarlijksch' bedrag de fom van drie honderd gul- den niet te boven gaat; 38°. De patenten, waarvan het regt, buiten de opcenten, minder bedraagt dan zes gulden i 39°. De accen van aanftelling, beëediging en ontflag van alle Ambtenaren , zoo mede van bedienden en leden van bij- zondere Administratien of Commisfien, geene bezoldiging of belooning, noch abonnement voor kantoorkosten...”