Your search within this document for 'fom' resulted in ten matching pages.
1

“...we kerkhoven enz., in verband mee de voorafgaande Dispoflcie van Gedeputeerde Staten, van den 28den Augustus 1827 4 n°. 1......................Bladz. 497 Keizerlijk decreet, aangaande de begrafenisfen, van den 23ften Prairial, 12de jaar (12 Junij 1804). „ 501 Misfives van den Administrateur voor het Binnen- iandsch Beduur, van den 8 den en ioden Maart 1828, n°. 1 en 57.......................... „ 508 Misfive van den Administrateur voor het Binnen- landsch Beduur, houdende inlichtingen omtrent fom- mige, aangaande het aanleggen van nieuwe begraaf- plaatfen, geopperde bedenkingen, van den 5den April 1828, n°. 52................. „ 510 Wet, betrekkelijk de onteigening ten algemeenen nutte, van den 29den Mei 1841 . ........ „ 512...”
2

“...waarop het be- heer der Policie in hun resfort is ingerigt, met eene opgave tevens van de betalingen, welke daarvoor uit ’s Lands kas wor- den gekweten, en met eene voordragt van de bezuinigingen en verbeteringen,, welke daaromtrent zouden kunnen worden inge- voerd. Art. p. Onze Minister van Justitie zal Ons vervolgens, vóór den iften Julij aanftaande, eene voordragt aanbieden, om het beheer der Policie alomme op eenen gelijken en eenparigen voet te brengen, en zal Ons tevens daarbij voordragen de fom- men, welke jaarlijks aan elk der Procureurs - Generaal zouden behooren te worden toegelegd voor de meerdere bureaukosten, die door hen, ter zake voorfchreven, zullen moeten worden aangewend, of welke uit eenigen anderen hoofde aan hen zou- den behooren te worden toegelegd , mits daarbij de meëste fpaarzaamheid in het oog houdende, en, wel verftaande, dat de gezamenlijke toelagen, gevoegd bij het bedragen der trakte- menten, welke de ontflagene Ambtenaren, krachtens art. 3, tot den 3often September...”
3

“...P O L I c I E. 65 Art. 2. Be Nederlandfche Gezanten, Zaakgelastigden of Confute zul- len zoodanige vergunning niet afgeven, dan nadat aan hen door de verzoekers zal zijn overgelegd: a. Een verlof tot landverhuizing, afgegeven door de daar- toe bevoegde Autoriteit-; b. Eene verklaring, door de daartoe bevoegde magt afgege- ven, in het Land, hetwelk zij zullen verlaten, inhou. dende niet alleen de namen, voornamen en woonplaatfen van die lieden, maar ook derzelver ouderdom, en welke fom aan geld of geldswaarde zjj bezitten, om de kosten van hunne reize naar en door dit Rijk, en die van hun-, nen vervoer naar het Land hunner beftemming, goed te maken; alsmede opgaaf van den weg , langs welken zij zich naar dit Rijk zullen begeven, en dat zij van hunne behoorlijke buitenlandfche paspoorten zijn voorzien; x. Eene notariële verklaring van den Reeder of Schipper in dit Rijk, welke aanneemt, zich met den vervoer van die lieden naar Amerika te belasten, houdende opgave van het fchip, waarmede die...”
4

“...P O L I C I E. 285 De fom, waarvoor ieder Koopman ten hoogfte zal mogen gedebiteerd worden , zonder borgftelling, zal door de geheele Hoofdcommisfie, met elke der Bijcommisfien, voor elke afdee- ling in het bijzonder (met uitzondering alleen der Kooplieden onder hen) worden bepaald. Zullende echter dat crediet zonder borgftelling, aan één per- foon of huis, niet hooger mogen beloopen dan f 25,000. Eene algemeene lijst dezer Kooplieden zal worden opgemaakt, en affchriften daarvan berusten onder de Bijcommisfien, die aan geene andere perfonen zullen mogen verkoopen. Art. 24. Indien echter, na den iften Augustus, een of ander perfoon verlangde, als Koopman te worden aangenomen, of dat een Zaakgelastigde een ander huis begeerde te laten debiteren, zal zulks door de Hoofdcommisfie (met inachtneming van het be- paalde in art. 23) worden beflist. Art. 25. Indien bij de Hoofdcommisfie,, wier pligt het is, voor de belangen der Reeders te waken, eenige gegronde twijfel mogt ontftaan, omtrent de ...”
5

“...4o6 P O L I C I E. Art. 5. Aan iedere dezer Commisfien wordt, voor de bezorging van een gefchikc locaal, benoodigdheden van vuur, licht, fchrijf- behoeften en ameublementen, uit ’s Lands kas, toegelegd eene jaarlijkfche fom van ƒ 300, en wijders nog een jaarlijksch fub- fidie van ƒ 800, waaruit derzelver overige uitgaven, als de hulpmiddelen tot het afnemen der examina, de reiskosten tot het vifiteren der chirurgijns- en apothekerswinkels ten platten lande en in de kleine (leden, de reis- en teerkosten der Buiten- leden , en andere benoodigde onkosten, zullen worden goedge. maakt. Art. 6. De Provinciale Commisfien (taan onder het onmiddellijk toe- zigt van het Departement van Binnenlandfche Zaken; zij onder- houden met hetzelve eene geregelde correspondentie, en zor- gen, dat aan deszelfs aanfchrijvingen met fpoed en volledig- heid voldaan worde. Art. 7. Zij zullen den Minister van Binnenlandfche Zaken, alsmede de Provinciale Staten en Geregtshoven, dienen van berigt, con- fideratien en...”
6

“...gedoo- gen, zullen er gedeelten gronds kunnen worden afgedaan aan perfonen, die aldaar eene afgezonderde plaats mogten wenfchen te bezitten, ten einde er hun graf en de graven hunner ouders of nakomelingen te doen maken, en er kelders, gedenkteeke- nen of graftomben daar te dellen. Art. 11. Die inwilligingen zullen echter niet worden toegeflaan, dan aan dezulken, welke zullen aanbieden, om gedichten te doen bouwen, of giften te befpreken ten behoeve der armen en der godshuizen, behalve nog eene fom, die aan de gemeente zal worden uitgekeerd; terwijl alvorens de noodige autorifatie tot de vestiging van die gedichten of de aanvaarding van die gif- ten , door het Gouvernement, zal moeten zijn verleend in de gewone vormen, op ingenomen advies van de Raden der ge. en op het voordel der Prefekten....”
7

“...Ingeval de, aan denzelfden eigenaar toebehoorende, goede- ren, die onteigend moeten worden, in verfchillende Arrondisfe- menten zijn gelegen, wordt de zaak aangebragt bij de Regt- bank , onder welker resfort de hoofdplaats der bebouwing be- hoort, en, bij gebreke van zulk eene hoofdplaats, bij eene der Regtbanken, binnen welker resfort een of ander gedeelte der goederen gelegen is, ter keuze van den aanlegger. Art. 9. De zaak wordt aangevangen bij gewone dagvaarding, welke de hoegrootheid der fom zal moeten vermelden, die de betrok- kene Administratie bereid is als fchadelöosftelling te geven, met 33*...”
8

“...5i6 P O L I C I E. fommatie, om op te geven de fom, welke wordt gevorderd. De Gouverneur der Provincie treedt altijd op- als eifcher, zonder onderfcheid ten wiens behoeve de onteigening moet worden uit- gefproken. De vordering behoeft niet anders te worden geftaafd, dan door het Koninklijk befluit, en door de refolutie van den Gouverneur, bij art. 6 vermeld. Indien de vordering wordt tegengefproken, op grond, dat de in de voorgaande artikelen voorgefchrevene formaliteiten niet of niet naar behooren zijn opgevolgd, zal de Regter beoordeelen, of de verweerder werkelijk door dat verzuim is benadeeld of in deszelfs regt verkort. Indien het verzuim geen nadeel heeft toegebragt, of het regt van den verweerder niet heeft verkort, zal de vordering worden toegewezen. • Art. 10. De Regtbank zal, hetzij op gedane vordering, hetzij ambts- halve , drie deskundigen benoemen, om de goederen te waarde- ren. Het zal aan partijen vrij (laan, om zoodanige fchriftelijke befcheiden, vrij van zegel en registratie...”
9

“...interlocutoire, als definitive. Art. 17. Bij het definitief vonnis, zal de onteigening en de eigen- domsovergang, op hem, ten wiens behoeve de onteigening ge- fchiedt, worden uitgefproken, en zal het bedrag der fchade. loosftelling worden vastgefteld. Indien de Regtbank de fchadeloosftelling op het bedrag der aangebodene fom vastftelt, wordt de partij, die dezelve niet heeft aangenomen, verwezen in de proceskosten. Wanneer de, bij het vonnis bepaalde, fchadeloosftelling meer bedraagt, dan de aangebodene fom, en minder dan die, welke de partij heeft gevorderd, worden voorfchreven kosten gecompen- feerd in de evenredigheid van het verfchil tusfchen het gedane aanbod en de gevorderde fom, tot liet beloop der door de Regtbank bepaalde fchadeloosftelling. Ingeval de fchadeloosftelling gelijk ftaat met hetgeen door de partij is gevorderd, wordt de andere partij, ten wier behoeve de onteigening plaats heeft, in de kosten verwezen. Art. 18. De eigendom gaat over, door de overfchrijving van het von- nis...”
10

“...het bij dat vonnis bepaalde en toegewezene be- loop der fom van fchadeloosftelling, en nog daarenboven voor de eindelijke uitkomst zoodanige fom te coniigneren, als de Regter in eerde inftantie zal vermeenen te behooren. Art. 20. Voor zoo veel de vonnisfen, uit krachte dezer Wet gewe- zen , aan hooger beroep onderworpen zijn, moet hetzelve wor- den aangelegd binnen twintig dagen 11a de beteekening van het vonnis. De bepalingen van art. 16 zijn ook in hooger beroep toepasfelijk, gelijk mede, wanneer de casfatie van eenig vonnis of arrest mogt gevraagd worden, in de procedure bij den Hoo- gen Raad te voeren. Art. 21. De bepalingen van deze Wet, wat de fchadeloosftelling be- treft, zijn mede toepasfelijk op de gronden, waaruit bouwftof- fen en verdere fpecien, tot het werk benoodigd, zouden moe- ten worden genomen, voor zoo verre op die gronden geene wettige verpligting rust, om de gezegde voorwerpen, om niet, of voor eene bepaalde fom te leveren. Wanneer het echter alleen op het onderhoud...”