| 1 |
 |
“...oogenblik toe hebben voldaan,
en niet vallen in de termen van uitfluiting, bij het volgende
artikel bepaald (*).
Art. 3. Van de uitoefening van het ftemregt zijn uitgefloten
zij, die in dienst zijn, of penfloen genieten van eenige vreem-
de'Mogendheid, buiten autorifatie des Konings; die zich in
ftaat van geregtelijke .interdictie bevinden , alsmede die, aan
(*) Bij befluit van den sden December 1832, n°. 59, is bepaald, dat
de opcenten bij de boofdfom der grondlasten kunnen worden getrokken,
om de fom te vinden, die noodig is om het kiesregt uit te oefenen: ook dat
de andere middelen, behalve.het patentregt, daartoe kunnen gebezigd worden....”
|
|
| 2 |
 |
“...huizen, of andere eigendommen , waarvoor de
eigenaars zijn aangeflagen', doch door de huurders aan hen res-
titutie gefchiedt, zal dit bedrag onder de opbrengst der eigena-
ren blijven, als alleen daarvoor bij de ontvangers bekend (taande.
Art. 7. Zij, welke gehuwd zijn, hetzij in gemeenfchap van
goederen, of daar buiten, met vrouwen, die de bepaalde fom
inde bovengemelde belastingen opbrengen, zullen, offchoon
ter zake van hunnen eigen aanilag niet bevoegd, niettemin ter
uitoefening van het ftemregt worden toegelaten, wanneer zij de
overige vereischten in zich vereenigen; zoo als ook de vader
van een minderjarig kind, hetwelk de bepaalde fom in die be-
lastingen opbrengt, wanneer hij uit eigen aanflag niet reeds tot
1...”
|
|
| 3 |
 |
“...inboorling der ftad, of met eene burgerdochter gehuwd zijn-
de, gedurende de laatfte drie jaren, en voor een’ inboorling van
het Rijk of genaturalifeerden, gedurende de laatfte zes jaren ,
ftads-ingezeten is geweest (zonder dat echter afwezendheid ten
gevolge van bedieningen, door of van wege den Koning opge-
dragen , in deze hinderlijk zal kunnen zijn), en voorts jaarlijks
in de verponding, en verdere befchrevene Rijksmiddelen, bui-
ten het patemregt, op den voet der ftemgeregtigden betaalt
eene fom van ten minfte ...........gulden.
Tot kiezers zullen daarenboven niet kunnen worden benoemd
zij, die van eenig ambt, post of bediening door den Koning
mogten zijn ontzet, of wel ontflagen, anders, dan met ver-
melding , dat zoodanig ontflag op hun verzoek of honorabel is
gegeven, zoo lang zij door den Koning van de onbevoegdheid,
om benoemd te worden, niet zullen zijn ontheven (*).
Ook zal tot kiezer niet kunnen benoemd worden hij, die
aan eenen reeds benoemden kiezer in den eerften of tweeden...”
|
|
| 4 |
 |
“...(*).
De Koning doet de eerfte benoeming.
Art. 56. Het collegie van burgemeester en wethouders wordt
in den loop van zes jaren, aanvang nemende met den 2den Ja-
nuary 1825, vernieuwd, zoodanig, dat op den 2den January
1827.......der wethouders,, en op den 2den Januarij 1829
Bij befluït van den 23llen Maart 1830, n°. 130, is bepaald, dat
voor een’ ingezeten het ilemregt verloren gaat, als hij gedurende een ge.
heel jaar heeft opgehouden in grond- en perfonele belastingen aangeflagen
te zyn tot de fom bij art. 2 bepaald; ook verliest bij , in dat geval, het
lidmaatschap van den raad....”
|
|
| 5 |
 |
“...uitgaven voor het volgende' dienstjaar, van dezelve beduren,
gedichten, of andere inrigtingen, bij de aanvraag te voegen.
Het opnemen der rekeningen van die beduren, gedichten en
inrigtingen behoort almede tot de attributien van den raad.
Art. 76. De raad, even als burgemeester en wethouders af-
zonderlijk , zijn verpligt, om zich in het beheer over de ftede-
lijke geldmiddelen te houden aan de fommen, bij de dedelijke
begrooting voor ieder object toegedaan, zonder die te mogen
overfchrijden, of eene fom, buiten autorifatie, tót een ander
onderwerp te gebruiken, dan waartoe dezelve is toegedaan.
Iq geheel ongewone gevallen echter, welke eene oogenblik-
kelijke voorziening of herdelling vereifchen, zal de raad daarin
kunnen voorzien, mits daartoe nemende eene gemotiveerde re-
folutie, welke dadelijk aan de Staten zal moeten ingezonden
worden.
De ordonnantiën, welke, ingevolge deze te nemen refolutie,
op den dedelijken ontvanger zullen worden opgemaakt, zullen
van de genomene refolutie in buitengewone...”
|
|
| 6 |
 |
“...38
REGLEMENT voor het
Art. ai. Het kiezerscollegie, tot benoeming der leden van
den raad, zal beftaan uit tachtig perfonen.
Art. 23. De fom, welke gevorderd wordt om kiezer te kun-
nen zijn, moet zijn ten minfte twee honderd gulden jaarlijks,,
in de verponding en verdere befchrevene Rijksmiddelen, buiten
het patentregc.
Art. 28. De defignatie van het een tweede wordt gedaan bij
loting, op de volgende wijze:
De kiezers bijeen gekomen zijnde, wordt, in tegenwoordig-
heid van den burgemeester, of die hem vervangt, een getal
nommers, gelijk aan dat der prefente kiezers,, in eene bus ge-
daan , en door ieder hunner, een nommer daaruit getrokken.
Degenen, welke alsdan zullen bevonden worden de nommers
van en met n°. 1 , tot en met het hoogfte nommer ingeiloten
van het, in art. 27 pmfchrevene, tweede deel der in de bus
gedane biljetten getrokken te hebben, zullen, voor dat jaar, de
verkiezing doen, en blijven dus bijeen, terwijl die, welke hoo-
gere nommers getrokken hebben, de vergaderkamer dadelijk...”
|
|
| 7 |
 |
“...wegens bijzondere redenen, over meer dan ééne gemeente
mogt zijn benoemd, van eene dier gemeenten;
d. Gedurende het laatfte jaar vóór dfe benoeming, indien zij
inboorling der provincie, of met eene burgerdochter uit
dezelve gehuw’d zijn, en gedurende de laatfte twee jaren
vóór de benoeming, in alle andere gevallen, ingezeten van
de provincie moeten geweest zijn;
e. Binnen de provincie in ’s Rijks directe belastingen moeten
betalen, hetzij uit eigen hoofde, hetzij door ouders, of
vrouw, eene gelijke fom, als volgens het reglement voor
de zamenftelling der Provinciale Staten vereischt wordt,
om het ftemregt ten platten lande uit te oefenen (2);
f. Tot op het oogenblik toe moeten voldaan hebben aan de
(O I" Vriesland één grietman, twee of drie asfesforen en één grietenjjraad.
00 In Vriesland f 60. De tabellen yoor de provinciën vindt men in
het eerfte deel van dit werk, bl. 325.
t...”
|
|
| 8 |
 |
“...BESTUREN. io5
in de drie genoemde piaacfen gefchieden door kiezers, gekozen
door ftemgeregtigde ingezetenen.
Het getal der leden van bet kiezerscollegie zal in ieder dier
plaatfen zijn veertien.
Art. 4. Om kiezers binnen de gezegde plaatfen respectivelijk
te kunnen zijn, zal men jaarlijks in de grondlasten en verdere
befchrevene Rijksmiddelen, buiten het patentregt, moeten beta-
len : te Appingadam en Delfzijl eene fom van ten minlte twintig
gulden, en te Winfchoten eene fom van ten minfte vijftien gul-
den, en om ilemgeregtigd te zijn, bevoegd ter benoeming der
kiezers, eene fom van ten minfte vijftien gulden in de twee
eerstgenoemde plaatfen, en van ten minfte acht gulden in de
laatstgenoemde, terwijl daarenboven de ftemgeregtigden en kiezers
binnen die plaatfen in zich zullen moeten vereenigen de vereisch-
ten, welke, uitgezonderd de belastingbetaling, bij het laatst
vastgeitelde reglement voor het beftuur der ftad Groningen in de
ftemgeregtigden en kiezers aldaar worden gevorderd, zonder...”
|
|
| 9 |
 |
“...correspondentien,
tot deze onderwerpen betrekkelijk, worden niet door den fe-
cretaris gecontrafigneerd.
Insgelijks zal hij denzelven, of den gedelegueerden wethou-
der of asfesfor, in ’de betrekking van ambtenaar van den bur-
gerlijken (land, wanneer die zulks mogt verkiezen , in deze
werkzaamheid adfisteren, met inachtneming van het bepaalde bij
art. 83 vau het reglement, en zal daarvoor de fielft genieten
der bij Zijner Majesteits befluit van den 24den Mei 1827
{Staatsblad n°. 27) toegedane fom van 25 cents voor de afgif-
te van ieder affchrift van, of uittrekfel uit acten van geboor-
te, overlijden en huwelijks-af kondiging, en van 40 cents voor
elk affchrift van, of uittrekfel uit acten van huwelijk, van
adoptie en echtfcheiding.
Art. 6. Hij zal alle bij het plaatfelijk beduur inkomende
dukken, naarmate van derzelver ontvangst, op een register
brengen, en het volgnommer van het register, met de dagtee-
kening van de ontvangst, op de dukken zelven noteren.
Voor de (ïbkken, aan den b...”
|
|
| 10 |
 |
“...zoodanige aanmerkingen en toe-
lichtingen , als tot het regt verftand der voorgedragen? posten
dienflig zijn.
Art. 5. De gemeentebelturen zullen , voor het eerst, op den
i5den Maart aanflaande, en bij vervolg jaarlijks, den iften Sep-
tember, die begrooting inzenden aan de Commisfarisfen-Gene-
raal in, de Departementen, of aan zoodanige ambtenaren, als
aan welke, na de introductie der Grondwet, deze taak door
Ons fpeciaal zal worden opgedragen.
Art. 6. Voor zoo verre de uitgaaf op de begrootingen de
fom van f 10,000 niet te boven gaat, zal voornoemde ambte-
naar dezelve onderzoeken en Onzentwege finaal arresteren.
Art. 7. Voor zoo verre de uitgaaf meer dan f 10,000 en
niet boven de f 50,000 bedraagt, zal hij dezelve, met zijne
confideratien en voordragt, inzenden aan Onzen Commisfaris-
Generaal tot de Binnenlandfche Zaken, die dezelve, na behoor-
lijk onderzoek, mede Onzentwege, finaal zal arresteren....”
|
|
| 11 |
 |
“...PLAATSELtJKE BESTUREN.
151
Art. 8. De zoodanigen, welker uitgaaf de fom van f 50,000
te boven gaat, zullen door Ons, na ook daarop te hebben
ontvangen de confideratien en voordragten , zoowel van de
Commisfarisfen-Generaal in de Departementen, als van Onzen
Commisfaris - Generaal tot de Binnenlandfche Zaken, worden
vastgefteld.
Art. 9. Wij referveren aan Ons, en qualificeren Onze hier-
voren genoemde ambtenaren, om, nopens de voormelde be-
grootingen, die inlichtingen en befcheiden van de gemeentebe-
fturen te vorderen, welke voor het belang der gemeenten zui-
len worden noodig geacht.
Art. 10. De alzoo, hetzij door Ons, hetzij Onzentwege ,
door Onze daartoe gequalificeerde ambtenaren gearresteerde be-
grootingen, zullen den grond opleveren der verantwoordingen
of rekeningen der gemeenten.
Art. 11. Geene fommen zullen door de regeerderen mogen
worden geordonnanceerd, en, geene ordonnancien door de plaat-
felijke ontvangers mogen worden uitbetaald, dan de zoodani-
gen, welke op de posten...”
|
|
| 12 |
 |
“...i45
Art. 4. De respeccivelijk bepaalde tijden verftreken zijnde,
en de debiteurs in gebreke blijvende hun verfchuldigde te vol-
doen , zoo zullen de ontvangers of gaarders, door een’ deur-
waarder , bode of eenig ander perfoon, tot het doen van ge-
regtelijke exploiten gequalificeerd, op fchriftelijken last, onder
hunne handteekening af te geven, de gebrekigen doen fomme-
ren, om binnen den tijd van acht dagen te komen betalen het-
gene zij fchuldig zijn, en zal in dezen fchriftelijken last de
fom, mitsgaders het artikel van het reglement of de ordonnan-
tie, waaruit de fchuld voortfpruit, distinctelijk moeten worden
uitgedrukt.
Art. 5. De voorfcbreven acht dagen verftreken zijnde, en
geene betaling gedaan wordende, zullen de ontvangers of gaar-
ders, door een’ deurwaarder of bode als boven, op hunnen
nieuwen fchriftelijken last, de gebrekigen doen renoveren , om
alsnog 'te betalen binnen andere acht dagen.
Art. 6. En bijaldien alsdan nog geene betaling wordt ge-
daan, zal, op anderen f...”
|
|
| 13 |
 |
“...i46
STEDELIJKE en
geëxecuteerde dezelve goederen zal mogen losfen binnen den
tijd van drie dagen, voor zoodanige fom, als waarvoor die
.verkocht zijn.
En zal dit vermogen van den geëxecuteerden, om deze goe-
deren te mogen losfen, in de verkoopconditien moeten worden
bekend gemaakt.
Art. 8. Indien er geene meubilaire goederen van den debi-
teur genoeg voorhanden zijn tot de voldoening voor de fchuld
en kosten, zal de deurwaarder of bode mogen bezetten en in
arrest nemen de immeubele of onroerende goederen van den ge-
executeerden.
Art. 9. En na drie proclamatien van veertien tot veertien
dagen, mitsgaders behoorlijk verkondigen bij affixie van biljet-
ten , ter plaatfe daar de goederen gelegen zijn, en iniinuatie
aan den geëxecuteerden of ter zijner woonftede, telkens te
doen, zal hij dezelve goederen publiek mogen verkoopen, ten
overftaan van den vrederegter of zoodanig ander ambtenaar, als
hiervoor in art. 7 is vermeld.
Art. 10. Wanneer uit de penningen van der geëxecuteerden
goederen...”
|
|
| 14 |
 |
“...i54
STEDELIJKE en
biljet worden gezonden, om binnen zekeren bepaalden tijd, die
niet minder zal mogen zijn dan driemaal vier en twintig uren,
zijn verfchuldigde te komen betalen, welk biljet naauwkeurig
zal moeten uitdrukken de verfchuldigde fom, den aard der be-
lasting, waaruit de verfchuldigdheid voortkomt, het reglement
of andere dispofitie, en het Koninklijk befluit van autorifatie,
waarop die belasting gegrond is, en het tijdftip, waarop de-
zelve heeft mogen geheven worden.
De bepaalde tijd verftreken zijnde, en geene betaling gedaan
wordende, zal de ontvanger, gaarder of pachter der belasting
tweemaal, met tusfchenpoozing van acht dagen, aan de woon-
plaats van den gebrekigen, door eenen bode of bediende van
het plaatfelijk beftuur, te dien einde door hetzelve fpeciaal ge-
qualificeerd, doen bezorgen eene fchriftelijke fommatie, om
zijn verfchuldigde binnen eenen nieuwelings te bepalen termijn,
die mede niet minder zal mogen zjjn dan acht dagen ‘ te ko-
men voldoen.
De laatfte termijn...”
|
|
| 15 |
 |
“...ig°
STEDELIJKE en
Voldoening der belasting; uitftel in fom-
mige gevallen.
Are. 2. De provinciale belasting, bij dit reglement bepaald ,
zal van het aldus aangegevene dadelijk aan dien ontvanger moe-
ten worden voldaan, of wel den aangever deswege worden ge-
debiteerd , indien hij hiervoor vfcn ’s Rijks wege crediet voor
den accijns geniet.
Uitfiel van betaling.
Art. 3. In zoo ver degene, welke van geen zoodanig cre-
diet voor ’s Rijks-accijnfen geniet, tijdens de invoering van
dit reglement, kwantiteiten wijn en binnenlandsch gedisteleerd
boven de 500 Nederlandfche kannen aanwezig mogt hebben,
zal hem deswege een crediet voor de provinciale opcenten
kunnen worden toegeftaan, hetwelk echter den termijn van drie
maanden niet zal overfchrijden, en zal, om dusdanig crediet te
bekomen, de belanghebbende daarvan op het aangiftbiljet het
verlangen behooren te kennen te geven, en voor de verfchul-
digde belasting voldoenden borg moeten ftellen.
Verificatie van aangifte.
Art. 4. Gedurende den tijd...”
|
|
| 16 |
 |
“...ontvanger eene fpecifieke opga-
ve moeten doen van elke derzelve waren, die zij ingeladen
hebben, waar en aan wien zij dezelve moeten bezorgen, en
den verfchuldigden impost daarvan betalen , waarvoor aan dezel-
ve fchippers of voerlieden, door den ontvanger, gequiteerde
biljetten zullen worden ter hand gefield, inhoudende de hoe-
veelheid van elke dier, aan gemeente-impost fubjecte, waren,
die zij aan iederen perfoon bezorgen of heitellen moeten, op
hetwelk voor iederen post zal worden uitgedrukt de fom van
den verfchoten impost, ten einde dezelve fchippers of voerlie-
den deze penningen, te gelijk met hun vrachtloon, op de be-
lastingfchuldigen zullen kunnen verhalen.
Art. 7. Alle fchippers en voerlieden, als in het vorige arti-
kel gemeld, hunnen last geheel of gedeeltelijk brekende, en
onder dezelve eenige aan gemeente-imposc fubjecte waren heb-
bende , die naar elders buiten de gemeente moeten worden ver-
voerd , hetzij dezelve dadelijk in fchuiten en fchepen, of op
karren en wagens worden...”
|
|
| 17 |
 |
“...op te nemen den daat en de
gedeldheid def gemeentekas, en hebben wij, daartoe overgaan.
de, de ontvangden tegen de uitgaven vergeleken, en bevonden,
Dat van dienden van vorige jaren in kas was eene
fomme van...............................................
Dat de ontvangden over de loopende dienst van 182.
tot op heden toe, bedragen........... ...............__
Te zamen.. ............. f
Dat de uitgaven op heden beloopen..................
En dat mitsdien in kas ............................'
welke fom door den ontvanger aan ons in de navolgen,
de fpecien is vertoond, als:...”
|
|
| 18 |
 |
“...264
STEDELIJKE en
deren en verdere goederen, welke de aanfteking kunnen over-
brengen , nier aangenomen, alvorens eersc gereinigd en van alle
befmecting gezuiverd te zijn.
Art. 26. Bij iedere bank van leening wordt een register ge-
houden, hetwelk door het plaatfelijk Beduur gequoteerd en
geparafeerd wordt, en, zonder eenig wit of tusfchenregels, de
geleende fom , den aard , de hoedanigheid en waarde der pan-
den inhoudt.
Art. 27. Aan eiken beleener wordt een briefje ter hand ge-
field , hetwelk klaar en duidelijk den aard van hst pand en het
bedrag der voorgefchotene fom inhoudt..
Art. 28. De bureaux zijn alle dagen open. De uren van
opening en fluiting worden bij de reglementen bepaald, op de
wijze, welke geoordeeld wordt het best overeen te komen met
de belangen der beleeners.
Art. 29. De afzonderlijke reglementen bepalen den voet en
de wijze waarop, alsmede de perfonen, door wie de waarde
der in te brengen panden zal worden gefchat; daarbij in acht
nemende, dat de perfonen, die daarmede...”
|
|
| 19 |
 |
“...van den perfoon, en die van het pand genoegzaam blijken.
Indien het pand van waarde is, zoo kan de bank quitantie
en borgftelling vragen.
Art. 34. Zoo lang het pand niet verkocht is, kan het ten
allen tijde afgelost worden.
De verkooping kan geene plaats hebben, dan na verloop van
veertien maanden, te rekenen van de belegging.
De belegging kan vernieuwd worden, behoudens afbetaling
der verloopene interesfen, en wanneer het pand in waarde mogt
verminderd zijn, van een gedeelte der voorgefchotene fom, ge-
evenredigd aan die vermindering van waarde, welke door de
fchahers bepaald wordt.
Art. 35. Bij gebreke van aflosfing of vernieuwing der be-
legging binnen den bepaalden tijd, wordt het pand openlijk
verkocht.
Bij de bijzondere reglementen worden de wijze van verkoo-
ping , en de kosten, welke alleen daarbij in aanmerking zullen...”
|
|
| 20 |
 |
“...vallende, voegen bij het gezamen-
lijk bedrag der belastingen op het gemaal, en bij den prijs van
het mud graan, zoodanig als dezelve is geweest op de laatst-
gehoudene markt van die plaats, welker graanmarkt (volgens
de vroeger bij § 14 vermelde opgave) tot rigtfnoer wordt ge-
nomen. Dezelve Befturen zullen het gezamenlijk bedrag van
die onderfcheidene fommen verdeelen door het getal ponden
brood, welke het mud graan, overeenkomftig den vastgeftelden
grondflag, geacht wordt op te leveren; terwijl de fom, alsdan
verkregen wordende, de prijs zal zijn voor de vast te Hellen
zetting van het brood.
§ 20.
De veranderingen in de graanprijzen en de invloed, welke
deze veranderingen op den prijs van het brood moeten hebben,
zullen regelmatiglijk binnen de drie laatjie dagen van iedere
maand, op de bij § 19 voorgefchrevene wijze, geconftateerd
worden; zullende, naarmate van den uitilag van gemeld onder-
zoek , de op dat oogenblik beftaande zetting, voor de volgende
maand, of verlengd of gewijzigd moeten...”
|
|