Your search within this document for 'fom' resulted in 60 matching pages.
 
1

“...nogtans, dat dezelfde perfonen niet wederkeerig voor elkander borg zullen mogen zijn; en a°. Dat de perfonele borgtogt niet notarieel zal behoeven te worden verleden, maar bij onderhandfche akte, overeen- komftig een door de Administratie vast te ftellen voorfchrift, kunnen worden gefteld. Ten aanzien van zoodanige geringere verveeningen, af- of uitgravingen van turf of kluiten, wegens welke de accijns in hoofdfom, ten laste van denzeifden perfoon, in één vervee- hingssaizoen berekend kan worden de fom van vijftig gulden niet te boven te gaan, zal de daartoe gefielde ambtenaar, wan. neer de belastiogfchuldige van het Hellen van zekerheid mogt verlangen te worden verfchoond, zich verzekeren door het in confignatie nemen van het waarfchijnlijk bedrag van dit.ver- fchuldigde. Art. io. Alvorens het werk der veenderij of graving of ult- steking te beginnen, zal degene, welke daartoe confent heeft verkregen, gehouden zijn, by iedere afzonderlijke of afgefchei- dene partij, hetzij groot, hetzij klein...”
2

“...of let- ters van het confent, of van het vroeger dan op den bepaalden tijd wegnemen van dat paaltje of plankje, zal de ambtenaar, die een of ander heeft ontdekt, daarvan dadelijk aan den be- langhebbende eene fchriftelijke kennisgeving doen ; en wanneer deze in gebreke mogt blijven, om het ontbrekende binnen twee- maal vier en twintig uren , na den ontvang dier kennisgeving, te herftellen, zal daarin van wege. de Administratie, ten koste van den nalatige, worden voorzien, welke kosten echter de fom van twee gulden, voor elk ontbrekend of onvoldoend paaltje, niet zullen mogen te boven gaan. Art. ii. Zoo ras ééne of meerdere afzonderlijke of afgefchei- dene partijen of partijtjes gefpreid veen geriemd en geftreept, of ééne of meerdere partijen turf of kluiten af- of uitgeftoken of uitgegraven zijn,,zal degene, aan wien het confent is verleend, aan den ambtenaar, die hetzelve heeft uitgegeven, of aan den door deze tot opneming daarvan gemagtigden meter of taxateur, eene nadere, meer naauwkeurige...”
3

“...perfonen niet wederkee- rig voor elkander borg zullen mogen zijn. 2°. Dat de perfonele borgtogt niet notarieel zal behoeven, te worden opgemaakt, maar bij onderhandfche akte, over- eenkomdig een door de Administratie vast te (lellen voor- fchrift kunne worden gefteld. Ten aanzien van zoodanige geringere verveeningen, afïlekin- gen, of af- of uitgravingen van turf of kluiten, wegens welke de accijns in hoofdfom, ten laste van denzelfden perfoon, in één verveeningsfaizoen, berekend kan worden de fom van f 50 niet te boven-te gaan, zal de daartoe gedéldé ambtenaar, wan- neer de belanghebbende van het (lellen van borg mogt verlan- gen te worden verfchoond, zich mogen verzekeren, door het in confignatie nemen van het waarfchijnlijk bedrag van dit ver- fchuldigde. Art. 10» De verpligting tot het (lellen van paaltjes bij elke, partij veen of turf, in art. 8 der wet op dit middel, van den 26Hen December 1833 (Staatsblad n°. 72), voórgefchreven, zal ten aanzien der irreguliere veenen niet worden...”
4

“...turf of kluiten, bij andere niet opgenoraen Of niet getaxeerde partijen waren verzet, of dat ééne of meer- dere niet ppgenowen of. getaxeerde partijen turf of kluiten roet eenig teeken van opneming of taxatie waren voorzien, zal de verveender daarvan dadelijk worden verwittigd, en wanneer de- ze in gebreke mogt blijven , om het ontbrekende binnen twee- maal vier en twintig uren te herd éllen, zal daarin van wege de Administratie, ten koste der nalatigen, worden voorzien, welke kosten echter de fom van twee gulden voor elk ontbre- kend of onvoldoend, paaltje niet zullen mogen te boven gaan. Art. 95, bJadat al de turf, dien iemand, gedurende het fti» zoen der verveening, iteking of graving van den turf,.heeft gebaggerd , gedoken of gegraven, zal zijn opgenomen en ge- taxeerd , zal hij daarvan de taxatiebiljetten, vóór het uiteinde van de maand October van ieder jaar, moeten dellen in handen van den ontvanger, welke daartoe zal worden aangewezen} welke ontvanger, tegen intrekking van dezelve...”
5

“...voor handel naar buiten het Rijk, of wel door aflevering tot inflag onder eigen beheer of met dadelijke betaling van den accijns, ten kantore van den ont- vanger, ter plaatfe van het entrepot; een of ander voor'eene hoeveelheid van niet minder dan acht duizend ponden of twee en negentig mudden, ten zij, in het laatfte geval, voor het over- geblevene eener party. Art. 4. De termijnen van cfediet zullen zich regelen naar het opgenomen bedrag van den accijns. Wanneer de accijns niet te boven gaat de fom van vijf honderd gulden principaal, zal de betaling in eens moeten gefchieden, bin- nen drie maanden na de dagteekening der aangifte. Wanneer dezelve de vijf honderd, doch niet de duizend gulden te boven gaat, zal zulks moeten gefchieden in twee termijnen, te weten: De eerfte helft binnen de drie maanden en de wederhelft bin- nen de zes maanden na de dagteekening, als boven. Laatftelijk, wanneer dezelve de duizend galden te boven gaat, ial zulks moeten gefchieden in drie termijnen, te weten: van...”
6

“...634 A C C IJ N S E N. Besluit van den igden February 1834-, houdende een reglement op den vrijdom der accijnjeri op den turf en de Jleenlolen , voor fom— mige fabr ijken, trafijlen en tal- ken van nijverheid en werkzaam- heid verleend. Wij WILLEM, enz. Gezien art. 34 der wet van den 26ften December 1833 (Staats- blad n°. 72), houdende een’ accijns op den turf, en art. 6 der wet van dienzelfden dag (Staatsblad n°, 73), houdende een’ accijns op de fteenkolen; Gezien art. 33 van het reglement op de irreguliere veenderijen, van den löden Januarij 1834 (Staatsblad n°. 3); Willende de noodige voorzieningen vastflellen , zoo omtrent de toepasfing van den, bij dezelve artikelen, verleenden vrijdom van den accijns, ten behoeve van fommige fabrijken, trafijken en takken van nijverheid en werkzaamheid, als ter voorkoming, dat x van dien vrijdom misbruiken worden gemaakt; Op de voordragt van Onzen Minister van Financiën, van den 7den Januarij laatstleden; m Den Raad van State gehoord; Gezien het nader...”
7

“...afgefcheiden zij, en hetzelve met een fl.ot van wege de Administratie worde voorzien. Art. 137. Geene aangifte in eens of bij elkander van dezelf- de foort van goederen, die bij de waarde zijn belast, zal wor- den aangenomen, indien de waarde wordt opgegeven meerder te bedragen, dan vier duizend gulden, ten zij de aangifte mogt zijn gefchied naar de prijscourant, in art. 123 gemeld, of de aard der voorwerpen of andere omftandigheden de fplitfing der partij in gedeelten, ter waarde van dezelve fom of daar bene- den , redelijker wijze mogten ondoenlijk makendes nóods ter beoordeeling van den in loco of naastbijzijnden ambtenaar, hoo- ger in graad, dan de ontvanger. Art. 138.' Nadat al de ter zee aangebragte goederen, verge- leken met de generale verklaring, overeenkomftig de wet gelost zyn, zal eene acte van afrekening door den ontvanger worden opgemaakt en aan den fchipper uitgereikt. Deze acte zal, bij het wederuitvaren, op de uiterfte wacht moeten worden vertoond en overgegeven. Art. 139...”
8

“...aanplakking in de gemeente worden bekend ge- maakt , en wel ten zelfden dage, waarop die dagvaarding be- teekend is, De gewone fignificatie van het vonnis zal worden vervangen door aanplakking van hetzelve, op den voet, hiervoren be- paald. En zal de termijn van oppofitie of appèl gerekend wor- den te beginnen van den dag dier aanplakking. Art. 252. Wanneer meer dan ééne aanhaling op onbekenden gefchied is onder het resfort van dezelfde regtbank, en de waarde van elke aanhaling afzonderlijk de fom van vijf en twin* tig gulden niet te boven gaat, zullen de dagvaardingen in één exploit begrepen kunnen worden en de actiën gezamenlijk voor de regtbank aangebragt, te diep eifecte, dat daarop by een en hetzelfde vonnis zal regt gefproken worden. Art. 253. Kleinigheden, hieronder uitgedrukt en aangehaald...”
9

“...gevonden zijn. Evenzeer zal de benadering op denzelfden voet, volgens het daartoe aan den directeur tijdig te kennen te geven verlangen van den benaderaar, kunnen effect hebben, indien meerder wordt bevonden, dan is aangegeven, mits de benaderaar op zich ne- me, vóór de aanvaarding der goederen ten kantore te fourne- ren, de boete en fuppleüe, volgens art, 215, naar gelang al of niet meerder dan één twaalfde is verzwegen, te betalen val- lende , en het montant, waarvan zal (trekken in mindering der fom, door den benaderaar aan den benaderden verTchuldigd. Art. 266. Na de toewijzing en voldoening aan de voorfchre- vene bepalingen, zullen de benaderaars over de benaderde goe- deren naar welgevallen kunnen befchikken, en zelfs met den henaderden wegens de teruggave zich mogen verdaan. DRIE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK. Van de borgtoglen, credieten en betalingen• Art. 267. Alle horgtogten, welke bij de wetten van de in- voerders of andere belascipgfchuldigen worden gevorderd, zullen worden gefield ten...”
10

“... zullen hebben kennis gegeven aan den ontvanger. 'h ,j;A Art. 276. Wanneer de perfonele cautien drie honderd gulden en daar beneden bedragen , zal de ontvanger genoegen kunnen nemen met eenen oiiderhandfchen gelégalifeerden borgtogt.. wel- ke echter behoorlijk zal moeten worden geregistreerd, en waar- bij zullen moeten worden in acht genomen dé bepalingen van het voorgaande artikel, onder de letters b, c, e en f. Art. 277. Wanneer een doorloopend crediet verleend wordt voor den accijns, en de fom, vöor wélke zekerheid moet ge- field worden, meerder zal bedragen dan vijf duizend gulden, zal de volgende korting op het bedrag van den te fielten borg- togt kunnen worden toegelaten;...”
11

“...A C C IJ N S E N. 855' Wet van den gden Junij 1830, hou- dende nadere regeling der middelen tot voorziening in de uitgaven , be- grepen in de eerste afdeeling der Staatsbegrooting, aanvang nemende met 1830. Wij WILLEM, enz. Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, falut! doen te weten: Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat bij art. 1, § f der wet van den 24den December 1829 (Staatsblad n°. 76) bepaald is, dat eene fom, niet te bovengaande die van drie millioenen, honderd duizend gulden (ƒ 3,100,000), uit de op- brengst der regten op den in-, uit- en doorvoer, het buiten- landsch tonnegeld, de watertollen en de baak- en vuurgelden, zal worden afgezonderd, tot aanvulling der inkomden tot dek- king van de gewone Staatsbehoeften, en zulks tot zoo lang te dien einde andere middelen zullen zijn daargedeld; Dat het wenfchelijk is, die middelen zoodanig te regelen, dat dezelve met den iflen Januarij 1831 kunnen ingevoerd en beltemd worden, om te helpen voorzien in de uitgaven, be- grepen...”
12

“...last even zeer kan worden verligt; Dat ook, bij den verhoogden ftand van de werkelijke rente- gevende fchuld en van de uitgeftelde fchuld, met de daartoe behoorende kansbiljetten, het .vermogen van de amortifatiekas op den duur niet voldoende is, om den jaarlijkfchen overgang van de uitgeftelde fchuld tot de werkelijke fchuld, noch ook de vernietiging van uitgeftelde fchuld en kansbiljetten, overeen- komftig de bepalingen van de wet van den 9den Februari) 1818' te verzekeren; Dat de jaarlijkfche fom voor inkomften van dezelve kas, op de begrooting van ’s Rijks uitgaven gebragt, niet kan verhoogd worden, zonder aan de ingezetenen in het algemeen nieuwe lasten op te leggen, welke, bij eene nog meer toenemende waarde van de fchuld, fteeds zwaarder zouden moeten worden; Dat intusfchen de gedane toezeggingen vervuld en de ver- kregen regten heiliglijk geëerbiedigd behooren te worden; Dat mitsdien zoodanige middelen van voorziening.de verkies- lijkfte zijn, waaraan de belanghebbenden zich vrijwilliglijk...”
13

“...verminderde heffing der op- centen , in art. 34 bepaald. Daartegen zullen al de verpligtingen van deze inilellingen op het amortifatie-fyndicaat overgaan. JVijsce van voorziening in de buitengewonó behoeften van de fchatlist. Art. 3. Aan het amortifatie-fyndicaat wordt opgedragen het beheer van ’s Rijks domeinen. Art. 4. Het amortifatie-fyndicaat zal gehouden zijn te vol- doen aan de volgende verpligtingen: a. Om, over den jare 1823, en voorts jaarlijks, aan ’sRijks fchatkist uit te keeren eene fom van f 190,000, waarop gefchat is de zuivere opbrengst der domeinen, bij de wet van den 25(len Mei 18 r<5 (Staatsblad n°. 25) aan Onzen beminden Zoon, Prins Frederjk der Nederlanden, overgedragen. b. Om, aanvankelijk over 1823, en voorts jaarlijks, het noodige voor te fchieten tot aanvulling van de inkomlten der groote communicatien van het Rijk, ten einde de- zelve in Haat te Hellen, om te dragen de interesfen en aflosfingen van de negotien , daarop gevestigd. c. Om te voldoen aan al de verpligtingen...”
14

“...1823 , aan ’s Rijks fchackisc te verftrekken eene fom van ten hoogfte dertig millioen gulden , welke fom zal kun- nen worden aangewezen of gebruikt tot de volgende on- derwerpen s i°. Tot voltooijing der groote land- en watercommuni- catien van het Rijk. 2°. Tot aanvulling van het te kort, dat mogt bevonden worden te beftaan bij den geheelen afloop der werk- zaamheden van de algèmecne commisfie van liquida- tie, en tot betaling van het mogelijk verfchuldigde aan vreemde Mogendheden, of wei derzelver onder- danen , wegens nog niet afgeloopene vereveningen. 3°. Tot buitengewonen aanbouw van fchepen en vaartui- gen van oorlog, ter vervanging der door ongelukken vernietigde óf der gedoopte. 40. Tot het aanvullen van het afzonderlijke fonds voor de bevestiging en wapening van het Zuidelijke fron- tier; en 50. Tot aanvulling van het te kprt op de dienst van den jare 1822. Art. 5. Bij de wet zal jaarlijks worden bepaald welk ge- deelte der fom, in het voorgaande artikel vermeld, in de fchat- kist...”
15

“...geldemaking zal het fyndicaat, telkens op den iften Mei en iften November van elk jaar, aan Ons doen blijken. Art. 12. Tot vinding van de fommen benoodigd, zoo om de verfcbuldigde renten van het voorfchreven kapitaal van ƒ68,000,000 te voldoen, als om fuccesfivelijk wederom een gelijk kapitaal te kunnen inkoopen en vernietigen, zal jaarlijks, te beginnen met het jaar 1823, aan het amortifatie-fyndicaat worden verftrekt eene fomme van ƒ 2,040,000, met dien verftande, dat al hetgeen van voorfchreven fom van ƒ 2,0,40,000 zal komen over te fchieten, na afbetaling der verfchuldigde renten, dadelijk zal worden be- lleed tot inkoop van werkelijke fchuld, welke ingekochte fchuld telkens vernietigd zal worden op den iilen Januarij van het vol- gende jaar. Art. 13. De voorfchreven fomme van ƒ 2,040,000 zal jaarlijks, te beginnen met den jare 1823, op de tweede afdeeling der be- grooting van Staats-uitgaven worden gebragt, ten ware dezelve door andere middelen kuhne worden gevonden. Middelen ter executie...”
16

“...of certificaat van uitgeftelde fchuld, groot duizend gulden, zal met een daarbij gevoegd kansbiljet, ter gelijke fom, worden aangenomen voor een kapitaal van vijftig gulden; die Van mindere fommen tiaar dezelfde evenredigheid. Art. 21. Om te gemoet te komen aan hen, welke niet in evenredigheid bezitters zijn van uitgeflelde fchuld en kansbiljet- ten , zoo wordt denzulken toegeftaan, om uitgeftelde fchuld zon- der kansbiljetten of kansbiljetten zonder uitgeftelde fchuld, ter verwisfeling, aan te bieden; in welk geval aan een nominaal ka- pitaal van duizend gulden uitgeftelde fchuld wordt toegekend eene waarde van tien gulden vijf en twintig cents, en aan elk kansbil- jet eene waarde van negen en dertig gulden vijf en zeventig cents. Art. 22. Elke honderd gulden fchuldbekentenisfen van het fyn- dicaat der Nederlanden zullen in deze verwisfeling w'orden aange- nomen Voor eene fom van honderd twaalf gulden. Art. 23. De renten van de uit te geven fchuldbekentenisfen van het amortifatie-fyndicaat...”
17

“...en andere gedichten van liefdadigheid, de nog bedaande weesmeesteren of commisfarisfen, met de voort- durende verevening of met de afdoening van de zaken der wees- kamers belast, alsmede de gemeente- en andere openbare bedu- ren , worden, bij deze, gemagtigd, om aan de aangebodene ver- wisfeling deel te nemen._ Art. 29. De achtde uitloting der uitgedelde fchuld, welke op den iden Maart 1823 zal plaats hebben, zal gaan over een mon- tant van vijf millioenen gulden, en zal nog vóór dien tijd eene fom vijf millioenen gulden uitgedelde fchuld, met de daartoe be- hoorende kansbiljetten, door middel van het amortifatie-fyndicaat worden vernietigd, welk alzoo vernietigd kapitaal in de volgende lotingen niet zal worden begrepen. Art. 30. Ten gevolge van het vastgedelde, bij art. 21 van de wet van, den 9den Februari) 1818 , zal in 1824 en vervolgens jaarlijks worden voortgegaan met de uitloting van vijf millioenen uitgedelde fchuld en met de vernietiging van andere gelijke vijf millioenen, zoodat...”
18

“...honderd in het jaar, als bevattende dezelve fom het geraamde bedrag ter in te wisfelen uitgeftelde fchuld, kasbiljetten en fchuld- bekentenisfen van het fyndicaat der Nederlanden. Art. 36. Van het voorfchreven kapitaal van honderd zestien millioen gulden zal nogtans niet meerder mogen worden uitgege- ven , dan noodig is, om te voldoen aan de te dezen bepaalde verwisfeling en aankoop van werkelijke fchuld, tot ondergang der uitgelote en niet ingewisfelde kansbiljetten en uitgeftelde fchuld. Er zal opening van het tot voorfchreven einde benoodigde aan de Algémeene Rekenkamer, bij het aanbod tot registratie der nieuwe fchuldbekentenisfen, worden gegeven. Voorfchriflcn omtrent de nationale werlelijhe fchuld en de wijze van rentebetaling der zelve. Art. 37. De zorg voor de halfjarige rentebetaling der nationale werkelijke rentegevende fchuld wordt, aanvankelijk met /den iften Julij 1832, opgedragen aan het amortifatie-fyndicaat. Te dien einde zal de fom van f 15,650,000, in de tienjarige begrooting...”
19

“...g52 AMORTISATIE- SYNDICAAT. 46 dezer wet, zal vermeenen in het volgende jaar tot verdere aan- koop van fchuld te kunnen belleden. Art. 43. Door eene wet zal vervolgens bepaald worden, wel- ke hoeveelheid der voorhanden gelden tot aankoop van fchuld zal worden beftemd; die inkoop zal fuccesfivelijk, en , zoo veel mogelijk, in gelijke hoeveelheden gefchieden, zoodanig, dat in ieder kwartaal een vierde gedeelte der tot inkoop beftemde fom belleed worde. Art. 44. Bij de bijzondere tienjarige overweging der fchuld zal door eene wet worden bepaald, of, en in hoe verre, in de in- komlten, die aan het amortifatie-iyndicaat aangewezen zijn, eeni- ge verandering' zal plaats hebben; de alsdan aan het amortifatie- fyndicaat aan te wijzen inkomlten zullen wederom voor een tien- jarig tijdvak worden vasrgelteld, en een deel der tienjarige be* grodting uitmaken. Art. 45. Gelijktijdig zal door eene wet bepaald worden, of, en zoo ja, hoeveel van de ingekochte fchuld zal worden vernie- tigd, terwijl het...”
20

“...be- fchouwd. Art. 25. Ten einde dezen maatregel zoo voordeelig moge- lijk voor de rentheffers van den Staat te doen zijn, en dezelve aldus gegronde hoop te geven op het trapsgewijs herdel hunner geleden verliezen, zal de intrekking van de uitgedelde fchuld, hetzij door overgang in de werkelijke fchuld, hetzij door da- delijke inkoop of vernietiging van dezelve uitgedelde fchuld, worden befpoedigd door middel eener door Ons te creëren amortifatie-kas, aan welke, boven en behalve eene jaarlijkfche fom van twee millioenen guldens, en de aan dezelve, volgens het hiervoorgaande art. 20, eventueel te vervallene kapitalen, zoodanige verdere fondfen zullen worden toegevoegd , als door de Staten - Generaal jaarlijks, op Onze voordragt, zal bepaald worden. Ars. 25. Ten einde geregeld en zonder het opleggen van eenige nieuwe lasten in de tegenwoordige behoeften van ’s Landj...”