Your search within this document for 'fom' resulted in 48 matching pages.
 
1

“...veel de fehenkingen onder de levenden betreft, en van één jaar, na de inlevering der memorie van aangifte voor het regt van fuccesfie, voor zoo veel de legaten of erfmakin- gen aangaat. Art. 2. De Gedeputeerde Staten der provinciën zuilen aan het verleenen van autorifatie op de befturen der publieke ge- ftichten , tot aanvaarding van fehenkingen of legaten in geld of mobilaire goederen , welker waarde de fom van honderd een en veertig gulden en vijftig centen (ƒ. 141.50) niet te boven gaat, fteeds de voorwaarde hechten van de betaling aan ’s Rijks fchat- kist, eene fom, gelijkftaande aan het regt van ihccesfie, op den voet Onzer befluiten van den 3iften Maart 1820, n°. 89, en i2den Januarij 1824, n°. 38. Art. 3. Wanneer door befturen van publieke geftichten of inrigtingen eenige daad van eigendom wordt gepleegd, op goe- deren van welken aard ook, ten aanzien van welker aanvaar- ding eene autorifatie benoodigd was, zonder dat zij die auto- rifatie hebben bekomen, of wanneer derzelver in bezittreding...”
2

“...ARMENBESTUUR. 45 Gehoord het rapport van den Minister van. binnenlandfche taken; Hebben goedgevonden en verftaan: i°. De Minister van binnenlandfche Zaken te magtigen om zorg te dragen, dat aan alle Israëlitifche gemeenten bin- nen het Rijk op de ftedelijke begrootingen worde toege- kend eene jaarlijkfche fom, gegrond op en berekend naar het aantal harer zielen, in vergelijking met die der ove- rige gezindheden, en zulks ook voor zoodanige alge- meene bedeelingen, onderftahd en hulp aan armen en zie- ken , welke aan andere ingezetenen zijn toegekend, en waarin de Israëliten niet dadelijk deelen. 2°. Den Directeur-Generaal voor de zaken van de Hervorm- de en andere eeredienften, behalve die der Roomsch- Katholijke, aan te fchrijven, om, althans in de grootere Israëlitifche gemeenten, en voor zoo verre zulks uitvoer- lijk is, het kerkbefluur van het armbeftuur te doen af- fcheiden, en dienvolgens de jaarlijkfche begrooting te doen fpütfen, en om wijders al zoodanige inllructien en reglementen...”
3

“...het vermogen wordt opgedragen, om over eenige pen- ningen te kunnen befchikken. Art. 3. De bovengemelde opgegevene fommen zullen wor- den ingevorderd, hetzij per wisfel, asfignatie, of op andere voegelijke wijze; en zullen daarvoor worden afgegeven quitan- tien, door prefident en leden der afdeeling van Financiën ge- teekend. Art. 4. De ingekomen gelden worden gedeponeerd in de bank van Amjlerdam, en gefield op naam der drie leden van de afdeeling van Financiën, met uitzondering echter van eene fom van drie duizend gulden, die bij den kasfier zullen worden gedeponeerd, om te ftrekken ter goedmaking van dagelijkfche uitgaven, en om alle vertraging in de behandeling van zaken...”
4

“...MAATSCHAPPIJ van WELDADIGHEID. 5g voor te komen. Naar mate deze fom door te doene uitgaven mogt worden verminderd, zal dezelve uit de in de bank be- rustende gelden worden aangevuld. Art. 5. Alle uitbetalingen zullen alleen gefchieden op dispo- fitie van de afdeeling, met de loopende werkzaamheden belast, of deze niet vergaderd zijnde, op die der permanente com- misfie; echter niet dan onder de volgende bepalingen: I. De uitbetalingen zullen alleen gefchieden op asfignatie, afgegeven door.de permanente comnjisfie, met voorken- nis van Z. K. H. Prins frederik, geteekend door twee van hare leddh, en gecontrafigneerd door den tweeden asfesfor. II. Bij iedere asfignatie kan alleenlijk worden befchikt over eene fom, tot een bijzonder einde bedemd; mogende geene meerdere posten van uitgave in ééne en dezelfde fom begrepen zijn. III. Het object, waarvoor de fom betaald wordt, moet iri de asfignatie zijn uitgedrukt, en daarbij het befluit van de Commisfie van Weldadigheid worden aangehaald, dié...”
5

“...WELDADIGHEID. voorkennis van Z. K. H. Prins frederik, als prefident der commisfie, gefchieden, en door de gezamenlijke leden der per- manente commisfie, volgens model n°. 2, geteekend moeten zijn. Evenwel zal, bij abfentie van Z. K. H. Prins frede- rik , de tweede asfesfor, in dringende gevallen, met voorken- nis van de leden der permanente commisfie, over eene fom van f 3000 befchikken kunnen, en daarvoor, zulks doende, afgeven eene quitantie, volgens model u°. 3; doch zal dezelve gehouden zijn, de goedkeuring van Z. K. H. deswege binnen 14 dagen na datum zijner traite aan de afdeeling van Finan- ciën te doen toekomen, of wel, gezegde fom te restitueren. Art. 7. Alle posten van ontvang zullen door de afdeeling van Financiën gebragt worden op naam van de fub-commisfien der (leden en plaatfen; of van die der corporatien, door welke dezelve worden overgemaakt; gelijk mede op naam van ieder’ bijzonder peTfoon, die aan de MaatfchappiJ eenige gift fchenkt. Voor dit bedrag zullen de boeken worden ...”
6

“...levenslang het vruchtgebruik daarvan behou- den, onder voorwaarde van een goed zedelijk gedrag, en tegen betaling eener matige huur, nader te bepalen. Art. 16. Kost en kleederen worden aan ieder huisgezin, tot den tijd toe, dat de grond, aan hetzelve toegewezen, het noodige verfchaffen kan, van wege de Maatfchappij gegeven, en het bedrag daarvan , benevens alle verdere uitgaven, ver. eischt om'een huisgezin in ftaat te ftellen, om door den land- bouw zich te onderhouden, bijéén getrokken; en van deze fom zal in het vervolg, nadat gebleken zal zijn, dat zulks zonder al te drukkend bezwaar voor de kolonisten gefchieden kan, zes per cent intéresten, als huur van huis en land, door dezelve betaald worden. De afdeeling tot de werkzaamheden zal zor- gen, dat met ieder hoofd des huisgezins in het bijzonder eene rekening gehouden worde. Te dien eind£ zal elk zoodanige een boekje ontvangen, waarop de gelden ten behoeve van zijn huisgezin worden aangeteekend, welke aanteekening altijd zal moeten gefchieden-...”
7

“...MAATSCHAPPIJ van WELDADIGHEID. 73 wat door het huisgezin jaarlijks wordt afbetaald, zoo op de fchuld , door hetzelve te zijner vestiging gemaakt, als op de fom, die door hetzelve als huur betaald wordt. Art. 4. Zoodra de hoofdfom is afbetaald, houdt de jaarlijk- fche contributie van f 25 per perfoon op, en zij, die het ka- pitaal ter vestiging van het huisgezin hebben opgebragt, ver- krijgen daardoor een regt van eigendom op het huis en den grond, die aan hetzelve in vruchtgebruik is afgedaan. Art. 5., Over dezen eigendom echter zal nimmer anders kun- nen befchikt worden, dan ten behoeve en gebruike van armen, en niet anders, dan overeenkomftig de bepalingen, door de Maatfchappij van Weldadigheid gemaakt, en by fpeciaal con- tract nader te omfchrijven. Art. 6. De gemeenten, armenbefturen, corporatien en bij- zondere perfonen zullen, des verkiezende, de hoofdfom van f 1700, tot de vestiging van een huisgezin vereischt, zelven kunnen fourneren , en in dit geval geene contributie betalen,...”
8

“...2. Dat de vermelde bedelaars, bij voortduring, in de vermelde koloniën zullen verblijven ten kost’e der gemeenten, waar zij hun domicilie van onderftand hebben. Art. 3. Dat de voorwaarden, op welke de Maatfchappij van Weldadigheid de meergemelde bedelaars zal overnemen, zullen bepaald worden, bij een contract tusfchen den Minister van binnenlandfche zaken en waterftaat en de permanente Commisfie der Maatfchappij van Weldadigheid aan te gaan; terwijl de aan deze voor eiken bedelaar te betalene fom, in geen geval meer Maatfchappij aan te gaan, ter overneming in de Ommtrfchans enz. van een aanzienlijk getal bedelaars, uit de beide deelen des Rijks, tegen jaarlijk- fche betaling van ƒ 35 per hoofd enz. Deze voordragt, door Z. M. met welgevallen zijnde aangenomen, heeft dan ook dit befluit ten gevolge ge- had. Wij kunnen niet voorbij, onze lezers de lezing aan te bevelen van de redenen, welke aangevoerd worden in het tljdfchrift de Star, 1822, n°. 6, ten betooge, dat de door het Gouvernement...”
9

“...MAATSCHAPPIJ van WELDADIGHEID. * 107 den snogten erkend worden, eenige vermindering te moe- ten ondergaan. b. Dat, in zoo verre en zoo lang het getal der kinderen, in de koloniën der Maatfchappij te plaatfen, in eene pro* vincie niet zal zijn uicgeput, de fubiidie of gedeeltelijke fubfidie door de Provinciale Staten op de provinciale fondfen, of door de gemaentebeliuren op de gemeente- fondfen daarvoor aan te wijzen, nimmer zullen kunnen te boven gaan de fom van f 30 per hoofd, tenzij zulks moge dienen, om de kinderen te plaatfen in de landbou- wende koloniën, op de overeengekomene voorwaarden , of wel, dat mogt kunnen bewezen worden, dat zij voordeeliger elders kunnen worden onderhouden; en e. Dat, in het laatfte geval, de Provinciale Staten of de gemeentebefturen de keus zullen hebben, om, door er- kende bezuinigende middelen, in het lot der vondelingen en verlatene kinderen te voorzien. En zal Onze Minister van binnenlandfche zaken en water- ftaat, dien overeenkomftig, eene inilructie...”
10

“...VERBETERING der GEVANGENEN. i5g Art. 3$. Men zal aan eiken gevangene de vrijheid laten, om, naar zijne overtuiging en geweten, van de uit te deelen boeken en gefchriften, al dan niet, gebruik te maken. Art. 37. Het hoofdbeftuur zal, op voordragt van het be- ftuur over iedere afdeeling, de fom bepalen, welke, ten be- hoeve van dezelve, voor het fchool- en godsdienftig onder- wijs, en wat daartoe betrekkelijk is, zal kunnen befteed worden. Art. 38. Het bezoeken der gevangenen zal, ten minfte een- maal in elke week, door één of meer leden van het beftuur der afdeeling, plaats hebben; en wel op zoodanige tjjden, ais men met de collegien van regenten zal overeenkomen. II. ZORG VOOR DE ONTSLAGENEN. Art. 39. De befturen der afdeelingen zullen, zoo vroegtijdig mogelijk, onderrigt pogen te verkrijgen omtrent den tijd van ontllag, en het waarfchijnlijk beloop der uitgaanskas van die gevangenen, welke zich, volgens art. 5, lett. b, de bijzondere zorg des genootfchaps hebben waardig gemaakt, en alsdan...”
11

“...aanmerking komen, geheel afgefchei- den van de plaats zijner geboorte, het verblijf vóór zijne gevan» genneming, of den kerker, waarin hij was opgefloten. Art. 43. De beftureu der afdeelingen, zich eenen ontflagenen aantrekkende, voorzien in deszelfs eerfte en meest dringende be- hoeften; en zal hiertoe, in de eerfte plaats, het bedrag der uit- gaanskas worden belleed. Art. 44. Indien er geene uitgaanskas aanwezig is, of dezelve ontoereikende wordt bevonden, zal, tot het zoo even genoemd einde, eene fom van ten hoogfte vijf en twintig gulden mogen worden bedeed. Art. 45. De gezamenlijke uitgaven eener afdeeling, ten be- hoeve van een’ of meer ontflagenen, zullen niet mogen te boven gaan een vijfde gedeelte van dcrzelvef inkomften. En, ingeval...”
12

“...afdee- ling , onder welker resfort zij behooren, hierbij overleggende eene naamlijst der leden van hun correspondentfchap, en tevens in re- kening brengende de gedane uitfehotten, ten behoeve des genoot- fchaps. Art. 49. De thefaurieren der afdeelingen verantwoorden deze penningen, mitsgaders de bij hen ontvangene toelagen en giften, in de maand September van ieder jaar, aan den algemeenen the- faurier. Het zal aan de beduren der afdeelingen echter vrijdaan, van het bedrag dezer gelden zoodanige fom in kas te houden, als zij, ter beftrijding der vermoedelijke uitgaven,, voor de nog overige maanden des jaars, zullen vermeenen noodig te hebben; mits hiervan aan het hoofdbeftuur berigt gevende. Art. 50. Bij verhuizing van een lid des genootfdiaps, zal het beduur der afdeeling, of de correspondent der gemeente, waar het verhuisd zijnde lid woonachtig was, hiervan kennis geven aati het beduur der afdeeling, of den correspondent der plaats, waar de nieuwe woonftede gev.estigd is. En bijaldien zich...”
13

“...art. 5 niet beantwoorden, of na herhaalde vermaningen van een onverbeter- lijk flecht gedrag worden bevonden te zijn. Art. 9. Zij worden op kosten van het inftituut onderwezen en onderhouden. Art. 10. Van het laatfte worden echter uitgezonderd de zooda. nigen, welker ouders of naastbeftaanden daarin gedeeltelijk of ge- heel kunnen voorzien. Art. n. Hieromtrent wordt in dit geval, zoo doenlijk, tus- fchen de ouders of naastbeftaanden en de directie van het inftituut eene jaarlijkfche fom bepaald. Art. 12. Deze fom wordt alsdan jaarlijks, in het begin van Sprokkelmaand, aan het inftituut vooruitbetaald. Art. 13. De zoodanigen der doovén en ftommen, welke eenig- zins ten laste van het inftituut komen, moeten ieder een hand- werk of ambacht leeren. Art. 14. De directie van het inftituut bepaalt het handwerk of ambacht. Art. 15. Het inftituut houdt jaarlijks, na voorgaande bekend- making, een openlijk examen zijner kweekelingen. Art. 16. Het deelt daarna aan dezelve prijzen naar verdienften uit...”
14

“...commicté, art. 61 en volg. ge- meld , beklagen. Art. 103. Hetzelve voorziet daarin naar bevinding van zaken. Art. 104. De kweekelingen, welke geheel of gedeeltelijk door het inftituut worden onderhouden, dragen eene gelijke burgerlijke kleeding. Art. 105. Die geheel op eigen kosten is, kleedt zich naar zij- ne verkiezing. Art. 106. De administratie over zoodanige kweekelingen, wel- ke zich zelven geheel of gedeeltelijk onderhouden, en hierover met de hoofddirectie voor eene jaarlijkfche vaste fom niet zijn overeengekomen, is bij den laatst afgeganen rentmeester voor den tijd van twee achtereenvolgende jaren. Art. 107. Dezelve houdt de correspondentien, hieruit voort- vloeiende , en is wegens deze administratie aan de hoofddirectie verantwoordelijk. Art. 108. De hoofddirectie bezorgt aan de kweekelingen ge- paste vermaken, ten koste van het inftituut. VIJFDE HOOFDSTUK. Departementen. Art. 109. Tot dit inftituut behooren onderfcheidene departemen- ten , ter onderfteuning van hetzelve in het...”
15

“...hoofddirectie te melden. Art. tst. De departementen corresponderen over deze en alle andere zaken altijd met den fecretaris der hoofddirectie, uitgezon- derd in gevallen, bij art. 68 en 107 bepaald. Art. 122. Jaarlijks, terilond na het openlijk examen, ontvan- gen directeuren der departementen, voor al derzelver leden: i°. Het algemeen jaarlijks verflag der hoofddirectie. 20. Een borderel van de ontvangst en uitgaaf, waaronder eene naauwkeurige lijst van hetgene, hetwelk elk departement tot de geheele fom der ontvangene fournisfementen heeft bijgedragen. 3°. Eene naamlijst der tijdelijke directeuren, en het getal der leden in ieder departement. 4°. Eene naamlijst van de kweekelingen, die van het inftituut zijn bevorderd, of nog op hetzelve worden onderwezen, benevens eenige gefchriften van deze laatften. Art. 123. De tijdelijke inftituteur, hoofddirecteuren en direc- teuren in de onderfcheidene departementen zijn gehouden, tot achtervolging dezer artikelen, dezelve, bij hunne onderfcheidene aanftelling...”
16

“...admisfiebiljet door beftuurders of correspondenten ftaat uitge» drukt. Verbindtenis voor de ouders, voog- den of verzorgers van hinderen , welke als kweekelingen op het in- Jtituut tot onderwijs van blinden, te Amfterdam, aangenomen wor- den. Art. 1. Wij ondergeteekenden (1) van (2) aan den voet dezer nader omfchreven, verbinden ons, om dit kind, gedurende ten minde twee achtereenvolgende jaren, in het indituut te doen verblijven. Art. 2. Wij verbinden ons, om jaarlijks, als kostgeld, te voldoen eene fom van ........... gulden, te betalen alle .... maanden het ........ gedeelte, ingaande........ Voorts, om het genoemde kind te voorzien van de vereisch- te kleeding, volgens de onderdaande lijst, en op de eerde aanmaning voor derzelver herdel en vernieuwing te zullen zor- gen ; gelijk mede, om , ingeval van ziekte, het kind terdond terug te doen halen; of wel, bij onverhoopte fpoedige toene- ming der ziekte, of overlijden, tot de voldoening der kosten van geneesheer, heelmeester, medicijnen en begrafenis...”
17

“...EEREDIENST. 167 den geweest, zollen bij vervolg betaald worden; deze betaling zal gefchieden, naar mate dat de (laat van de publieke fchatkist zulks zal toelaten. Onze ïyiinisters van financiën en van de eeredienst zullen ons jaarlijks eene voordrage doen , omtrent de fom, welke daartoe zoude kunnen worden beftemd, eii die in de algemeene be- grooting zal moeten begrepen worden; Wij zullen de verdee- ling van deze fom voor de verfchillende gezindheden regelen. Art. 3. Al de betalingen, welke aan de geestelijken der ver- fchillende gezindheden worden toegeftaan, zullen door de pu- blieke fchatkist gefchieden. Die betalingen, welke'thatis wor- den gedaan uit plaatfelijke of andere kasfen, of publieke fond- fen, welke niet in eigendom aan eenig 'godsdienftig genootfehap tóebehooren, zullen met den aanvang van den jare 1810 op- houden. De kerkelijke goederen en fondfen, welke zijn onder de ad- ministratie van plaatfelijke befturen, of onder andere publieke beheering, en welke mitsdien geen...”
18

“...omtrent de ilirigting der predi- kants-beroepingen, als kunnen dienen ten grondflag der bijzon- dere reglementen, welke in de onderfcheidene provinciale res- forten, naar derzelver omftandigheden, kunnen worden vastge- field. Art. 29. Insgelijks zullen verordeningen worden gemaakt, ten einde de plaatfelyke kerkenraden op de voor de zaak van de godsdienst en de belangen van de gemeenten meest voordee- lige wijze in te rigten. Art. 30. Voor de klasfikale uitgaven en onderhoud zal uit ’s Rijks kas eene fom van veertien duizend gulden jaarlijks wor- den toegeftaan, om door het meergemeld Ministerieel departe- ment onder de klasfen verdeeld te worden (1). Er zullen doelmatige en algemeen werkende fchikkingen ge- maakt worden tot bepaling der uitgaven voor het klasflkaal be- ftuur; de meest eenvoudige en zekerst werkende middelen zul- len worden bij de hand genomen, om in het te kort te voor- zien , op eene voor de gemeenten en andere belanghebbenden mindrukkende, en, zoo veel mogelijk, gelijkwerkende...”
19

“...fe- cretaris en fecundus, en den qutestor van de Synode, alsmede de leden der kerkbeduren, waarvan de benoeming bij het regle- ment aan Ons is gereferveerd; mitsgaders të zijner tijd de leden der eerde Synodale vergadering, welke op den eerden Woens- dag, in de maand Julij 1816, zal behooren bijeen te komen. Art. 6. Hij zal Ons dienen van confideratien en advies enz. Art. 7. Voor de, kosten van de Synode en van de provin- ciale kerkbeduren, over den jare 1816, wordt als maximum be- paald eene fom van zestien duizend gulden, waarvan de verdee- ling en het gebruik zal geregeld worden door Onzen Commis- faris-Generaal, belast met de zaken der Hervormde kerk. Art. 8. Onze Commisfaris-Generaal voornoemd zal, na des- wege de noodige informatien te hebben ingenomen, de vereisch- te voordragten doen, tot regeling van het beduur der kerken in de Zuidelijke provinciën, en in Nederlandsch Oost- en Westin-...”
20

“...de HERVORMDE KERK. s4i Art. 22. De examinandus zal, vóór men tot het examen overgaat, betalen eene fom van vijf en twintig gulden, ten be- hoeve van de algemeene weduwen-beurs. Art. 23. Het examen wordt afgenomen in de Nederduitfche, Tranjche, Engelfche of Lntijnfche talen. Art. 24. Bij ieder examen zullen al de tegenwoordig zijnde léden der vergadering aan hetzelve deel nemen, en te dien ein- de de werkzaamheden zoodanig verdeelen, dat elk der leden meer bepaaldelijk in een der vakken, art. 29 opgegeven, exa- minere; doch zal deze verdeeling nooit aan den examinandus vooraf bekend gemaakt worden. De ouderling zal, zulks begeerende, zich van voorfchrevene werkzaamheden kunnen verfchoonen. Art. 25. Indien eenig lid van het Provinciaal kerkbeftuur tot den vierden graad van bloedverwantfchap of zwagerfchap den examinandus beftaat, zal zoodanig lid geenerlei deel aan het examen mogen nemen, maar deszelfs fecundus zal worden opgeroepen, indien dezelve in de vergadering niet reeds tegen- woordig...”