| 1 |
 |
“...het rëglement voor de teekenfcho-
len; en 2°. benoeming der leden van den raad van
beftuur, van den 8ften January 1820................ „ .336
Reglement voor de Koninklijke akademie van
beeldende kunften te Amfterdam..................... „ 337
Inftrnctie voor de directeuren of onderwijzers bij
de Koninklijke akademie der beeldende kunften te
Amfterdam ................ . . . . . . . . ... „ 347
Reglement voor de teekenfcholen............... „ 350
Befluit, houdende aanwijzing' eener jaarlijkfche
fom op ’s Rijks fchatkist, tot aankoop ,van kunst-
werken van levende Nederlandfche meesters, van
den 25ften Maart 1827.....:......................... „ 352
Befluit wegens het onderwijs in het reekenen,
van den roden October 1829, n°. 82................... „ 353
Plan voor de inrigting van het onderwijs op de
teekenfcholen..................................... „ 354...”
|
|
| 2 |
 |
“...en op
de plaatfen, waar dit onderwijs met eene ftedelijke inrigting
van genees- of heelkundig onderwijs verbonden is , moeten ge-
geven worden.
Art. 51.' Het minimum van het traktement der profesforen
aan de athensea wordt bepaald op f 1600, wordende de (lede-
lijke beduren in plaatfen, waar de athensea geheel ten koste
der deden komen, uitgenoodigd dit beginfel in het oog te hou-
den;
Art. 52. De curatoren van de athensea te Harderwijk en
Franeker zullen jaarlijks de begrooting opmaken van de fom-
men, welke in bet volgende jaar benoodigd zullen zijn en aan
het Departement van Binnenlandfche kaken inzenden, om Ons
ter goedkeuring te worden aangeboden.
DERDE HOOFDSTUK.
Hooge/c fiolen.
Art. 53. Er zullen op het tegenwoordig grondgebied der
Vereenigde Nederlanden drie hoogefcholen zijn , aan welke
niet alleen de dudien tot bekoming van wetenfchappelijke gra.
den zullen voleindigd, en die graden zelven toegekend wor-
den , maar aan welke, dien ten gevolge, in al de voornaam-
ste deelen van...”
|
|
| 3 |
 |
“...akademifchen fenaat, zonder dat men echter uit
dien hoofde eenige aanfpraak op de voortduring van het
regt op de emolumenten zal kunnen maken;
2°. Op een penfioen van f 500, en verhooging voor elk
dienstjaar boven de 5 jaar van $§ deel van het trakte-
ment, dat men bij het vragen van zijn penfioen heeft,
tenzij men in het geval van art. 133 de verhooging van
| bekomen heeft, wanneer het penfioen ilechts naar het
oorfpronkelijke traktement zal worden berekend; kunnen-
de echter nimmer het penfioen de fom van het traktement
te boven gaan.
Art. 140. Wanneer een hoogleeraar den ouderdom van 70 ja-
ren bereikt heeft, zal hij op gelijke wijze, als in het vorig
artikel vermeld is, doch met behoud van zijn volle traktement
en emolumenten, aan zijnen post verbonden, van zelf emeritus
zijn, met de faculteit echter van te kunnen blijven onderwij-
zen ;• zullende, dien onverminderd, in dit geval echter altijd,
tot verligting der werkzaamheden, een tweede profesfor, hetzij
ordinair, hetzij extraordinair, in...”
|
|
| 4 |
 |
“...benoodigde uitgaven zal kunnen berekend
worden.
Art. 167. De bibliotheken, thans aan de hoogefcholen en
athenaea aanwezig, blijven aan de dichtingen toebehooren, waar
zij zich thans bevinden. De athenaea van Franeker (1) en
Harderwijk blijven in het bezit der bibliotheken, welke te vo-
ren aan de in Frièsland en Gelderland gevestigde akademien heb-
ben toebehoord.
■ Art. i(58. Aan iedere der hoogefcholen van Leyden, Utrecht
en Groningen zal op de jaarlijkfche begrooting harer uitgaven
eene ruime fom worden toegedaan tot het aankoopen van de
meest belangrijke werken, die zoowel binnen het Rijk als bui-
ten ’s lands uitgekomen zijn of verder uitkomen zullen.
Art. 169. Van dit fubfidie zal een derde komen ten behoeve
der natuurkundige wetenfehappen (al de takken van natuurlijke
CO Zie befluit van den ijden Junij 1818....”
|
|
| 5 |
 |
“...et verzoek daartoe, een getuigfchrift van den hoogleeraar of
de hoogleeraren, bij welke het beftuur van de inrigting is,
overleggen, waarbij verklaard wordt, dat men op den duur
over hunne vlijt en goed gedrag wel tevreden is.
ZESDE TITEL.
Over de inrigtingen tot aanmoediging en onder-
Jieuning der akademijche Jludien.
Art. 204. Er zal, tot belooning van uitftekende verdien-
den , zoowel als tot onderftand van bekwame, doch met mid-
delen fchaars bedeelde, jongelingen, jaarlijks eene bepaalde
fom hefteed worden....”
|
|
| 6 |
 |
“...medaille, volgens art. 206,
aan hem in het openbaar zal uitgereikt worden.
Art. 212. Het bekomen van eene of meerdere zoodanige
medailles zal door Ons, bij het aanzoek tot bevordering of
bekoming van dezen of genen graad, in aanmerking genomen
worden.
Art. 2.13. De bekroonde (lukken zullen in de jaarboeken der
hoogefcholen, waarvan hieronder nader zal gefproken worden,
gedrukt worden.
Art. 214. Behalve de in art. 205 genoemde f 1100 tot
aanmoediging, zal er jaarlijks, van landswege, eene bepaal-
de fom belleed worden, tot onderfteuning van zoodanige
jonge lieden van goeden aanleg , welker omllandigheden van
fortuin hun niet toelaten, op eigen kosten, de lesfen aan de
hoogefchool bij tè wonen.
Art. 215. Deze onderfteuning zal beftaan in 70 penfioenen
over de drie hoogefcholen, in diervoege te verdeelen, dat er
30 daarvan ten voordeele van de hoogefchool van Leyden en
20 aan die van Utrecht en Groningen respectively komen.
Deze penfioenen vervangen de tegenwoordig beftaande of tot
in 1810 beftaan...”
|
|
| 7 |
 |
“...dezer beurzen of penfioenen
zal te Leyden f 300 , te Utreeht en Groningen f 200 zijn , en
de geheele fom aan onderdandgelden aldus beloopen f 17,000.
Art. 217. De verdeeling dezer penfioenen over de verfchil-
lende faculteiten zal plaats hebben als volgt:
Leyden. Utrecht. Groningen.
Voor de godgeleerdheid.......... 10 5 5
„ de regtjigeleerdheid..... 22 2
„ de medicijnen......... 4 4 ^
» de wis.. en natuurkundige
wetenfchappen........ 44 ^
» de wijsbegeerte en letteren 10 5 5
30 20 20 .
Art. 2i 8. Wanneer zich in eenige faculteit geen genoegzaam
aantal van voorwerpen mogt bevinden, welke naar billijkheid
op de bepaalde penfioenen aanfpraak mogten kunnen maken ,
zal het, in dat geval, aan curatoren vrijdaan, zoo er zich in
eene andere faculteit verdien (lelijke voorwerpen bevinden, wel-
ke , naar het vorige artikel, geene aanfpraak op eene beurs kon-
den maken, aan deze de overfchietende fom of geheel of ge-
deeltelijk te bededen.
Art. 219. Omtrent het toezigt op de, met deze beurzen
bevoorregte...”
|
|
| 8 |
 |
“...van bijzon-
dere perfonen voortkomen, blijven bewaard , overeenkomftig de
kontrakten en befchikkingen der inftellers; zoo er aan de ge*
wezene hoogefcholen van Franeker en Harderwijk dergelijke
onderftand-fondfen beftaan hebben, blijven dezelve aan de athe-
vaea van Friesland en Gelderland geaffecteerd.
Art. 224. Deze bijzondere beurzen zullen echter niet te ge-
lijk met de openbare beurzen, in dezen titel vermeld, kunnen
genoten worden, ten ware de onderftand uit zoodanige bijzon-
dere beurs de fom van ƒ 100 niet te boven mogt gaan.
Art. 225. Aan geen’ (ludent zal te dien effecte eenig pen-
fioen uit ’s Lands kas door curatoren worden toegeflaan, dan
op ingeleverd verzoekfchrift van den (ludent, waarbij deze
tevens verklaart het genot van geene andere beurs te hebben,
dan welke in het vorige artikel is opgegeven.
Art. 226. Indien het naderhand blijken mogt, dat een (lu-
dent hierin niet ter goeder trouw ware te werk gegaan, of, na
het inleveren van zijn verzoekfchrift, eene andere beurs,...”
|
|
| 9 |
 |
“... aan het rectoraat verbonden, zijn:
1°. Het regt van infchrijving;
20. Het regt van recenfie, te gêlijk met den fecretaris. van
den fenaat;
3°. Het regt van deelneming in de emolumenten der promo-
tien, bij welke hij prefideert, gelijkelijk met de overige
leden der faculteit, - zoo hij van dezelve geen lid is, en
voor het dubbele, zoodra de promotie gefchiedt bij de
faculteit, waarvan hij lid is; er zal daarenboven aan den
rector op zijne jaarlijkfche rekening vün onkosten en
verfchotten eene fom van ƒ 150:0:0 in rekening geleden
worden voor kleine uitgaven, fchrijfbehoeften, briefpor-...”
|
|
| 10 |
 |
“...58
HOOGER O N D E R W IJ S.
2°. liet regt van deelneming in de emolumenten der promo-
tien, op gelijke wijze, als dit zoo even van den rector
gezegd is. Behalve, deze gelijke deelneming van prefen-
tie-geld, zal hij voor de uitvaarding van het diploma
ƒ 7:0:0 vooruit genieten.
Er zal daarenboven voor den fecretaris op de jaarlijk-
fche onkost-rekening van den rector aan fchrijfmateria-
len, kopiëerloonen, briefporten, enz., eene globale fom
van f 200:0:0 geleden worden.
Are. 261.1 De asfesforen, in zoodanigen getale en zoodanig
gekozen, als hierboven bij art. 163 is bepaald, en jaarlijks
afwisfelende zullen, op bijeenroeping , en onder voorzitting
ven den rector, hem behulpzaam zijn in de afdoening en be-
zorging van alle loopende zaken, en hem, wanneer hij zulks
verlangt, door raadgeving onderdeunen. De werkzaamheden van
dit asfesforaat behooren tot de profesforale functien, en geven
geen regt tot belooningen of traktementen.
Art. 252. Behalve deze fenaats-vergadering en commisfle van...”
|
|
| 11 |
 |
“...HOOGER ON D E R W IJ S.
9i
moge komen, > en met "bepaling van den tijd, gedurende welken
hij zich op nieuw moet oefenen, en vóór het eindigen van wel-
ken hij niet wéder tot het éxamen kan toegelaten worden.
Art. 8. De examinandus zalvöór den aan vang van het exa-
men aan het kollegie eene fom van ƒ 14 betalen, ten ware hét
kollegie zoude vermeenen denzelven hiervan geheel of gedeeltelijk
te moeten vrijdellen.
Art. 9. Al degenen', die thans bij de Israëlitifche gemeenten,
feminarien, congregatiën of pieufe gedichten tot het godgeleerd
onderwijs zijn aangedeld, onder den naam van meester, prediker
enz , zullen voortaan den naam aannemen van oefenaar (Bagnal
darsjon), en zullen, zonder aan examen onderworpen te zijn, in
derzelver functien kunnen blijven voortgaan, mits hunne akte van
aandelling, benevens getuigfchrift van goed zedelijk gedrag, door
den opper-rabbijn van het rabbinaal resfort, waaronder zij be-
hooren, aan hen af te geven, binnen een jaar na dagteekening
van dit reglement...”
|
|
| 12 |
 |
“...io6 HOOGER ONDERWIJS.
Onze Minister van binnenlandfche zaken is belast met de
uitvoering van het tegenwoordige befluit enz.
Gegeven enz.
Besluit van den 6den September
1829, houdende toepasjing van dat
van den s6Jïen Mei i 8z4- op de
Jlichtingen voor het onderwijs.
Wij WILLEM, enz.
In aanmerking nemende, dat, onder de verschillende (lichtin-
gen voor de (ludien in dit Rijk, de inkomden van fom mi gen
Zoodanig beperkt zijn, dat zij, bij gebrek aan de noodige mid-
delen , derzelver belangen voor de regtbanken niet kunnen doen
gelden, en de kosten niet kunnen beftrijderi der geregtelijke ver-
volgingen tegen weigerachtige fchuldenaren;
Op de voordragt van Onzen Minister van binnenlandfche za-
ken;
Gezien het rapport van Onzen Minister van juditie;
Den Raad van State gehoord ;
Gezien Ons befluit van den 2Ódeu Mei 1824, houdende alge-
meene bepalingen omtrent het gratis procederen in regten van
arme en onvermogende lieden van de armen -directien en van de
kerkbefluren der verfchillende godsdienstige...”
|
|
| 13 |
 |
“...behooren te vervoe-
gen. In het departement Holland zullen uit het beduur twee
of drie zoodanige leden benoemd worden, namelijk één voor
elke der commisfien van onderwijs, aldaar gevestigd.
Art. 6. De Raadpenfionaris bepaalt de globale fom, welke
aan de gezamenlijke leden van elke commisfie zal worden tóe-
gelegd (2) , en doet dezelve, benevens alle andere uitfchotten
en onkosten, door de ondetfcheidene fchoolopzieners in hunne
qualiteit, op last van den Secretaris van Staat voor de binnen-
landfche zaken geïmpendeerd, betalen uit den daartoe bedemden
post op de begrooting der daatsbehoeften.
(1) Men zie art. 18 van de hierna volgende inftructie, en art. 8 van het
befluit van den öden Maart 1815.
(2) Bij art. 4 van meergenoemd befluit is deze globale fom bepaald....”
|
|
| 14 |
 |
“...hoogeren rang vastgeileld, boven
hetgeen hij bij het verkrijgen van. den lageren alreeds
betaald heeft,
3°. Dat de huis-onderwijzer, die eenigen rang van fchool-
onderwijzer verkrijgt, gerekend worde dus verre niets vol.
daan te hebben.
4°. Dat zij, die, ingevolge vorige algemeene fchoolwetten,
eenig examen ondergaan en daarvoor betaald hebben,
voor de examens ter verkrijging van dezen of genen
rang, by deze nieuwe fchoolwet ingevoerd, niet meer
betalen, dan het meerdere van de nu vast te Hellen fom-
ma, boven hetgeen reeds door hen bij gemeld vorig
examen is betaald geworden. Hiervan zijn echter geheel
10*...”
|
|
| 15 |
 |
“...post van voorzitter (1) en fecretaris waar, des echter, dat deze
ook aan één’ hunner voor langeren tijd kan worden opgedragen ,
mits zulks gefchiede met deszelfs volkomene bewilliging (2).
Art. 22. Ingeval eene commisfie mogt verlangen eenen vasten
fecretaris buiten hare leden , zal zij daarvan de voordragt doen
aan het departementaal beftuur, en dezelve zijne aanltelling van
den Raadpenfionaris ontvangen; zullende echter, uit dezen hoof-
de, geene verhooging mogen gevorderd worden van de globale
fom, aan elke commisfie toegelegd.
(1) Door Zöner Majelleits befluit van den iöden December 1820, te
vinden in ons life D., bl. 398 volg., aan de Gouverneurs, bö art. 25,
fpeciaal en perfoonllJk zijnde opgedragen het toezigt op de middelbare en
lagere fcholen ,en?., heeft Hoogstdezelve, bij befluit van den i3den Maart
1821, te vinden in het Bijvoegfcl op het Staatshlad, VIII. D. I. St.,
1821, bl. 340, goedgevonden en verftaan :
i°. Dat de commisfien van onderwijs voortaan, en wel aan te vangen
met...”
|
|
| 16 |
 |
“...MIDDELBAAR en LAGER ONDERWIJS. i65
echter, dat eetrige distrikten zullen worden waargenomen door
twee fcbool-opzieners, onder genot van een evenredig aandeel
in het gedeelte der globale fom, aan zoodanig distrikt toe te
leggen, behoudende echter beide, ieder op zich zelven, gelijke
ftem en zitting in hunne respective commisiien.
Art. 4. Dat als globale fomme zal worden toegelegd aan de
commisfie van
Gelderland ..
Zuidholland ..
Noordholland
Zeeland......
Utrecht....,
Vriesland ...,
Overijsfel...
Groningen ..
Braband .....
Drenthe ....
ƒ 3400:0:0
- 3300:0:0
- 3150:0:0
- 2000:0:0
- 1600:9:0
* 3400:0:0
r 2300:0:0
* 2100:0:0
* 3250:0:0
- 1500:0:0
Te zamen..............ƒ 26009:0:0
Art. 5. Dat tot leden der provinciale commisfien van onder-
wijs en fchool - opzieners zullen worden aangeileld , gelijk ge-
fchiedt bij deze: enz.
Art. 6. Dat, bij alteratie van art. 21 der inftructie van
fchool-opzieners en commisfien van onderwijs voortaan, bij el-
ke commisfie, uit hare respective leden zal worden...”
|
|
| 17 |
 |
“...alle Nederlandfche Israëlitifche
gemeenten, voor vervallen verklaard.
Art. 65. De refpective godsdienftige Israëlitifche fchoolcom-
misfien zulten, zoo met de hoofdcommisfie tot de zaken der
Israëliten of derzelver gecommitteerden, als met het Ministe-
rieel departement onmiddellijk corresponderen , op denzelfden
voet als de parnasfijns der hoofd-fynagogen.
Art. 66. Van de fom , die jaarlijks voor het godsdienftig
onderwijs op de begrooting der gemeente zal worden gebragt
en goedgekeurd, zal door parnasfijns maandelijks aan de fchool-
commisfie voornoemd een mandaat, inhoudende een twaalfde
gedeelte der voornoemde fom , worden afgegeven.
Art. 67. Parnasfijns zullen voornoemde fchoolcommisfien
voorzien van een gefchikt lokaal, ten einde op eene voegelijke
wijze hare vergaderingen en werkzaamheden te kunnen verrig-
ten, en voorts aan dezelve alle mogelijke hulp en medewerking
doen geworden.
Art. 68. De fchoolcommisfie zal, zoo veel mogelijk, zor-
gen , dat ieder der godsdienftige onderwijzers...”
|
|
| 18 |
 |
“...kommanderenden officier van het bataillon, die, naar gelang der
bijzondere omftandigheden, waarin zich zijn onderhebbend korps
bevindt, en onder approbatie van het departement van oorlog
de noodige bepalingen maakt, aangaande den tijd en de wijze op
welke de fcholen zullen worden gehouden en befluurd; mits
verantwoordelijk, zijnde, dat het onderwijs behoorlijk plaats
hebbe, dat de daartoe geaccordeerde penningen tot het oog-
merk worden bedeed , waartoe zij beftemd zijn, en dat de toe-
gedane fom niet worde te boven gegaan.
Art. 3. Aan voornoemde kommanderende officieren wordt
mits deze de bevoegdheid verleend , om, wanneer hun onder-
hebbend korps niet in één en hetzelfde garnizoen vereenigd is,
maar zich bataillons-, eskadrons- of kompagnies-gewijze gedeta-
cheerd bevindt, de voor het houden der fchool bij dat korps
geaccordeerde gelden, in zoo vele deelen te verdeelen, als er
afzonderlijke fcholen zullen moeten worden gehouden, of wel
met de kommanderende officieren van andere korpfen...”
|
|
| 19 |
 |
“...worden toegeftaan, wordt bepaald:
a. Dat de gemeentebefturen van de voorgefchotene gelden
zullen betalen interesten tegen vijf ten honderd in het jaar.
b. Dat de voorgefchotene gelden zullen moeten worden afge-
lost in korte termijnen, en wel zoodanig, dat, in geen
geval, de geheele teruggave langer dure dan tien jaren.
Art. 4. Wanneer een gemeentebeftuur mogt verlangen een voor-
fchot te bekomen, zal hetzelve eene beraadslaging opmaken, waar-
in de wensch wordt te kennen gegeven, om eene bepaalde fom,
als voorfchot, tegen betaling van den geftelden interest , te ver-
krijgen , toet aanwijzing tevens der termijnen, op welke de aflos-
fing zoude plaats hebben , en in welke beraadflaging wijders de
voorzitter van het beftuur gemagtigd wordt, om, ingeval het
voorfchot wordt toegeftaan,...”
|
|
| 20 |
 |
“...hoofdfom en interesten, de daar-
bij met name aan te wijzen gemeentelijke inkomften te
verbinden, en om
2°. Den gemeente - ontvanger te kwalificeren , ten einde de
termijnen van aflosfing en de interesten, zonder nadere
tnsfchenkomst van het gemeentebefiuur, uit de opbrengst
der te verbinden gemeentelijke inkomften te voldoen,op
den voet, zoo als hierna bij art. n wordt bepaald.
Art. 5. Gemelde beraadfiaging zal aan Gedeputeerde Staten
worden gezonden, die onderzoeken zullen s
i°. Of de gevraagde fom noodig is.
2°. Of dezelve op geene andere wijze gefchiktelijk kan
worden gevonden.
3°. Of de inkomften , welke de gemeente voor hoofdfom
en interesten wil verbinden, genoegzame zekerheid op-
leveren , en voldoende zijn, om in vaste termijnen de
interesten en aflosfing te kunnen afbetalen.
Art. 6. Deze punten onderzocht en voldoende zijnde be-
vonden, zullen Gedeputeerde Staten de opgemelde beraadfiaging,
met een berigc van hun onderzoek, inzenden aan het departe-
ment van binnenlandfche zaken,...”
|
|