Your search within this document for 'fom' resulted in 28 matching pages.
 
1

“...Van den ringdijk, en daartoe behoorende wer- ken. Art. 9. 1 Indien deze gemiddelde fóm, bij vergelijking met hèt beloop der onzuivere huren of huurswaarde voor aliè de landen, in zulk eenen polder'of distfifct'gelegen, te zamen ge- nomen, en mede opgemaakt uit de laatst voorgaande taxatie- lijst, die tot regeling der verponding is aangenomen, meerder dan hèt derde gedeelte der onzuivere huren of huurswaarde, of eene met dat derde gedeelte gelijk ftaande fom bedraagt, zal dezelve echter op dié hoogte blijven, en worden aangemerkt als eene fom, tot welkér opbrengst zulk een polder of district verpligt blijft; zullende deze bepaling, alsmede het bij art. 4 en 5 bedoelde maximum, blijven beftaan, tot zoolang daaromtrent door Ons zoodanige fpeciale ffchikkingén zullen gemaakt zijn,...”
2

“...WEGENS DE D IJ KEN, enz. 7 als de omftandigheden in bijzondere gevallen zouden mogen vorderen. Art. io. Indien deze gemiddelde fom minder bedraagt dan het derde gedeelte dier onzuivere huren of huurswaarde, zal de polder- of districts-contribude., vóór en aleer dezelve als het maximum van den bijzonderen aanflag van .dien polder of district kan worden aangenomen, eerst moeten worden gebragt tot op zoodanige hoogte, dat dezelve eene fom uitmaakt, welke gelijk is aan dit derde gedeelte der onzuivere huren of huurswaarde van alle de landen, in zulk een’ polder of district te zamen geno- men, alsmede berekend naar de laatfte taxatie-lijst, die tot re- geling der verponding geftrekt heeft. Art. ii. De fommen, in de voorgaande artikelen omfchre- ven, zullen worden gehouden voor den vasten aanflag, welken zoodanige polders of districten tot het onderhoud van derzelver bijzondere dijken of waterwerken vooraf zullen moeten opbren- gen , vóór en aleer zij eenige aanfpraak kunnen maken, om voor het...”
3

“...van hetgeen in dier voege zal moeten worden opgebrggt, zullen de tienden en de gebouwen worden belast met een derde van de Huivers te ponde, welke van de landerijen zullen worden geheven. Art. 15. Ook deze heffing van Huivers te ponde van de ver- ponding zal niet verder mogen gaan dan tot zoodanige hoogte, dat alle landen in den geheelen ring voor dijkslasten, zoo van dé hierboven omfchreven contributien, mitsgaders fluit- en ma- lengelden, alles te zamen genomen, in het algemeen betalen eene fom, welke gelijk is aan een derde gedeelte van het totaal be- loop der onzuivere huren of huurswaarde van alle de landen in den geheelen ring te zamen genomen, mede opgemaakt uit de laatHe taxatie-lijst, tot- regeling der verponding geformeerd, zonder daarbij in aanmerking te nemen, dat er fomtijds landen in zulk eenen ring gevonden worden, wier bijzondere dijkslas-, ten nog niet tot die hoogte mogten zijn geklommen. Art. 16. Wanneer de kosten, welke tot herfielling van den dijk van zulk eénen ring...”
4

“...WEGENS DE DIJKEN, en2. i3 Ieder dijksbeftuur zal de alzoo aangeflagene fom tën volle in gereedheid moeten hebben utterlijk op den eerden van Herfst- maand; en zulks ten einde daarover füccesfivelijk, maar na voor- fchreven tijdperk ten volle, door de commfsfie zal kunnen wot- den gedisponeerd. Art. io. De ring-commisfien zullen jaarlijks, na vóorafgaknde publieke annonce, op eenen bepaalden dag én plaats, zoo veel mogelijk in'het midden der refpective ringen gelegen, rekening en verantwoording doen ten aanhoorên van zoodanige d ijk doll é- gien van den ring, als welke verkiezen mógten daartoe cominis- lien te benoemen, welke rekeningen vervolgens aan dén Minister van den Waterftaat ter approbatie moeten Worden ingezonden, en zullen de dijkscollegien, aan welke eenige aanmerkingen op de rekening mogten voorkomen, dezelve binnen veertien dagen, nadat de rekening is gedaan, fchriftelijk en gemotiveerd aan den Minister moeten doen toekomen, om daarop het noodige regard te* kunnen (laan, alvorens...”
5

“...WEGENS DE DIJKEN, enz. Si den tijd te zullen volvoeren; 2° van de in den ftaat van voor- waarden en lasten voorkomende voorwaarden te zullen nakomen; 30. van eene jaarlijkfche uitkeering te zullen doen, of in eens af eene zekere fom te zullen betalen; de tweede, bij veiling en opdat', gelijk zulks bij den verkoop der nationale domeinen ge- bruikelijk is. Art. 26. Indien het onder zekere lasten gegunde fchorre tot de publieke domeinen behoort, ingevolge eene ontzetting van eigendom , uitgefproken op de wijze hierboven in de tweede afdeeling vermeld, zal de koopprijs of uitkeering aan den uit zijn eigendom gezetten eigenaar worden uitbetaald, na aftrek der kosten, welke de ontzetting van eigendom zal kunnen ver- oorzaakt- hebben. Art. 27. Indien de gunning om niet gefchiedt, zal de ge- gunde gehouden zijn om de werken binnen den bepaalden tijd te volvoeren, en om de voorwaarden en lasten uitgedrukt, na te komen. Art. 28. De eigenaars, als zoodanig erkend, ingevolge de bepalingen der tWeede...”
6

“...worden te loo- pen van den eerften Januarij tot ultimo December. Art. 2. Binnen veertien dagen na het doen der zetting en het afhooren en fluiten der rekeningen, zal de originele met een affchrift daarvan aan Gedeputeerde Staten moeten worden inge- zonden, die dezelve ten fpoedigften met hunfte goedkeuring of bedenkingen, om bij eene volgende rekening gedresfeerd te wor- den, zullen terug zenden; zullende, voor het appointement van approbatie, als van ouds, aan de griffie moeten betaald worden de fom van/1.50. Zonder deze goedkeuring mogen de lasten niet worden ingevorderd. De burgemeester, fchout, fecretaris of ander hoofd dezer befturen, daartoe verpligt, in gebreken blij- vende, binnen de veertien dagen, hiervoor vermeld, de origi- nele rekening en omflag met het dubbeld van dien aan Gede- puteerde Staten in te dienen, zal daarvoor verbeuren eene boete van drie guldens telken reize, en bij langer verzuim, het dubbeld van dien waarvan aanteekening door Gedeputeerde Staten zal ge- fchiedefi...”
7

“...voorgaande artikel zullen worden benoemd, zijn gehou- den, om binnen zes weken na de invoering dezer bepalingen eene behoorlijke cautie te ftellen, die gelijk ftaat met het be- loop van den jaarlijkfchen omflag, waarvoor zal gehouden wor- den het een tiende gedeelte van het bedrag der fommen, in de tien jaren omgeflagen en bij elkander gerekend. Wanneer die te flellene cautie minder dan f 1,000 bedraagt, zal de gadermeester met eenen goeden perfonelen borgtogt kun- nen volftaan, maar boven die fom zal de cautie moeten beflaan in vaste goederen, of in infchrijvingen op het grootboek der nationale werkelijke rentgevende fchuld. Op de voor te ftellene cautieu zal, alvorens dezelve haar be*...”
8

“...de grootte van den polder, eene belooning kunnen worden toegekend van f6.00 tot ƒ 35.00, die daarvoor verpligt zal zijn, bij de voor- en najaars infpectie en alle verdere infpectien tegenwoordig te zijn, Art. 16. Aan den bode zal voor alle gewone aanzeggingen, convocatien van beduren en ingelanden, rondbrengen en aan- plakken der billetten, adfisteren bij de vergadering van beituur- deren en wat van dien aard meer is, eens af kunnen worden toegelegd, naar gelang der grootte van den polder eene fom van ƒ 5.00 tot f 30.00; voorcs zal hij genieten een daggeld voor het adfisteren bij iederen gebruikelijken fchouw tot f x. Een dito voor het adfisteren bij de voor-, en een dito der najaars infpectien tot ƒ 1. Een dito voor het adfisteren bij het doen der rekening en om- flag tevens tot ƒ 1. Art. 17. Alle de hiervoren vermelde daggelden zullen corpo- reel moeten worden verdiend, en die der afwezenden niet in re- kening mogen worden gebragt, waarvan behoorlijk aanteekening door den fecretaris, fchout...”
9

“...VAN DE ZUIDPLAS VAN SCHIELAND. i5i Hebben goedgevonden en verdaan, gelijk Wy goedvinden en verdaan bij deze: Art. I. Tot bedrijding der kosten van de droogmakerij van den Zuidplas van Schielar,d, zal er worden geopend eene geld- leening ten bedrage eener fom van twee millioenen guldens. Art. 2. Deze geldleening zal loopen tegen den interest van vier ten honderd in het jaar. Art. 3. De aflosfing zal gefchieden jaarlijks met eene fom van ten minde ƒ 150,000, aanvang nemende met den 31 den De- cember 1830, en daarmede jaarlijks worden voortgegaan tot de geheele en volkomene aflosfing toe, behoudens dat deze aflos- fing met grootere fommen zal kunnen gefchieden, naar mate de opbrengst van den koopprijs der drooggemaakte landen zulks zal toelaten. Art. 4. ZIJ zal bijzonderlijk gevestigd zijn, zoo op de bij. drage tot de kosten dezer onderneming, door' de Staten van Holland toegefiemd, als op de opbrengst van den koopprijs der drooggemaakte landen, derzelver inkomften en die der dijken, gedurende...”
10

“...verflag met de noodige bewijsftukken voorzien, in ftaat te ftellen, om, met volkomene kennis van zaken, uitfpraak te doen. Art. 64. De ontvangers kunnen van roeijers veranderen, wan- neer zij zulks dienftig mogten oordeelen. Art. 65. Het inkomen van den opperdirecteur zal bedragen acht duizend franken jaarlijks. Bovendien zal hem eene uitkee- ring van één ten honderd van het zuiver bedrag van het octrooi te goed kompn, na aftrek der onkosten en posten ter kwade rekening. Insgelijks zal men hem eene fom van één duizend franken, jaarlijks, voor huisvesting, bedienden en kantoorkosten toe- flaan. Wegens briefporten zal hij, tegen overlegging van behoorlijk bewijs, fchadeloos gefteld worden. Art. 66. De opzieners zullen ieder een bepaald inkomen van drie duizend franken genieten, en, bovendien, eene uitkeering van 1 per mille op het zuiver bedrag van het octrooi. Men zal hun eene buitengewone toelage van tien franken daags toe- kennen, wanneer zij in ambtsbetrekking op reis zijn. Zij zullen voor...”
11

“...toegekend aaii den opperdirecteur, de ontvangers, opzieners, boekhouders, opnemers, fchrijvers en roeijers van het octrooi-beftuur, zal een beloop van vier ten honderd worden afgehouden, ten einde een fonds uit te maken, beftemd ter • betaling der penfioenen voor diegenen, die,hun ontflag behoeven, en voor de onderftandgel- den aan de weduwen en weezen toe te flaan. Art. 74. Het beloop der onvervulde posten, een tijdruim van twee weken niet te boven gaande, zal gevoegd worden, bij de bovengemelde fom, ter vermeerdering van het fonds der ont- flag- en penfioen-gelden. Art. 75. Het regt op ontflag wordt door eene dertigjarige dienst bij. het octrooi verkregen., Art. 76. Ten einde het bedrag der penfioenen van ontflag aan iederen beambte' verfchuldigd vast te Hellen, zal men van de bezoldiging, gedurende de drié laatfte jaren genoten, een ge- middeld jaar opmaken. Het jaargeld zal de helft van dit bedrag voor dertig jaren dienst, uitmaken * benevens' een twintigfte ge- deelte van de andere helft...”
12

“...N WEGENS 193 flag-gelden hooger kan komen dan twee derden van het middel- baar inkomen, berekend over de drie Iaatfte dienstjaren. Art. 77. In geval van een gedwongen ontflag, vóór den af- loop der dertig jaren, uit hoofde van ongefteldheid, zal het _penfioeu bepaald worden op een zesde van het tractement, voor tien jaren dienst, en een zestigfte gedeelte bovendien, voor ie- der jaar het getal van tien te boven gaande. Art. 78. Op het jaarlijksch bedrag van het .afgehouden ka- pitaal kan eene fom van 1200 tot 1500 franken worden gekort, bij uitfluiting beftemd voor de jaarlijkfche onderftandgelden aan dje der weduwen en wettige weezen der beambten, die het meest ontbloot zijn van middelen van beftaan. Het, in den loop van het jaar, onuitgegeven gedeelte van dit bedrag zal we- derom gevoegd worden bij de hoofdfom der bezoldigingen. De genoemde onderftandgelden zullen worden toegelegd, op het voorftel van den opperdirecteur, na overweging bij den hier na te melden Raad. Zij houden op, wanneer...”
13

“...en deze hem hiervan een bewijs overhandigen, hetwelk, op de even gemelde wijze, bij den opperdirecteur wordt ingeleverd. Art. ibp. Binnen veertien dagen, na het eindigen van ieder vierendeel jaars, zal door den opperdirecteur een ftaat worden .opgemaakt der ontvangften, die, gedurende het gezegd vieren- deel jaars, bij de octrooi-kantooren der beide Rijn-oevers plaats géhad hebben; en, wanneer het uit de balans, bij dezen ftaat gevoegd, mogt blijken, dat op een der beide oevers eenegroo- tere fom, dan bij de andere, is ontvangen, zal de opperdirec- teur zorg dragen, dat, in den loop der volgende maand, de £0 In Nederlandfclie munt f 1,03. Csj 1,7 cents....”
14

“...206 VERORDENINGEN WEGENS der regten treffen, waartoe eene getrouwe aangifte aanleiding zonde hebben gegeven. In alle gevallen zal de te verdubbelen fom uit zoo vele arti- kelen beftaan als er kantoren worden gevonden, waar de ont- duiking van regten, voor het geheel of gedeeltelijk, heeft plaats gehad. Art. n 8. De overflowing der koopgoederen van één vaar- tuig in het andere, in de ftandplaatfen, van Keulen en Mentz, onder bijzonder toezigt van eenen beambte, welke van zijne verrigtingen rekenfchap moet geven aan den opperdirecteur en opzieners van het octrooi-regt, moetende gefchieden, zoo als in art. 7 is vastgefteld, zal de kennisneming van de koopwaren, iedere lading uitmakende, die aldaar beeft plaats gehad, als be- wijs en zekerheidsmiddel ftrekken voor de vrachtlijsten, die door de voerders der vaartuigen, bij de onderfcheidene kantoren, welke zich op hunnen weg bevonden, zijn vertoond of hadden behooren vertoond te worden. Art. 119. De ontvangers van het octrooi kunnen toezigt...”
15

“...gedeelte van derzelver aandeel, in de voorfchr. bijdragen; . Overwegende, dat, behalve de Voormelde fom van ƒ 400,000, nog zal kunnen worden gerekend op bijdragen van de belang- hebbende dijkscollegien, wegens hetgeen die collegien jaarlijks minder dan gewoonlijk, voor het onderhoud der lekdijken, zul- len aanwenden, gedurende den tijd der verzwaring van die dij- ken; Hebben goedgevonden en verAaan: i°. Aan te nemen de door de Staten der provincie Holland en Utrecht aangebodene bijdragen in de kosten van de verbetering der noorder lekdijken, .ten beloope van vier- maal honderd duizend gulden (ƒ400,000), te verArekken in den tijd van zes jaren door de beide gedeelten van Holland, elk met honderd en vijftig duizend gulden (ƒ150,000), endoor de provincie Utrecht, met honderd duizend gulden (ƒ100,000); zullende als nu tot de uit- voering van dat werk ten fpoedigAe worden overgegaan, en de voorfchreven fom van viermaal honderd duizend gulden, uit ’s Rijks fchatkist worden voorgefchoten, om door de...”
16

“...aangewezen, kunnen hunne goederen by zich houden, doch alle andere zijn verpiigt dezelve bij het aan boord komen aan den conducteur in bewaring te geven, met opgave van hec getal Bukken en van het gewigt van dezelve dat zij bij zich hebben, benevens de merken of kennelijke teekenen van onder- scheiding. Art. 18. De reizigers bekomen na gepresteerde betaling van den conducteur een bewijs, aantoouende: I*. Den datum. 2°. De plaats van het aan boord komen, en die der begeerde ontfcheping. 3°. De betaalde fom. 40. De kajuit waartoe de houder regt heeft. 5°* De omfchrijving der in bewaring gegevene bagaadje. Art. ip. Reizigers, die verder dan de opgegevene plaats met de boot mede gaan, zijn verpiigt te betalen volgens het tarief van de plaats waar zij zijn aan boord gekomen tot de plaats al- waar zij zich zullen ontfchepen. Art. 20. Reizigers, welke de groote kajuit of wel de ach- terkajuit of een der andere tot afhuring beftemde vertrekken ge- heel wenfchen af te huren, zullen de beftelling twee dagen...”
17

“...k voor alle ver» liezen der aan hunne zorg toevertrouwde goederen, zoo mede voor alle fchade, welke daaraan, door opzet of verzuim, hetzij van hun zelven, hetzij van iemand hunner onderhoorigen mogt worden toegebragt. De vergoeding echter, voor pasfagiers-goederen, zal de fom van twee honderd guldens per ftuk, dat is per kist, baal, pak, zak enz. niet kunnen te boven gaan. Art. 56. Tot zekerheid der met deze ftoombooten vervoerd wordende goederen en gelden, zullen de ondernemers verpligt zijn eenen perfonelen borg te ftellen ten genoegen der regering van Rotterdam, en welke borg zich, bij notariële acte (ten kosten der ondernemers op te maken) gezamenlijk met de laatst- genoemden zal moeten verbinden tot zoodanige fom, als door de gedachte regering zal worden vastgefteld. Deze borgtogt zal door eene andere wórden vervangen, zoo dikwerf dezelfde re- gering zulks zal dienftig oordeelen. Art. 57. De ondernemers of hunne onderhoorigen zullen zich niet met de overbrenging van eenige brieven...”
18

“...voor alle ver- liezen der aan hunne zorg toevertrouwde goederen, zoo mede voor alle fchade, welke daaraan, door opzet of verzuim, hetzij van hun zelven, hetzij van iemand hunner onderhoorigen, mogt worden toegebragt. De vergoeding echter voor pasfagiers-goe- deren, zal de fom van twee honderd guldens per iluk, dat is, per kist, baal, pak, zak enz. niet kunnen te boven gaan. Art. 55. Tot zekerheid der met deze iloombooten vervoerd wordende goederen en gelden, zullen de ondernemers verpligt zijn eenen perfonelen borg te dellen, ten genoegen der regering van Nijmegen, en welke borg, bij notariële acte (ten koste der ondernemers op te maken), zich gezamenlijk met de laatstge- melden zal moeten verbinden, tot zoodanige fom, als door de gedachte regering zal worden vastgedeld. Deze borgtogt zal door eene andere vervangen worden, zoo dikwijls dezelve rege- ring zulks zal diendig oordeelen. Art. 56. De ondernemers of hunne onderhoorigen zullen zich niet met de overbrenging van eenige brieven, hoe...”
19

“...het rapport van Onze ministers van binnenlandfche zaken en waterftaat, en van finantien van den pden dezer, n°. 642, omtrent de wijze, waarop door de provinciale Staten zal kunnen worden gedisponeerd over de, aan dezelve^ tot onder- houd der groote wegen, toe te ftane fommen; Gelet op het rapport van den Raad van State, van den 3often Maart 1.1., n°. 9 ; Hebben befloten en befluiten: Art. 1. Door de Staten der provinciën zal geene bijzondere kas worden geformeerd van de, aan dezelve toe te ftane fom- men tot onderhoud der groote wegen. (Reglementaire bepalingen van den i/den December 1819, n°. 1, art. 24). Art. 2- De ter zake voorfchreven te doene uitgaven worden in twee hoofd-afdeelingen onderfcheiden, als: i°. Tot betaling van aangenomen werken, gedane leveren- den, verfchotten, tractementen en dergelijke. 20. Tot voldoening van daggelden van arbeiders en verdere uitgaven, welke dadelijk moeten gefchieden en geen uit- ftel kunnen lijden. Art. 3. De betaling van de, in het eerfte lid van...”
20

“...worden in eene volgende rekening in ontvang of uitgave gebragt. Art. 5. De Staten zullen zorgvuldig toezien, dat geene be- talingen gefchieden voor objecten, welke niet zijn begrepen ge- weest in de opgaven en begrootingen, bedoeld bij art. 1 en 2 ■ van Ons befluit van heden, n°. 2. Art. 6. Gelijke zorg wordt aan Onzen minister van binnen- landfche zaken en waterilaat aanbevolen, welke bovendien zal waken, dat in geen geval, hoe ook genaamd, de te doene be- talingen de aan de Staten geaccordeerde fom overfchrijden. Art. 7. Ten aanzien van de dispofitie der Staten over de opbrengiten der provinciale wegen, zullen gevolgd worden de maatregelen, voorgefchreven bij de reglementaire verordeningen, gearresteerd bij Ons befluit van den i7den December 1819, n°. 1, . mitsgaders zoodanige verdere bepalingen, als Wij Ons referveren te deze nader te maken. Onze ministers van binneniandfche zaken en waterilaat en van financiën zijn, ieder voor zooveel hem aangaat, belast met de uitvoering van het tegenwoordig...”