Your search within this document for 'fom' resulted in 26 matching pages.
 
1

“...benevens den Maire of Burgemeester, of het hoofd van het Plaatfeiijk Beftuur der gemeente, waartoe de eigendommen behoor en, en eenen in- genieur. Art. 3. Indien de Intendant - Generaal van de Administratie van Oorlog, of wel ook particuliere perfonen, welke reeds werkelijk van hunne eigendommen, ten algemeenen nutte, zijn Ontzet, zich bij de taxatiën door experten , die extrajudiciëlijk aangenomen zijn, opgemaakt of nog op te maken, mogten bezwaard achten, door te fustineren, dat dezelve experten de fom van fchadeloosftelling te hoog of te laag, of in het alge- meen verkeerdelijk hebben bepaald , zullen zoodanige kwestien alleen en bij uitfluiting door de bevoegde regtbanken, op het verzoek van.de belanghebbenden, kunnen worden beflist'; welke regtbanken, naar bevind van zaken, de gemaakte taxa- tiën zullen kunnen geldig verklaren of dezelve verwerpen, en partijen op nieuw tot het benoemen van experten verwijzen, of anderzins beflisfen, zoodanig als zij in goede justitie zullen vermeenen te behooren...”
2

“...navolgende fommen 's maands. Voor de Luitenants-generaals.,............ƒ 120 : o : o Voor de Generaal-majoors.................„ 75 : o : o Voor de Kolonels,........................ „ 50 : o : o Voor de Luitenant - kolonels en Majoors.. „ 36 : o : o Voor de Kapiteinen...................... „ 20 : o : o Voor de Eerde Luitenants en Luitenants.. „ 10 : o : o Voor deze fommen zal men hun logementen moeten leveren, ingerigt volgens hetgeen hier boven voor iederen rang bepaald is. Art. 94. De opgemelde fom zal aan de inwoners door de> Officieren, die in hunne huizen logeren, moeten worden be- taald; doch de Officier zal nimmer kunnen worden genoodzaakt om meer te betalen, dan voor den tijd dat hij het logement zal hebben bewoond; ook zal, indien het kwartier niet mogt zijn ingerigt overeenkomdig hetgeen deswegens bepaald is, de prijs naar evenredigheid van het logement, dat de Officier zal be- woond hebben, moeten worden verminderd. Art. 95. Het is de wil van den Souverein dat de gröotfte orde en...”
3

“...fpan met r paard en den voer- 1 « ~ man......................................- 2 : 10 : o 1» g 4J Voor een kar met 1 paard en den voer • ( « •» man......................................... 3 : 10 : o y3 > Voor een wagen met 2 paarden en den 1 — voerman .......................- 4 : 10 : 0 J Ingeval de manfchappen of paarden geen werkelijken dienst hebben gepresteerd , maar alleen aanzegging bekomen hebben, om zich gereed te houden, zal Hechts een vierde gedeelte van de bij dit artikel toegeflane fom worden geleden; ten ware de paarden op een vreemden Hal waren overgebragt, wanneer de helft zal worden gevalideerd. Art. 23. Het Departement van Oorlog zal de vereiscljte for- mulen en modellen van aanvragen, lijsten en recepisfen arreste- ren , en de noodige inflructien geven tot eene regelmatige uit- voering van dit befluit. Inzonderheid zal hetzelve maatregelen nemen, ten einde de fchavergoedingen en belooningen, toegedaan bij art. 3» 5 cn 15, protnptelijk en zonder uitflel aan de plaatfelijke...”
4

“...modellen lett. G. (Oi H. (2), I. (3), der troepen daartoe te aanmerkelijk tnogt zijn, ’sGraveland in dien last moet deelen. Aattfchrijving van den Commitfaris - Generaal van Oorlog, geheel te vinden in het Recueil Mi Ut. 1822, II. D. bladz. 160. (1) Model G. Voor transportkosten van zieken over het eerde halfjaar, eene declaratie van den Burgemeester. In oaderfcheidene kolommen worden geplaatst: 1®) de datums; a°) manfchappen en korpfen; 3°} plaatfcn waarheen; 4°) halve vracht per man enz.; 5°) fom- men. Verklarende de Burgemeester voorts, dat die vrachten vol- gens het reglement zijn gedaan, en alle daarop gebtagte posten overeenkomftig de waarheid en conform de ftedelijke ordonnantiën (2) Model H. is eene declaratie van het Gemeentebeftuur van de Moer- ' jjj). wegens veer- en ovefvaargelden op Strijenfts, over het eerde half’jaar. In kolommen: i°) notnmers der bons; 2°) datums; 3«-) korpfen; 4°) getal; 50) t>alve vracht per man (paarden); 6*») fomrnen. Verklarende dan het Gemeentebeftuur...”
5

“...i48 NATIONALE MILITIE. Art. 32. Ten einde in de gelden, tot het vinden der vrij- willigers benoodigd, te kunnen voorzien , zal er jaarlijks op de begrootingen der gemeenten een post daarvoor in uitgave worden gebragt; welke berekend zal worden over het waarfchijnlijk ge- tal manfchappen, die het kontingent der gemeente zal moeten uitmaken, naar gelang der fom, die Wij voor eiken man, de eene door den anderen gerekend, nader zullen bepalen (1). De jaarlijks in elke gemeente overfchietende gelden blijven ten voordeele der plaatfelijke kas. Art. 33. In de ondericheidene kleine zamengevoegde gemeen- ten , of in die met grootere lieden of plaatfen vereenigd, zullen de hoofden der Gemeentebefturen zich vereenigen en eenen raad formeren. Art. 34. De hoofden der Gemeentebefturen komen te zamen op den eerften Maandag in December, ten einde vooreerst, on- derling, bij meérderheid van ftemmen, eenen Voorzitter te ver- kiezen, en ten andere, tot het zoeken en (lellen van vrijwilli- gers de noodige...”
6

“...Mili- tieraad in handen ftelt.' Art. 63. De alzoo ontdekte perfonen, door den Militieraad* na gedaan onderzoek in hunne eerfte zitting, tot den dienst voor altijd, uit hoofde van ligchaamsgebreken of andere omftan- digheden ongefchikt bevonden wordende; of wél , wanneer zij redenen kunnen allegueren, die hun van den dienst finaal vrij- ftellen, zullen in eene boete worden verwezen (2), naar ge- lang der perfonen en omftandigheden, van niet minder dan vijf guldens, doch niet te boven gaande de fom van honderd gul- dens ; en ingeval van volftrekt onvermogen worden geftraft met eene gevangenis van vier dagen tot zes weken. Art. 64, Tot den dienst niet zoodanig ongefchikt zijnde, dat zij finaal behooren te worden vrijgefleld, of géene voldoénde redenen van vrijftelling kunnende allegueren, zullen zij tót de boete, hierboven vermeld, worden verwezen en aan het hoofd van de hierna te befchrijven lotings-lijst van de eerfte klasfe, welke hunnen ouderdom ook zijn mag, worden geplaatst. co drt....”
7

“...plaatsvervan- gers worden aangenomen, dan die van een paspoort zijn voor- zien, waaruit duidelijk blijkt, dat zij geenszins wegens Hecht gedrag of ligchaamsgebreken uit den dienst zijn omflagen. Art. 98. Dadelijk na de goedkeuring van den plaatsvervan- ger, zal hij, in wiens plaats dezelve zal dienen, ten kantore(2) van den naastbij gelegen ontvanger-partictilier of ontvanger-ge- neraal, tot goedmaking, zoo veel mogelijk, der kosten, vallen- de op de ligting der Nationale militie, moeten Horten eene fom, naarmate van de gegoedheid (3) der perfonen, van fl. 25 (O 97. Den tijd van vijftien maanden. Bü’ befluit van den aden April 1824, n°. 175, zoo gepasporteerde onder-officieren en foidaten der militie, na hun ontflag, nog geene 15 maanden in de provincie hébben gewoond, zijn de Gemeente be (luren be- voegd verklaard, om die woorden in het attest, daartoe be- trekkelfik, door te halen, daarvoor echter in' de plaats moe- tende dellen den tijd, welken zulk éen perfoon in eene gemeente heeft gewoond...”
8

“...i8»3> Wa- gens de nadere bepalingen, welke door Zijne Ezc. den Mi- nister van Finantien zijn gemaakt nopens de wijze, waaróp de eventueel geauthorifeerde restitutie zal worden; geëffectueerd dóór de ontvangers, zie schultze, 1. c. bladz.- 8a en 8.1. Wanneer een plaatsvervanger, niet bij zijn-korps aankomt of deferteert, invoege dat de geremplaceerde pcribonlijk moet die- nen , zal aan hem terug gegeven worden de fom, voor het regt van plaatsvervanging geftort. Infiructie van den i$den Sep- tember 1817, te vinden in het Bijvoegfel tot het Staatsblad 1817, IV. D. bladz. 867. De fom ,■ voor het regt van plaatsvervanging te ftorten, be- hoeft flechts eenmaal te worden geftort, offchoon men nader- hand nieuwe plaatsvervangers ftelde. Minist. misfive van den mflcn October 1817. Bijvoegfel tot het Staatsblad 1817, IV. D. 2de St. bladz. 884. (X) Art. 98. Het contract. Door wicn moet worden opgemaakt, zie Art. 34 der wet van 1820....”
9

“...meer dan vier ; guldens zal worden betaald. De triplicaten:zullen door den Militieraad, met de lotings- lijsten, aan den Gouverneur der provincie worden overgelegd, die dezelve, met de nominative . ftaten der manfchappen, waar- van bij art. 150 wordt gefproken, aan den provincialen Kom- mandant afgeeft, om door hem aan de Kommandanten der korp- fen, bij dewelke de plaatsvervangers in dienst treden, te wor- den toegezonden. -Voor zoo veel de contracten mét eenen plaatsvervanger aan- gaat, zal de fom, waarvan de betaling in eens bij het in dienst treden of vervolgens bij termijnen, gedurende den diensttijd, door hem moge zijn bedongen, flechts voor één vijfde gedeelte door hem ontvangen worden , en zullen de overige vier vijfde gedeelten der fomtrien fuccesfief moeten worden geftort in de kas van het korps, in hetwelk de plaatsvervanger dienen zal, om vervolgens, bij gelijke maandelijkfche termijnen, aan hem, of de 'zóodanigert1, die hij tot den ontvangst dier gelden magtigen zal, of wel na...”
10

“...goedgekeurden plaatsvervanger,/.ten -zijnen koste-aan het bataillon of korps, van hetwelk de eerde gedeferteerd .is, geleverd worde,. tenzij hij mogt verkiezen om zelf dan. dienst te presteren, in welk geval hij* na ken- nisgeving van zijne intentie aan deii Militie-Commisfaris, waar- onder hij resforteért, zich insgelijks, ten zijnen koste, naar zoodanig bataillon of korps zal moeten begeven. Zoodra hij: zelve of zijn nieuwe plaatsvervanger, in het ba- .taillon of korps zal zijn ingelijfd, zal de fom, welke van.zij- nen vorigen plaatsvervanger, ingevolge art. 98, nog in de kas van het korps, na aftrek van de waarde der door den gedefer- teerden medegenomen goederen, overig is, Of aan hem terug gegeven, of tegen hetgene hij wégens zijnen nieuwen plaats- vervanger ftorten moet, verrekend worden; Art. 104. Van den tijd, die een geremplaceerde voor een’ plaatsvervanger, volgens de bepaling van art. 100, moet in- (O An- 101- behoort. Zie art. ji der wet van iS*e....”
11

“...de Militie- raden almede door de Gouverneurs der provinciën van de noo- dige fchrijfbehoeften worden voorzien. Art. nd. Het locaal, benevens het vuur en licht, zal door het Beduur der gemeente, binnen welke de Militieraad zijne zitting houdt, worden verdrekt. Art. 117. De Militieraad zal worden geadfisteerd door een’ Geneesheer en een’ Heelmeester, daartoe door den Raad zei ven te benoemen, en zoo veel doenlijk dagelijks te verwisfelen. Voor elke dagelijkfche zitting zal aan ieder hunner eene fom van zes guldens worden verleend. Ieder hunner zal, in handen van den Prefident van den Mili- tieraad, afleggen den navolgenden eed of belofte: der lotingsljjst of defignatie zonder loting geefr. Zie Min. mis- jive van den 20flen Mei 1818, n°. 70. CO Art. 113. Gedefroyeerd. Hiertoe heeft betrekking het befluit van den ipden December 1817, n°. 79. De militaire leden van de Militieraden hebben geene aanfpraak op vrö logies enz., in de plaats hunner zitting, ten koste van het Belluur der gemeente....”
12

“...N A TIO N A L E MILITIE.' i\ ff einde van het register, onder de naamteekening van het hóófd van' het plaatfelijk Beftuur, en tevens verwezen worden tot eene boe-' te (i) van niet minder dan vijf guldens en niet te boven gaande’ de fom van honderd guldens, of, ingeval van volftrekt onvermo- gen, tot eene gevangenis van vier dagen tot zes weken. Art. 9. De infchrij ving-registers zullen op den 28ften JaniiariJ’ finaal worden gefloten, en met de alphabetifché lijsten onmiddèl- lijk aan den Gouverneur der provincie, worden opgezonden;'' ' " ’ Art. 10. Zij, die zich vóór den 28ften January van bet jaar, waarin deze verpligting. op hen berustte, piet hebben laten infchrij ven (2), zullen dadelijk worden gearresteerd en naar de hoofdplaats der provincie overgebragt, ren 'einde, aldaar:.voog- den Gouverneur en twee leden der Gedeputeerde Staten te war*: melding ; zoodat de penaliteit pp de verzuimde ««r-infcbrëyiitg, hetzij zij ontdektzijn, of zich zelve hebben aangegeven., moet. worden roegepasr;...”
13

“...waarin de vrijftelling wordt gevraagd, of in het naast voorgaande jaar uit eenig publiek fonds onderhouden of der de wet van 1817 en vroeger eenen plaatsvervanger badden gefield. Be fluit van den qien Junij 1822, n°. 69, genomen in het geval van een loteling van 1821 uit Drenthe. Zie Bijv. tot het Staatsblad 1822, IX. D. 2de Sr. bladz. 1721. Op de .vrijftelling, b(j dit artikel opgegeven, hebben de broeders van hen, die, nadat bun plaatsvervanger 18 maanden heeft gediend, de bjj art. 33 bepaalde fom van f 150 geftort hebben, mede aanlpraak. Min. mis five van den inden Mei 1821. Cl) firt. 25. Geen ander zoon. Deze bepaling heeft tot eene twijfeling aanleiding gegeven: of, ingeval een ander zoon, in der tijd vrijgefteld, is komen te derven, zijne moeder verlaten heeft, of in de onmogelijkheid gefield is verder den kost te winnen, dezelfde vrijftelling dan niet weder op nieuw kan worden ver- leend? bjj Min, misfire van den zopen Maart 1821 is geant- woord: dat ze niet kan worden verleend, omdat...”
14

“...wapen, bij hetwelk de vorige plaatsvervanger heeft gediend; maar het zal voldoende zijn dat hij, overeenkomltig de te dezen befiaande bepaling, voor den infanterie-dienst gefchikt worde be- vonden. , Art. 33. Hij, wiens plaatsvervanger gedurende 18 maanden heeft gediend, de dienst bij de referve niet medegerekend, zal van alle verdere verantwoordelijkheid voor denzelven bevrijd kun- nen blijven, mits Hortende in de kas van den naastbijgelegenen Ontvanger-generaal, of Ontvanger-particulier (1) eene fom van ƒ 150. Zullende alsdan in de aanvulling van den plaatsvervanger, ingeval hij inogt komen te ontbreken, door vrijwillige werving worden voorzien. Art. 34. Tot het opmaken en pasferen van de contracten van plaatsvervanging, zijn alleen bevoegd en verpligt zij, die met het opmaken en pasferen van authentieke akten zijn belast; zullende daarvoor, alsmede voor de vervaardiging der drie benoodigde af- fchriften, de aanteekening op het repertoire bezorging van de registratie, de conferentien en andere...”
15

“...houdende oprigting van Schutterijen over de geheele uitgestrektheid des Rijks (l). WII WILLEM, ENZ. Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, faluc! doen te weten: Alzoo Wij in overweging genomen hebben de bepalingen, ten opzigte der defenfie, en bijzonder' van de inrigcing der Schutterijen, bij de volgende artikelen der Grondwet van het Koningrijk der Nederlanden gemaakt: . Art. 205. Het dragen, der wapenen, tot handhaving der Ci) Wö hebben de ophelderende korte aanmerkingen,-welke men b(J fom- mige artikelen vindt, genomen gedeeltelijk uit de antwoorden van het Gou-- vemement op de bedenkingen van de afdeelingen der Vergadering van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, gedeeltelijk uit het antwoord van den Minister van Binnenlandiche Zaken op de tegenwerpingen, die door de leden tegen het onderwerp van deze wet, bjj de deliberatien over dezelve ge- maakt werden. — Deze en eenige advijfen van fommige. leden der Staten- Generaal vindt men in de Staatscouranten van Januari), FebruariJ en...”
16

“...worden befchouwd. In deze gevallen, gelijk mede ia alle andere, waar de vergrijpen tegen.de opdergefchiktheid mog- ten gepaard gaan met ver?warende omftandigheden, welke bij het wetboek van ftrafregt onder de misdaden of misdrijven wor. den gerangfchikt, zullen de fchuldigen aan den burgerlijken Regter worden overgeleverd (1). Art. 61. De geldboeten, waartoe ingevolge de wet zal kun- nen worden verwezen, zullen, voor zoo verre zulks bij dezel- ve niet in het bijzonder anders mogt zijn bepaald, de fom 'van vijftien guldens, telkens, niet mogen te boven gaan: in de ge- vallen , wanneer de Schutterijen bij brand, bedreigde of reeds geftoorfle rust, of wel, buiten hunne gemeente moeten dienst doen , kunnen deze boeten tot eene fQm van honderd guldens worden, verhoogd. . Op het verzwarende, uit die omftandigheden ontftaande, zal fteeds bij de bepaling der hoegrootheid van de boeten moeten worden acht gegeven* Art. 62. . Die uit de Schutterij zullen worden weggezonden, zullen .tevens, onder goedkeuring...”
17

“...d,.' zijn gekenmerkt., . dadelijk kennis te geveij aan de Auditeurs, met bewijzen,, en niet opgave zoo veel mogelijk der perfonen, die als getuigen zullen, kunnen dienen. . Art. <58. Alle fouten, door fchütters begaan wordende, wel- ke alleen aan onachtzaamheid of flordigheid zijn toe te Ichrjj- vep, alsmed,e kleine of geringe vergrijpen tegen de orde en on- dergefchiktheid , zullen, door, de Kommandanten 2elve met.de oplegging eener boete kunnen worden geftraft, welke,', voor de officierende fom van f 3 , en voor de onderTofficiêrén en ver- dere leden der Schutterij die van ƒ 1 niet zal mogen te b'ov.en gaan. , . Art. <5q. De Auditeur., door den bevel voerenden Officier, ingevolge art. 67, kennis bekomen hebbende van pligtverzuim of wangedragingen, zal, daartoe termen vindende, .tegen de overtreders moeten handelen, en, na ingewonnen berigten, de befchuldigden voor den Schutters-raad doen hooren. Indien hij vermeent', dat ër geene termen tot vervolging beftaan, zal hij de aanklagt aan...”
18

“...reden niet verfthijhëri' op 'dén bepaalden tijd, welke dezelfde zal moeten zijn, als die in het laatstvoorgaande artikél vermeld ,f zullen voor de eérftemaal door den Raad verwezen worden tot geldboete; voor de tweedemaal, niet voldoende aan de 'oproeping, zullen zij door dén bode van den Schutters- raad,. op éën fchriftelijk bevel van medèbre.nging ,'door, dien Raad afgegévén ; 'vöor dénzelven worden gebragt, önverrtinderd de toepasfing van' dezèlfdë boëtè voor eene tweedemaal, welke ëch'téf de fom van f 6 Diët Zal mogen te bóv^ri gaan. Indien.de opgeroepene getuigen geene leden, der Schutterij zijn, zal "er te. dezen opzigté gehandeld worden ovéreerikomftjg hetgeen daarpètrerit'In de regtspleging bij de Landmagt, bij “ óns beflult van den noden Julij 1814 gearresteerd, en wel in den tweeden titel, het 'tweede hoofdftuk, art. 92 tot '98, Is voórgefchrévén.' , Art. 71.' Bekeurde of gevonnisde leden der Schutterijen de hen opgelegde draffen of vergoedingen, bij deze wet bepaald, binnen acht...”
19

“...de opgegevene ziekten, of ge- breken voor de fchutterlijke dienst onge chikt maken. Deze genees- en heelkundige zal dagelijks, of zoo veel mo- gelijk worden'verwis ft ld. Art. 6. De uitfpraak van de Commisfie is geheel onafhanke- lijk van het gevoelen van den genees- en heelkundigen, hetwelk niet te min altijd zal moeten worden gevraagd. Art. 7. Bijaldien de genees- en heelkundige als zoodanig voor de gemeente niet is benoemd, en door dezelve niet wordt bezoldigd, zal'hem voor elke zitting eene fom, niet te boven- gaande die van drie guldens, uit de plaatfelijke kas worden toe-. gelegd ;(i). Art. 8. Wanneer de genees- en heelkundige, na daartoe op- geroepen te zijn, mogt nalaten de zitting van de Commisfie bij te wonen, zonder daarvoor gegronde redenen ter beoordeeling van de'Commisfie te kunnen aanyoeren, zal deze het verzuim dadelijk ter kennisfe brengen van het plaatfelijk Beftuur, hetwelk deswege proces-verbial opmaakt en aan de bevoegde regtbank doet toekomen, ten einde de ftrafbepaling...”
20

“...5o6 SCHUTTERIJEN. Aft. ao.' Bij iet goedkeuren van eene nommerverwisfeling isal de Commisfie van onderzoek dadelijk de fom bepalen, wel- ke , krachtens art. 22 der wet, aan jaarlijkfche contributie móét worden betaald: en zal dezelve, na afloop der zittingen, des- wege eene fchriftelijke opgave doen aan het plaatfelijk Beduur, itihoudiende den naam en voornaam van iederen contribuabelen en de' hoegrootheid der contributie; ; Art. 21. De' plaatfelijke' Beduren zorgen, dat de dagen en uren , 'waarop' en dè plaats, waar de Commisfie van onderzoek Hare zittingen zal houden, tijdig aan de belanghebbenden wor- den kenbaar gemaakt, bij publicatie, of op zoodanige wijze, :als tot dat einde doelmatig zal worden geoordeeld. Art: 22. Behalve de zittingen, in de artikelen 18 en 19 van dit befluit vermeld, zal de Commisfie van onderzoek in het be- gin van iedere maand, voor zoo veel noodig, eene zitting hou- den tót onderzoek van hen, die bevonden zijn, zich niet vóór den iftén Junij te hebben doen...”