| 1 |
 |
“... van het bisdom van Luik en van het hertogdom van
Bouillon hebben uitgemaakt, benevens de fteden Philippeville
en Marienburg, met defzelver grondgebied, welke Frankrijk aan
de Bondgenooten moet afftaan, aan Z. M. den Koning der Ne-
derlanden zal toegewezen worden, om met deszelfs Staten ver-
eenigd te worden.
Z. M. de Koning der Nederlanden zal daarenboven, uit dat
gedeelte der Franfche contributien, welke tot verfterking der
verdedigingslinie der aan Frankrijk grenzende Staten beftemd is,
de fom van 60 millioenen franken ontvangen, welke befteed
zal worden tot het verfterken der frontieren van de Nederlan-
den, overeenkomftig de plans en regelingen, welke de Mogend-
heden te dien opzigte bepalen zullen....”
|
|
| 2 |
 |
“...Staten - Generaal is voorzien.
De leden van dien Raad leggen in handen van den Voorzitter,
en deze in tegenwoordigheid der Vergadering af den navolgenden
eed:
„ Ik zweer, dat ik als lid (Voorzitter) van den Raad
„ van State, de Grondwet van het Rijk zal helpen on-
„ derhouden en handhaven, in de waarneming van het
„ Koninklijk gezag, tot dat daarin door de Staten -Gene-
„ raai zal zij» voorzien.”
Zoo waarlijk Jtetpe mij God Almagtig!
Art. 50. Bij de benoeming van den Regent wordt tevens
bepaald de fom, die op het jaarlijksch inkomen van de Kroon
zal worden genomen, voor de kosten van hét Regentfchap.
Deze bepaling kan gedurende het Regentfchap niet worden ver-
anderd.
1 Art. 51. Indien de Koning aan de Staten - Generaal geen
Troonopvolger heeft voorgedragen Cart. 25) ; indien gezamen-
lijk met dezeiven geene voogdij over den minderjarigen Koning
is beraamd Cart. 40); indien er geen Regent is benoemd Cart. 43),
verklaren de Staten - Generaal plegtigljjk welk geval beftaat, eri
voorzien daarin...”
|
|
| 3 |
 |
“...eeden worden afgelegd in handen van den Koning, ofte
wel in de Vergadering der Tweede Kamer, in handen van den
•Prefident, daartoe door dén Koning gemagrigd.
Art. 85. De Koning benoemt uit eene opgave van drie Leden
Hem door de Kamer aangeboden , één' om het Voorzitterfchap
gedurende den tijd van het openen tot het fluiten der zitting
waar te nemen.
Art. 86. De Leden dezer Kamer genieten voor reiskosten zoo-
danige fom, als in evenredigheid der afftanden, bij de wet zal
worden geregeld.
Tot goedmaking der verblijfkosten in de plaats der bijeen-
komst, wordt hun toegelegd eene fom van f 2500.00 ’sjaars.
Deze verblijfkosten die maandelijks betaald worden, worden
in het tijdvak van de eene zitting tot de andere niet genoten ,
door de Leden, die bij de laatfte zitting niet zijn tegenwoordig
geweest, ten ware zij bewezen door ziekte belet te zijn geworden.
fj) Geene bijzondere betrekkingen mogen de bevordering van Nationale
belangen en van het algemeen welzijn in den weg {laan. De Leden wor-
den...”
|
|
| 4 |
 |
“...GRONDWET.
u3
III. A F D E E L I M G.
Van de Eerjle Kamer der Staten- Géneraal.- . ;
Art. .87. De Leden der Eerfte Kamer genieten voor reis- en
verblijfkosten 's jaarlijks eene fom van ƒ 3000.00. .
■ Art. 88. Bij het aanvaarden hunner waardigheid, leggen zij
in handen van den Koning af , dezelfde eeden, als voor de Le-
den der Tweede Kamer zijn bepaald, ieder op de wijze zijner
godsdiepftige gezindheid. • ■ ......
Art. 89. De .Voorzitter van 1 de • Eerfte Kamer wtydt door
den Koning benoemd, om hetiVoorzitterfchap gedurende den
tijd van het openen tot het fluiten der zitting waar te nemen.
IV. A F D 3 E L I N G. . . ’ .
Befddkkingen. aan beide Kamers gemeen.
Art. 90. Niemand kan te gelijk Lid der beide Kamers, zijn..
Art. 91. De hoofden der departementen van, algemeen be-
ftuur hebben zitting in de. beide; Kamers.
Zij hebben alleenlijk eene raadgevende item, ten ware zij, tot
Leden der Vergadering mogten benoemd zijn.. .
Art. 92. De Leden der Staten-Generaal kunnen niet.te gelijk
zijn, Leden...”
|
|
| 5 |
 |
“...welke , inzonder-
heid in tijden van oorlog , naar voorkomende omftandigheden,
moeten worden geregeld.
Deze uitgaven en de middelen tot beftrijding derzelve, worden
Hechts voor een jaar vastgefteld.
Art. 127; Dè uitgaven voor ieder departement van algemeen
beftuur maken een afzonderlijk boofdftuk der algemeene begroo-
ting uit.
De penningen-, voor een'departement toegeftaan , kunnen alleen-
lijk en bij uitfluiting- worden 'gebruikt voor uitgaven, tot dat de-
partement behoorende, zoo dat geene fom kan worden averge-
fchreven van het eene hoófdftuk van algemeen beftuur op een
ander, dart'met gemeen overleg der Staten - Generaal. .
Art. 128. De Koning doet jaarlijks aan de Staten. Generaal
een uitvoerig verflag geven van het gebruik der geldmiddelen.(1}.
V I E R D E II O O F D S T U K (2). ,
VAN DE STATEN DER PROVINCIËN.
I. A F D E E L I N G. :
Vaty de jZamenftelliag. der $t(iten van de, provinciën.
Art. 129. De Staten der provinciën zijn zamengefteld bit Le-
den , gekozen dó'ör de volgende...”
|
|
| 6 |
 |
“...dien ftand
ftaan , zullen gekozen.te worden (O.
Art. 133. In alle fteden worden ingevoerd kiezers - collegien.
Zij worden eenmaaL in het jaar door de regering bijeen geroe-
pen , alleenlijk tot het bedoelde einde, om de raadplaatfen in
dien tusfchentijd opengevallen, door bevoegde perfonen te ver-
vullen.
Art. 134. De openvallende plaatfen in de kiezers - collegien,
worden vervuld bij meerderheid van ftemmen der gezeten burge-
ren, eene zekere, in iedere Had bij het ftedelijk reglement te
bepalen fom betalende , in de b.efchrevene middelen. Daar over
brengt.ellt dief burgeren eens in het jaar zijne item uit, bij be-
hoorlijk geteékende en gefloten briefjes, die aan dé huizeli op-
gehaald worden van wege de regering.
.A'rt.' ï'3«j. Töt dé verkiezing door den Iandelijken ftand ter
prövincïalè vergadering wordt élke provincie verdeeld in di-
ftricten.
' Arti' i3ö. Niémand kan té gelijk Lid zijn der Staten van
meer dan eèné provincie.
Att. 137; De'Korting ftelt in alle provinciën Commisfarlsfeft...”
|
|
| 7 |
 |
“...goedkeuring óp de
begrooting der ftaatsbehoeften brengt (1): -
(r) De Grondwet fpreekt niet van het heffen van eenige vaste belastin-
tingen voor de provinciën, echter verbiedt zij zulke belastingen niet, en bij
de wet kunnen zjj worden ingevoerd, indien de ondervinding bewees, dat
ze noodig en nuttig waren. Zoo worden dan ook bij bet ftelfel van ’s Rijks
belastingen bij de wet van den iaden Julij 1821, welke wet wij onder de
rubriek ,van Finantien zullen opnemen, zes opcenten geheven op de hoofd-
fom der belastingen op de gebouwde en ongebouwde eigendommen, en op
het perfoneel voor iedere provincie, uitfluitend bepaald, om te beftrijden.de...”
|
|
| 8 |
 |
“...land, die geen’ officiers
rang hebben, krijgen, wanneer zij tot Ridders van de vierde
klasfe benoemd worden, eene verhooging van inkomen, gelijk
ftaande met de helft van de foldij, welke door hun op het
oogenblik hunner benoeming wordt genoten. De foldij zal wor-
den verdubbeld voor diegenen der voormelde militairen, welke
tot Bidders van de derde klasfe mogten worden benoemd.
Art. 9. Tot betaling der gemelde verhooging van foldij en
goedmaking der verdere onkosten der orde, zal jaarlijks eene
fom op de begrooting der Staatsbehoeften worden gebragt.
Art. io. Het lidmaatfchap en veriierfel dezer orde kan niet
worden verloren, dan ten gevolge van een onreerend vonnis.
Art. ii. Het kapittel der orde zal beftaan uit zoo vele re-
den, als door Ons noodig zal worden geoordeeld, en Wij daar-
toe uit de Groot-Kruifen, Kommandeurs of Ridders zullen be-
noemen. Bij hetzelve kapittel zullen fungeren'een Kanfelïer
en een Tbefaurier, daartoe door Ons uit de leden der orde te
benoemen.
Art. ia. Door Ons...”
|
|
| 9 |
 |
“...in het penfioenfonds te deelen, zal zulks
worden toegeflaan, onder de navolgende bepalingen:
a. Dat zij zich, binnen de eerfle zes maanden na het in
werking komen dezes, of, voor degenen, die later tot
zoodanige posten benoemd worden, binnen de zes eerfle
maanden na hunne benoeming, aan den Raad van admi-
nistratie adresferen, en hun verlangen tot deelneming, naar
rato hunner emolumenten, te kennen te geven;
b. Dat zij tevens opgeven de fom, voor welke zij verlan-
gen, wegens deze emolumenten, in het fonds te worden
geadmitteerd;
c. Dat voorfchreven fom zoo laag kan worden gefield, als
de adresfanten verkiezen , doch dat aan den Raad van
administratie zal overgelaten zijn, de gedane opgave te
'modereren, voor zoo verre dezelve overdreven mogt voor-
komen ;
d. Dat de eenmaal gedane keuze zal zijn onherroepelijk, en
van kracht blijven, zoo lang de ambtenaar niet in eene
andere betrekking, óf naar eene andere flandplaats over-
gaat, zonder dat eenige vermindering of vermeerdering,
om welke...”
|
|
| 10 |
 |
“...tot geen het minde fournisfement wegens zijnen eigenlijke post
gehouden zijn.
Art. 43. Ten einde den raad van adminidratie in flaat te
ftellefn, het beheer der penningen naar behooren te kunnen hou-
den, zullen de fommen, ten behoeve van het fonds wordende
gepercipieerd, als een afzonderlijk fonds, op het respect der
penfloenkas, bij de particuliere ontvangers kunnen worden over-
gedort.
Art, 44. De adminidratie der generale thefaurie, doet iedere
maand aan den raad eene opgave toekomen van de fom, waar-
voor het fonds, op het einde der laatst vorige maand, in de
boeken der generale thefaurie, per faldo, ffond gecrediteerd;
zij doet tevens, in de maand January van ieder jaar, aan de
adminidratie van het fonds geworden eene rekening - courant van
de ontvangden en uitgaven, gedurende het afgeleopen jaar heb-
bende plaats gehad....”
|
|
| 11 |
 |
“...? 23 MINISTERIELE DEPARTEMENTEN.
voor zoo ver de geringheid der fom, of andere onjftandigheden,
gplks toelaten, zal dezelve kunnen berusten in den borgtogt in
npmerair, door de ontvangers, voor al hetgeen hen in die quali-
teit is of. wordt opgedragen , en, dus ook, v.oor de gelden van
Jiet penfioenfonds, gefield; des echter dat het .regc. van verhaal,
hetwelk ’s Rijks kas daarop in de eerde plaats heeft, nimmer
door dat van het fonds kan worden geprejudicieerd.
Art. 51. Jaarlijks , en zoo fpoedig mogelijk.,, des noods bin-
nen eenen door den raad te. bepalen termjjn, zullen de ontvangers
eene behoorlijke rekening en verantwoording van hunne admini-
ftratïe, over het afgeloopen jaar, afleggen, en inzenden aan den
Directeur.
Art. 52. Na het afleggen_van_de rekeningen, door de Ont-
vangers , zal de Directeur eene behoorlijke adminiftrative rekening
en verantwoording, -van, de geheele .adminiftratie-, over het als-
dan afgeloopen faar, afleggen en inzenden aan den raad, om
door laatstgemelden...”
|
|
| 12 |
 |
“...mogt zijn aangezuiverd,
zal zulks geen’ invloed hebben, noch op het verleenen van pen-
fioen aan den ontflagenen, noch op dat van de weduwen of
weezen, noch op de hoegrootheid der penfioenen, doch zal
echter het ontbrekende aan deze buitengewone contributie, bij
de eerfte uitbetaling van het penfioen , worden ingehouden.
ACHTSTE HOOFDSTUK.
Van het verleenen van gratificatiën.
Art. 63. De Raad zal jaarlijks een voorftel tot het verleenen
van gratificatiën kunnen doen, ten bedrage van zoodanige fom,
als door den Koning, op voordragt van den Raad, tot het ver-
leenen van gratificatiën, voor ieder jaar, als maximum zal wor-
den bepaald.
Art. 64. Tot gratificatie zullen kunnen in aanmerking ko-
men:
a. De weduwen en weezen van ambtenaren, welke daarop,
volgens 3e afgefchafte penfioenreglementen, mogten kun-
15...”
|
|
| 13 |
 |
“...of wel na het overlijden van hunlieder vaders weduwe,
tot het onmiddellijk genot geraken, bedragen de helft van het
penfioen, dat hun overleden vader heeft genoten, of waarop
dezelve, in geval van penfionering, aanfpraak zou hebben kun.
nen maken.
Art. 81. Nimmer zal eenig penfioen der ambtenaren het vier
vijfde gedeelte van het genoten traktement mogen te boven
gaan.
An. 82. Het vaste traktement, tot bafis der berekening die-
nende , wordt gehouden te zijn het juiste één derde gedeelte
van de fom, van welkè de te penfioneren ambtenaar, gedurende
de drie laatfie jaren van zijnen dienst, de contributie beeft be-
taald.
Art; 83. Bij de bepaling van het bedrag der penfioenen zul-
len geene centen in aanmerking komen , maar dezelve, ten voor-
deele van het fonds, achterwege gelaten, en de perfioenen in
geene kleinere onderdeden dan den effen gulden bepaald worden.
ELFDE HOOFDSTUK.
Van de continuatie van bereids geaccordeerde penfioenen,
en van het ingaan, overgaan en ophouden derielve.
Art....”
|
|
| 14 |
 |
“...den Koning aan hen, inmiddels, eenig ander
fecours, niet ten laste van het peniioenfonds, mogt worden toe-
geftaan.
T?» tweede: Aan degenen, die minder dan tien jaren dienst
tellen, of overgaan in eene andere publieke betrekking, buiten
de gezegde adminiftratien, zal vrijftaan , om hun aandeel op het
fonds, voor hunne vrouwen of kinderen, te behouden, tegen
betaling van twee per cent in het jaar, elke zes maanden de
helft, overeenkomftig de door den raad te geven voorfchriften ,
en zulks van de fom, voor welke zij, bij hun honorabel ont-
flag, hebben gecontribueerd, mits zij zich deswege verklaren
binnen de zes eerfte maanden , nadat zij de adminiftratie verlaten ,
met dien verftande :
a. Dat hunne voortdurende contributie Hechts betrekkelijk
kan zijn op het eventueel penfioen van hunne weduwen
en weezen, zonder dat zij immer voor zichzelven, uit
dien hoofde, eenige aanfpraak kunnen maken, of restitutie
van fournisfement kunnen bekomen;
b. Dat zij, zoodra zij verzuimen de door hen verfchuldigde...”
|
|
| 15 |
 |
“...268 MINISTERIELE DEPARTEMENTEN.
, In de grootte of de bemanning van het visfchers vaartuig,
mits betakeld met ftaand en ioopend want, wordt overigens,
met op zigt tot de voldoening der voorzeide fom, geen onder-
fcheid gemaakt.
Art. 14. De gezegde akte van confent zal, behalve de ver.
melding van den naam van den visfpher, aan wien dezelve is
afgegeven, nog moeten bevatten, in fchrijfletters uitgedrukt,
een nommer, hetwelk de visfcher verpligt zal zijn op de ach.
terfteven, ter regterzijde van het roer, op een wit rond, groot
over kruis gemeten 25 Nederlandfche duimen, met zwarte cij-
ferletters, groot 15 gelijke duimen, in olieverw, duidelijk te
doen plaatfen en onderhouden, ten einde zijne fchuit op eeni-
gen affland kunne worden onderkend.
Geen visfcher vermag met •zijne .fchuit, al ware hij bereids
van eeue akte van confent voprzien, uitloppen of op de Zeeuws
fche ftroomen kpmen, zonder dat dezelve h.et bovengedacht
nommer voere; zullende hij daarenboven zijne akte van confent
altijd...”
|
|
| 16 |
 |
“...Februarij en den iden Augustus daaraanvolgende,
Art. 7. De voordragten en rapporten der onderfcheidene de-
partementen van algemeen beftuur, die ftrekken mogten tot het
verleenen van gratificatiën, zullen voortaan, op den I5den van
iedere maand, door hen worden ingezonden aan Onzen Minister
van Financiën, die Ons deswege een algemeen voorftel zal aan-
bieden, vóór of uiterlijk op den 25ften van iedere maand; daar-
bij lettende op ieders aanfpraak' en omftandigheden, en in het
oog houdende, dat de fom voor gratificatiën , op de begrooting
uitgetrokken, nimmer worden overfchreden.
Voor zoo verre de voorfehrevene voordragten en rapporten
niet op den bepaalden termijn mogten zijn ingekomen, zullen de-
zelve in het algemeen voorftel over de loopende maand niet
kunnen begrepen zijn , en eerst in de volgende maand in aanmer-
king genomen worden.
Art. 8; Voor het overige blijven de bepalingen van Ons
voormeld befiuit in volle werking; wordende de ftiptfte naarko-
ming van hetzelve bij dezen op nieuw...”
|
|
| 17 |
 |
“...benoemd, zal men
i°. Den ouderdom van 25 jaren moeten vervuld hebben.
2°. In de grondlasten, en verdere directe Rijksbelastingen,
het patentregt daaronder niet begrepen , binnen de provincie, en
wel ten platten lande, moeten betalen jaarlijks eene fomme van
...... (1), indien men is ingezeten van het district waar-
voor de benoeming gefchiedt, en, indien men ingezeten vaneen
ander district is, bepaaldelijk in de grondlasten binnen het dis-
trict, waarvoor de benoeming plaats heeft, eene gelijke fom
van ...... 'sjaars.
Ci) Zie tabel....”
|
|
| 18 |
 |
“...tot dezen eed toegelaten, na afgelegd te hebben
dien van geene giften of gaven gegeven of beloofd te hebben,
noch verbodene giften of gaven te zullen aannemen, overeen-
komflig hetgeen dienaangaande voor de Leden der Staten-Gene-
raal bij art. 84 dar Grondwet is bepaald.
Art. 74. De Leden van de Staten der provincie genieten geen
traktement; aan dezelven wordt gezamenlijk telken jare uit
’s Lands kas toegeflaan eene fomme van twee duizend guldens,
firekkende tot vergoeding van reiskosten; deze fom zal volgens
een reglement, door de Staten zèlven vast te Hellen, onder de
Leden worden verdeeld (1).
Art. 75. De Leden der Staten, welke gedurende twee ge-
wone op elkander volgende vergaderingen, zonder wettige rede-
nen , uit dezelve weg blijven , zullen bij het einde der tweede
vergadering door de Staten verklaard worden van hunnen post
vervallen te zijn, blijvende, indien er redenen van verontfchul-
diging mogten zijn aangevoerd, deze aan de beoordeeling der
Staten onderworpen.
(1) tabel....”
|
|
| 19 |
 |
“...Landelijken fcand te wor.
den benoemd, zal men
i°. Den ouderdom van 25 jaren moeten vervuld hebben.
20. Van onroerende goederen binnen de Provincie, en wel
ten platten lande gelegen, jaarlijks in de grondlasten moeten be-
talen eene fomme van ten minfte tweehonderd guldens, indien
men is ingezeten van het district, waarvoor de benoeming ge-
fchiedt, en, indien men ingezeten van een ander district is, be.
paaldelijk in de grondlasten binnen het district, waarvoor de
benoeming plaats heeft, een gelijke fom van tweehonderd gup
dens 's jaars.
3°. Men zal wijders moeten bezitten al de vereischten, die
voor het overige tot het landelijk ftemregt zijn gevorderd, met
uitzondering echter van het vereischte van inwoning binnen het
district zelve, voor zoo verre men is ingezeten van een der an-
dere plattenlandfche districten van'de provincie, en de hiervoren
bepaalde fomme in de grondlasten binnen het district, waarvoor
de benoeming gefchiedt, bètale....”
|
|
| 20 |
 |
“...dezen eed toegelaten, na afgelegd te hebben
dien van geene giften of gaven gegeven of beloofd te hebben,
noch verbod ene giften of gaven te zullen aannemen, overeen-
komftig hetgeen dienaangaande voor de Leden der Staten - Gene-
raal bij art. 84 der- Grondwet is' bepaald.
Art. 74. De Leden van de Staten der provincie genieten geen
traktement; aan dezelven wordt gezamenlijk, telken jare, uit
’s Lands kas toegeftaan eene fomme van wee duizend guldens,
ftrekkende tot vergoeding van reiskosten; deze fom zal volgens
een reglement, door de Staten zelven vastteflellen, onder de
Leden worden verdeeld.
Art. 75. De Leden der Staten, welke gedurende twee ge-
wone op elkander volgende vergaderingen, zonder wettige rede-
nen, uit dezelve weg blijven, zullen bij het einde der tweede
vergadering door de Staten verklaard worden van hunnen post
vervallen te zijn, blijvende, indien er redenen van verontfchul-
diging mogten zijn aangevoerd, deze aan de beoordeeling der
Staten onderworpen....”
|
|