1 |
 |
“...ten en palletten.
Nu pas op, die kaalst
inoet den bal ver-
wachten.
Des avonds te huis kan
men op het dambord,
uilen- of ganzenbord
spelen , kaart of do_
mino spelen, schaken
of kienen.
pi/oli i rei dl ploema.
uiwoor, kwidan era
ki Urn balei mes.
teer war da ecl a.
trobe.
Anotje nu kas keende
poor hoenga dam,
uilenspel, ganzen—
bord , kaarla b do-
mino, schaak b toto.
29,
Wij willen nu eens
over de vier jaar-
getijden spreken.
De aankomst der Lente
verschaft ons nieuwe
genoegens, de boo.
men beginnen weder
uit te botten, en
de aarde tooit zich
met bloemen.
De Zomer is de warm.
Ste tijd des jaars ;
onze velden, akkers
en hoven zijn met
ontelbare vruchten
bedekt.
Bum papia awoor
arieba k water se_
soen nan di anja.
Binimeentoe di Lente
ia doena noos pleister
nobo, paloe nan la
koeminsa saka jer-
ba atrobe; i teru
tapintaar ko blom-
metje.
Zomer-ta di mas ka-
jeente leempoe di
aula noos koenOe—
koe i hoffi la je4
naar koe moelsjie.
simo froela....”
|
|