1 |
 |
“...gebergte, ook water van de cen-
trale keten ontvangt; haar stroomgebied is 760 Dm. groot
en hiervan overstroomt, als bij de Baritoe, dagelijks ± Ys>
n.1. tot den mond van den grooten rechter bij stroom, de
Roengan, en in den westmoeson nog 100 □ m. meer;
in den bovenloop der Roengan vindt men goud, de midden-
en benedenloop leveren rotan, damar en visch; het goud
der Kahajan heeft de bewoners lui en vadsig gemaakt;
de rivier van Katingan of Mendawei, tot den
mond der van het noordwesten komende Samba voor zeer
groote prauwen bevaarbaar;
de rivier van Sampit, de Pemboeang, de rivier
van Kotaringin en de Djellei, alle van de hoofdas
van het eiland evenwijdig zuidwaarts stroomende; te Kot a
Waringin vindt men den vervallen kraton van den
vorst van dat land, onzen leenman, vroeger een leenman
van den sultan van Bandjermasin.
Ook in het stroomgebied van Zuid-Borneo staat de
bevolking der binnenlanden in vele opzichten tegenover
die der kuststreken.
In Doesoen, het gebied der Boven-Baritoe, ook...”
|
|