Your search within this document for 'konde' resulted in two matching pages.
1

“...in den dampkring. De visschers maken ’s morgens vroeg van den landwind gebruik, om uit te zeilen en vallen in den namiddag met den zeewind weer binnen. Hoe in de Java zee land- en zeewinden afwisselen, leert ons de luitenant ter zee Jansen (Maury-Jansen, Na- tuurkundige Beschrijving der zeeën): „Naarmate de zon aan den hemel klimt en het azuurgewelf in haren schitterenden gloed dompelt, gaat het landwindje, vermoeid van spelen, liggen. Hier en ginds dartelt het nog zoo even over het water, als konde het den slaap niet vatten; maar eindelijk worden zijne leden zwaar, en afgemat valt het in diepe rust. Maar zóó niet de lucht. Zij trilt, tintelt en schittert en wordt zichtbaar, onder de toenemende warmte der door de korte deining, als door duizenden spiegels, teruggekaatste lichtstralen, die zich in de onvoelbare verticale luchtbeweging verdringen. Evenals in den droom den slapende allerlei beelden voor den geest verschijnen, zoo is het, als omzweefden zoete droomen den op de zee sluimerenden...”
2

“...154 vlakte ruwe twijgen dezer wonden blaast. Behalve deze coniferen herinneren ook de talrijke eikels, welke echter wat grooter en platter zijn dan de onze, aan het vaderland. Op den Merapi en den Keloet moeten nog de anggring wouden genoemd worden. Palmen worden reeds zeer zeldzaam. Moerassen zijn er in deze zone haast niet; we noemen alleen het bronmoeras der Tji Taroem (zie p. 92). d. de konde zone, boven 2500 M., welke geheel vulkanisch is; de temperatuur neemt van 18 tot 8° C. af. Men ziet er, als gevolg der geringe verweering, vaak kale rotsen. De vulkaanhellingen zijn van 25 tot 40°. De eenige kleine vlakte dezer zone is die van den Jang. De vochtigheid der lucht neemt naar boven sterk af; ze is doorzichtiger dan beneden, de hemel is dieper blauw, ’t contrast tusschen licht en schaduw sterker, ’t Geluid plant zich in de ijle lucht minder goed voort; bij een onweer, wat zelden voorkomt, hoort men eenen lichten knal, geenen rollenden donder. Reizigers hebben hier veel last van dorst;...”