| 1 |
 |
“...= gierst-
eiland, naar de bekende, in Indië inheemsche graansoort)
geheeten, is ongetwijfeld het belangrijkste eiland
van Insnlinde en zelfs van de geheele aarde.
Hoewel slechts 4maal zoo groot als ons land (2314
□ M.), voedt het eene bevolking van meer dan 20
millioen zielen; vooral in dit opzicht kunnen de groot-
ste eilanden der aarde zich op verre na niet met Java
meten (Nieuw-Guinea V2 millioen, Bornèo 3 milli-
oen, Madagaskar 272 millioen, Sumatra 3 millioen).
De beide Spaansche eilanden Cuba en Luzon, respec-
tievelijk 2160 en 2000 □ M. groot, zijn dus weinig klei-
ner dan Java, maar het eerste telt slechts l1/, millioen,
het tweede waarschijnlijk nog geen 3 millioen bewoners. In
Insulinde is het overwicht van Java reeds van eeuwen her •
op oude kaarten en in oude berichten vindt men nu eens
Sumatra, dan eens Borneo of Ball als Java minor (—
klein-Java) aangeduid; in den bloeitijd der Hindoe-rijken
op Java waren aan dit eiland onderworpen: Bali, Lom-
bok en Soembawa; een Banda eiland...”
|
|
| 2 |
 |
“...welke door de Inlanders worden gekauwd.
De suikercultuur volgt thans twee methoden, n.1. het
oude broedjoelan- en het nieuwe, naar een bekwaam
West-Indisch planter genoemde Reynoso-stelsel. Bij
het laatste, dat door Yan Gorkom is gewijzigd, worden
de akkers niet geploegd, zoodat het ploegvee er door
overbodig wordt; daarbij komt nog het voordeel, dat met
den pat jol (spade) de grond dieper losgemaakt wordt dan
met den ploeg. *
De groote beteekenis van Java als suikerland volgt uit
deze cijfers:
Cuba. . . . ± 630 m. K.GK jaarlijksche opbrengst,
Java.... ± 200 „ „ , „
Brazilië. . ,. ± 127 „„ „ „
Manilla. . . ± 100 „ „ „ „
2. Indigo. Deze heester, meestal ruim 1 M. hoog,
is in Indië in een drietal soorten in cultuur. Hij draagt
peulen van ± 3 cM. lengte. In het wild komt hij zoowel
in tropisch-Amerika als in tropisch-West-Afrika en tropisch-
Azië voor. De bladen zijn aan den bovenkant blauwgroen
en onbehaard. De Inlanders kweeken den indigoheester
overal, om daaruit voor eigen gebruik de geliefde...”
|
|
| 3 |
 |
“...415
(zie § 87) en de Talaoet eilanden (zie § 87)
twee andere naar Celebes en de Molukken. De groote
eilanden zijn Luzon (2000 □ m., dus bijna zoo groot
als Cuba of % X Java) en Mindanao (1600 □ m.);
tusschen deze twee liggen de, naar den Maleisehen volks-
stam benoemde Bisaya’s,totin’t begin der vorige eeuw —
naar de gewoonte der Inlanders, het lichaam te beschil-
deren— ook wel Islas de los Pintados (= eilanden
der beschilderden) geheeten, van welke de voornaamste
zijn: in het oosten Samar en Lèyte, in het midden
Masbate, Ceboe en Bohol, in het westen Mindoro,
Paney en Negros. De vulkanische zone loopt,
zooals we vroeger zagen (zie§ 5), langs den buitenrand,
d.w.z. langs den rand van het diepe bekken van den
Grooten Oceaan; de westelijke Philippijnen en Palawan
kennen noch vulkanen noch aardbevingen , evenals het
geheele centrale deel van Aziatisch Insulinde.
Het klimaat werd reeds in het algemeen gedeelte
besproken (zie § 7). De warmte is er, door de breedte,
veranderlijker dan in ons...”
|
|
| 4 |
 |
“...Nederlandsch-Indië, voor zoover we het afgehandeld
hebben, was het andersom. De vroegere handel heeft in
de Philippijnen zeer weinig Spanjaarden gebracht; ze
bleven liever bij het goud en zilver van Amerika. Eerst
de plantages, welke in onze eeuw zijn opgekomen,
hebben het aantal Spanjaarden aanzienlijk doen toenemen.
De blanke mestiezen zijn de mopperaars dezer eilanden en
geen wonder, want de blanken zien hen over den schouder
aan en hebben alle macht in handen, daar de Philippijnen
niet, zooals Cuba en Portorico, als deelen van de Spaansche
monarchie worden beschouwd, en daardoor geene afgevaar-
digden naar de Spaansche Cortes zenden. De Gouver-
neur en de verdere ambtenaren hebben dus alleen wat
te zeggen. Toch is de toekomst dezer eilanden vooral
bij de mestiezen te zoeken; èn door hun aantal èn door
hunnen aanleg zouden ze veel tot den bloei dezer kostbare
kolonie kunnen bijdragen; reeds een paar schilders van
naam heeft men onder hen geteld.
De officieele taal dezer eilanden is het Spaansch...”
|
|
| 5 |
 |
“...diep tot een grofkorrelig
glimmerrijk zand verweerd. Waar dit is weggespoeld,
vindt men vele groote en kleine rotsblokken, de hardere,
overgebleven deelen. Op de büitenhellingen der beide
heuvelreeksen vooral vindt men eene sedimentaire
formatie, bestaande uit brecciën, zandsteenen
en kiezelrijke kalksteenen, welke in de onderste
lagen veel ijzer- en mangaanertsen bevatten. De
strekking is zuidwest-noordoost en zet zich westwaarts
voort op de Yiriginische eilanden, Puerto-Eico, Haïti,
Jamaica en Cuba. Ze heeft tot dusverre geene fossielen
opgeleverd; waarschijnlijk behoort ze tot het secundaire tijd-
vak en wel tot de krij tformatie. In de Low-Lands vindt
men meer eenen horizontaal liggenden, weeken, mergeligen
kalksteen, welke rijk is aan fossielen en tot het mioceen
behoort; de fossielen zijn nauw verwant aan de miocene
fauna van Malta. Jonge koraalvormigen ziet men
hier niet veel en alleen aan de zijde van den passaat en
den aequatorialen stroom, welke, zooals we reeds zagen
(§ 128), den...”
|
|
| 6 |
 |
“...616
chromogeen 166
cinnaber 366
citrus nobilis 477
civetkat 430. 459, 486,
508, 531
cochenille 180
Coco groep 423
Cocoanutpoint 517
Coesewijne 587
collas 34, 415
Commewijne 585, 586
Comp. Gén. Transatlan-
tique 601
contracten 413, 523
Concordia (berg) 625
Concordia (fort) 479
coniferen 54
conini 582
consignatie8telsel 558
continentale eilanden 76
j copaivaboom 578
I Coppename 586
Copra 449
Corantijn 566, 587
Cordes 150
Cordilleras (Noord-) 417
corral 612
Cottica 585, 586
couac 578
Crookewit 349
Cuba 83
cultuurprocenten 215
cultuurproducten 57
cultuurstelsel 214, 550,
558
cumupalmen 576
cynopithecus nigrescens
429
curagao 613
Curasao 603, 610
Curasao diepte 603
Curagao (groep v.) 604
nilTOTP F\7Q
cyclonen 24, 608,619,625
Cyclops Mountain 530
I»
Dabo 338
dadap 168
Daendels 207, 213
dagwinden 94
Dai 338
Dairisch 314, *322
Dajaks 67, 362, 374, 384,
402
dalang 203
dalem 94
dalingsvelden 488
daloe’s 470
damar 272, 310
Damar 517
Damar (Tji) 97
Dammer eil. 489
Dampier 526
| Dampier (str.) 526, 535...”
|
|