Your search within this document for 'rich' resulted in four matching pages.
1

“...43 van dit recht kan leiden tot de opheffing van rechtmatige grieven,, tot voorkoming van verkeerde maatregelen. Men kan zich rich- ten tot den Koning, de volksvertegenwoordiging, de provinciale-, dé gemeentebesturen, tot de overheid in het algemeen, naar ge- lang der haar toegekende bevoegdheid. Eene doelmatige uitoefe- ning van dit recht getuigt van een opgewekten publieken geest,, welke goede vruchten kan afwerpen. Zoo kan bijv. de aanneming of verwerping van een bij de Staten-Generaal ingediend wetsontwerp algemeene belangstelling wekken. De gronden voor of tegen het ontwerp, in de petitiën aangevoerd, kunnen den wetgever inlichten, en dus strekken tot eene betere waardeering van den inhoud. Zoo kan eene nieuwe regeling van het eene of andere onderwerp wenschelijk geacht worden; men richt daartoe petitiën aan de re- geering. 's Art. 9 moet, zooals blijkt uit de wijze waarop het tot stand is gekomen, in een beperkten zin worden opgevat. Het doelt niet op de verzoeken, welke betrekking...”
2

“...van opheffing der betrekking, kan een ambtenaar om ande- dere redenen op wachtgeld worden gezet, b. v. wegens ziekte, of tijdelijke verhindering van waarneming. Het kon. besluit van 24 Juli 1869 (Stbl. Ho. 142), hetwelk het bedrag der wachtgelden regelt, bepaalt onder anderen, dat het kon. besluit, waarbij de ambtenaar ontslagen wordt, de oorzaak moet uitdrukken. Ofschoon willekeur daardoor moeilijk gemaakt en de ambtenaar eenigszins beveiligd wordt tegen een ontslag, b.v. omdat zijne politieke rich- ting aan de regeenng ongevallig is, zouden wij toch het liefst zien dat ook dit onderwerp bij de wet geregeld werd. HOOFDSTUK III. DE STATEN-GENERAAL. il Het denkbeeld eener deelneming van het volk aan de regeering is zeer oud. Reeds de Germaansche stammen hielden volksverga- deringen *) Onder de eerste Frankische koningen kwamen edelen !n ,nie ®de,len ln iet °Peu veld bijeen om over hunne belangen te beraadslagen. Steeds ging men van het beginsel uit, dat het volk recht had mede invloed uit...”
3

“...stemming is met het algemeen belang. Wanneer zij zich als stem- machines laten gebruiken door invloedrijke kiezers, dan handelen zij in strijd met hunnen plicht, in strijd met de door hen plech- tig bezworen Grondwet: »de leden stemmen elk volgens eed en geweten, zonder last of ruggespraak met hen, die benoemen» 4). Daarmede is echter niet gezegd, dat overleg tusschen hendiecan- didaten voor of leden van de Vertegenwoordiging zijn en de kie- zers moet zijn uitgesloten; want dezen behooren voor eene rich- tige keuze, ook bij periodieke aftreding, te weten, welke hoofdbe- ginselen door den candidaat worden beleden. Omgekeerd zou een lid, dat van die hoofdbeginselen afwijkt, zonder zijn mandaat neder te leggen, in eene onjuiste verhouding tot zijne kiezers komen. De betrekking eindelijk van volksvertegenwoordiger is van te teederen aard, en te veel een bewijs van vertrouwen, dan dat zelfs de schijn op hem mag liggen, dat hij langs oneerlijke wegen invloed heeft uitgeoefend op zijne benoeming, of...”
4

“...de eerste, doch schuchtere schrede op den weg, dien hij reeds te lang had verwaarloosd. De ervaring heeft geleerd dat de bestaande wet onvoldoende is, zoowel wat haren inhoud als wat hare uitvoering betreft. Ook de regeering bleek daarvan over- tuigd te zijn, toen zij in de zitting van 1881/82 eene nieuwe rege- ling bij de Staten-Generaal indiende. Dit ontwerp is, na een ongun- stig Yoorloopig Verslag, in den zomer van 1883 ingetrokken. Ten slotte mogen wij niet met stilzwijgen voorbijgaan de rich- ting, die in den laatstentijd zich geopenbaard heeft ten gunste van coöperatie of de associatie van werklieden voor de ge.Tnp.eri- schappelijke uitoefening van hunne nering of ambacht, voor de gemeenschappelijke aanschaffing van levensmiddelen en de op- richting van spaar- en voorschotbanken. Eene wettelijke regeling dier coöperatieve vereenigingen, waardoor zij rechtspersoonlijkheid konden verkrijgen en waarbij de aansprakelijkheid der leden werd geregeld, was zeer gewenscht. Daaraan is de Wetgever...”