1 |
 |
“...Bij Nederlands herstelling werd het vooruitzicht op eene natio-
nale wetgeving geopend 4). Reeds den 18 April 1814 benoemde
de Souvereine Vorst eene commissie, tot het ontwerpen van een
burgerlijk wetboek en andere wetboeken 5). In 1819 waren reeds
«enige ontwerpen gereed, die in de zitting van 1819—1820 ter
tafel werden gebracht. Zoowel het werk der commissie, als de be-
raadslaging daarover bij de Staten-G-eneraal vorderden slechts
V Zie de pinto, Handt, tot het burgert, wetb. I, blz. 9, II, bl. 531
•en volg.
®) Art. 28 Staatsr. 1798. *) de pinto, t. a. p. I, blz,. 13.
4) Besl. van den Souv. Vorst van 1 Dec. 1813 (Stbl. ut. 5).
■■*) Zie stdart’s Jaarboeken van het Koningrijk der Nederl. 1814, bl. 370....”
|
|