| 1 |
 |
“...28
DE BENEDEN- EN BOVENWINDSCHE EILANDEN
Anna en die van de H. Familie, beide met hunne kerken; de derde
is die van O. L. Vrouwe van de Rozenkrans in Pietermaai.
De Noordkust.
Weinig of niet ingesneden en met den N. 0. passaat recht erop, is de
Noordkust vrijwel ongenaakbaar. De eenige werkelijke inham is de
St. Jorisbaai, reeds door Johannes de Laet in zijn Iaerlyck
Verhael „een onbequaem gat” genoemd.
Tijdens de Engelsche blokkade onder Bligh in 1804, toen de reeds eer-
der genoemde P. L. Brion zich verdienstelijk maakte door levensmid-
delen op het eiland aan te voeren, is deze koopman-zeeman-militair
eenmaal uit nood de St. Jorisbaai moeten inloopen en dat hij er later
zijn schip ook weder uit heeft weten te brengen verdient vermelding, als
een staaltje van stoutmoedigheid en handigheid uit den ouden zeil-
vaarttijd.
In de krijgsbedrijven van dat jaar heeft nog een ander geboren Cu-
rasao, die eveneens later de zaak der Venezolaansche revolutie heeft
gediend, Manuel Piar, een zekere...”
|
|