| 1 |
 |
“...aldaar des nachts te verblijven,
is heden morgen hel lijk met steenen in een stuk zeildoek
genaaid en over boord gezet. Ik was door den eersten stuur-
man verzocht, een woord bij het lijk te spreken. Toen dan
het lijk omstreeks 10 ure door de matrozen hel schip was
omgedragen en voor den grooten mast was nedergelegd,
sprak ik in dezer voege:
«Mannen! wij hebben eene treurige, maar ook tevens
eene noodzakelijk taak te vervullen. Of zou hel niet treurig
zijn, het lijk van een man, dien wij nog vóór korte dagen
zoo krachtig, sterk en gezond meenden, aan de golven der
zee en den afgrond te moeten loevertrouwen ? Maar noodza-
kelijk levens, want het stof zal wederkeeren en moet we-
derkeren tot vernietiging; doch de ziel tot God! Indien het
sterven niet anders ware, dan dood te gaan, wie zou dan
voor sterven beven? Maar hel Bijbelwoord is waar: het is...”
|
|
| 2 |
 |
“...waait, somtijds wel eens wat noordelijk uilschiet,
zooals heden, maar toch slechts voor weinige uren of zelfs
niet zoolang; dan weder naar het Zuidwesten krimpt. Voor-
leden week vleiden wij ons met de verandering van de maan,
laatste kwartier namelijk; nu zien wij de nieuwe maan te
gemoet, hopende dat er verandering zal komen, daar wij
aldus zoo bitter weinig, indien al iets vorderen. Onze koers
moet West-Noordwesten zijn, en hij gaat meestal ten Zui-
den of ten Noorden. Het uitzigt op eene korte reis is ver-
dwenen, of zij nu lang, zeer lang zal worden, is Gode be-
kend. Wij dragen hel aan Hem op. Ondertusschen worden
wij niet verontrust door storm of onweder, de wind waait
meestal zacht, zeer zacht zelfs. Zondag was het een heer-
lijke dag en konden wij dien bijna geheel op het dek door-
brengen, zelfs bij den avond er nog op thee drinken. En
indien nu maar de proviand strekt en het water niet ont-
breekt, waarvoor wij bezorgd zijn, dan boezemt een lange
reis ons zooveel belang niet...”
|
|
| 3 |
 |
“...83
de muren er dik genoeg voor zouden wezen: dan gaat men
langs een’ trap, meestal zonder deur, door de gaanderij of
de zaal naar de boven vertrekken, die gewoonlijk tot
slaapvertrekken dienen. Daar ziet men prachtig gewerkte
(ook wel van minder allooi) vierkante ledikanten met vier
regt opgaande stijlen en vervaarlijken hemel, van welken
korte gordijnen of liever draperiën halverweg nederhangen.
Daar ziet men eene gemakkelijke soort van hangmatten,
hamakken genoemd, aan zware krammen in de balken of
muren aangebragt, hangen, en wel zóó dat het den daarin
liggenden vrijstaat, om zich onbelemmerd heen en weêr en
alzoo in slaap te wiegen. Van dat wiegen ook houdt men
zeer veel. Daar ziet men zeer zindelijke, fijne matjes op
den grond uitgespreid, die uitnoodigen om er eene ver-
kwikkende rust op te nemen, luchtig zooals zij zijn en de
geheele beweging, van om en omgooijen, volkomen vrij la-
tende. Daór ziet men eindelijk ezels. Verwondert u niet,
lezers, ezels in de slaapvertrekken te vinden...”
|
|
| 4 |
 |
“...Papiëmentsch geschreven bestaan er niet;
want daartoe zal men ze niet kunnen rekenen, een paar
stukjes over de grammatica van het Papiëmentsch, of liever
van het Nederduilsch, in Papiëmentsch opgesleld, om de
kleurlingen en slaven Hollandsch te leeren, en eene kleine
verzameling van zamenspraken, met hetzelfde doel, beide
door Roomsche geestelijken, ten gebruike der school, op-
gesteld. Doch hier moet ik toch melding maken van eene
eenvoudig opgeslelde: hisloira kostikoe nan foor di Bijbel,
dat is. korte geschiedenissen uit den Bijbel, ook ten gebruik
van Roomschgezinden, in 18S2 op Santa Roza (eene Room-
sche statie met een kerk op dit eiland, waar in datjaarnog
eene drukkerij was) gedrukt; maar vooral, van het: Ewan-
helie di San Matheo, poeblikado abau di direksjon di Domini
c. conradi, Minister di St. Ewanhelie, dat is: Evangelie van
St. Malt heus, uitgegeven onder opzigt van Ds. c. conradi; Pre-
dikant, in 1844 hij a. l. s. muller en j. f. neuman wz., al-
hier, in de Willemstad, (welke drukkerij...”
|
|