| 1 |
 |
“...gezonden. Wij hebben brieven naar het vaderland aan
dit schip toevertrouwd. De kapitein heeft beloofd ze te Bar-
celona op de post te zullen doen. Dienzelfden dag praaiden
wij, zonder echter aan boord te gaan, het Engelsch schip
Handsholl van Sidney naar Liverpool en Dingsdag een Ila-
liaansch schip van Montevideo naar Genua, met wiens ka-
pitein ik in het Fransch eenige woorden heb gewisseld. De
meeslen schepen die wij praaijen, vragen ons naar berigten
van Sebastopol, van welks inneming de naar Europa varen-
den nog niets welen. Wij hebben tot Dingsdag toe dage-
lijks schepen gezien, hetgeen nu wel zal ophouden, daar wij
nu het door die schepen bezochte vaarwater verlaten. He-...”
|
|
| 2 |
 |
“...dezer
eeuw, is blijven voortduren), zoodat men ook van ben meer-
der dienst begon te trekken. In 163S en 1636 werd niet
alleen de haven van Curasao bezocht door onderscheidene
Hollandsche schepen, die er een toevlugtsoord vonden bij
oorlogsgevaar, en ook water en leeftogt kwamen innemen,
maar ook kwamen er reeds, ter oorzake van den koophan-
del, eenige Nederlanders zich nederzetten. De nieuwe kolonie
was gevestigd en begon reeds eenigermate te bloeijen. Die
bloei nam, meer en meer toe, nadat in Europa en ook voor
4...”
|
|
| 3 |
 |
“...overgeven. Had een van de 8 Hollandsche oorlogschepen,
welke in de haven lagen, den kotter bijstand willen bieden,
de Hollandsche vlag had voor de Engelsche niet behoeven
te strijken; doch men beraamde wel plannen daartoe, maar
was er mede gereed....... toen het te laat was. De Hol-
landers zijn niet alleen beroemd door hun talmen. //Delibe-
rante Romê peril Saguntum.”
In dat zelfde jaar viel in de haven van Curasao eene
Fransche vloot binnen, welke van de hulpverleening aan de
Vereenigde Stalen naar Europa terug keerende, door eene
sterke Engelsche vloot werd gejaagd. In het volgende jaar
de vrede tusschen Engeland en Frankrijk geteekend zijnde,
verliet deze vloot weder dir eiland, waarop scheepsvolk en...”
|
|
| 4 |
 |
“...vaste kust heeft aan
de bezitters groote schade berokkend; men rekent die
wel op f 40,000; en dat daarom de emancipatie, die door
de slavenbevolking met vurig verlangen wordt te gemoet
gezien, ook door de tegenwoordige eigenaars sterk wordt
begeerd, is wel natuurlijk. Door het groot getal inwoners,
die wegens de onlusten in de Amerikaansche republieken
en door de vrees voor de cholera van daar voortgedreven,
gedurig nog vermeerderen, zoowel als door het rijzen van
den prijs der levensmiddelen in Europa, zijn niet alleen
de prijzen, waarvoor hier plantaadjes en huizen verkocht en
verhuurd worden, maar ook die van de meeste levensmid-
delen, verbazend hoog; van sommige huizen is daarin eene
vermeerdering van waarde van meer dan 100 pCt. Nieuwe
huizen, groote zoowel als kleine, worden aangebouwd en
vervallene hersteld; aan goede arbeidslieden- is daarom be-
hoefte, en de vrije kleurling kan geld genoeg verdienen,
indien hij niet te traag is om te werken.
De toekomst van Curagao is niet verontrustend;...”
|
|
| 5 |
 |
“...twee eeuwen eene hervormde
gemeente bestond, dan is men in de onmogelijkheid (de
overlevering zwijgt hieromtrent bijna ook geheel en al) om
van die overoude tijden, ten aanzien van het kerkelijke,
iets aan hel licht te brengen.
Dat zich hier dadelijk na het in bezit nemen des eilands
door de Hollanders eene Hervormde gemeente heeft geves-
tigd, komt mij niet aannemelijk voor. Voor dat tijdstip zal
er wel eene gevestigde gemeente der Roomsch Katholieken
geweest zijn, omdat de eerste bezitters uit Europa, Span-
jaarden waren, welke die godsdienst beleden. Doch als men
hier zich herinnert uit hetgeen vroeger is gezegd, dat al
de Spanjaarden, die op het eiland woonden, bij den over-
gang van hetzelve aan de Nederlanden, naar de Spaansche
kust zijn overgevoerd cn ook het grootste gedeelte der oor-
spronkelijke bewoners met hen, zoo kan men daaruit op-
merken, dat de hier aanwezige Roomsch Katholieke gemeente...”
|
|
| 6 |
 |
“...160
worden er door de zusters van Liefdadigheid, daartoe op-
zettelijk uit het Moederland gekomen, verpleegd.
Hoe groot het getal dienstdoende geestelijken en daartoe
opgeleid wordende seminaristen op dit eiland is, is mij niet
juist opgegeven, maar ik meen, over de twintig, en een
niet veel minder getal zusters van liefdadigheid. Gedurig
komen er nog uil Nederland aan, die, naar wij gelooven,
vrij goed akklimaleren, ofschoon in de laatste jaren voor
velen pas uit Europa aangekomenen, het klimaat op dit
eiland zeer verderfelijk is geweest, alhoewel het te voren
den naam had, dal het er zeer gezond was. Onderscheiden
slagtoffers van het klimaat zijn reeds gevallen en vallen nog.
Gaarne zouden wij ook eenige bijzonderheden omtrent de
hier gevestigde Israëlitische gemeente, builen die, welke
wij reeds hier en daar gegeven hebben, hebben medege-
deeld, doch onze aanvraag daaromtrent aan den Rabbijn is
niet beantwoord, hoewel niet met een onvriendschappelijk
oogmerk. Alleen kunnen wij hier dus...”
|
|