| 1 |
 |
“...ÏJ5
fej^j-==^SL^r=f:
■''•XïWt
S3m
ESSS.
lp*|||i|pf
HHk^s
MtllliyHfSF;
ItllII
«SSi
WÊÊSÊmÈ
tëSÊÊÊÊÊMtè'MMmM
WÈÊÊmËËÈÊBmmMÊmsË. 10
WÉM!
^K|a
tssaB
«H
gcg^w
|^%ww
De Buffel (Mal. karbauj
ËiSil&
1mmm
milas*
Mmm
Ki
SSai
PI
mmm
Wtöi
ËËSa^Êë&4
mmmm
mm...”
|
|
| 2 |
 |
“... bevaarbaar,
welke in 5 a 6 dagen stroomopwaarts naar de hoofdplaats
Landak (4), bij de inboorlingen Ngabang geheeten,
kunnen gaan. Evenals het bergland van Mampawa is het
vruchtbaar en levert ijzerhout, was en nestjes. Ook bevat
het alluvium goud en diamanten; de rivieren voeren
alle stofgoud mee en aan het wroeten der bewoners in den
bodem dankt het land waarschijnlijk zijnen naam (landak
= stekelvarken, zie p. 362). De bewoners, meest Dajaks,
vinden in den mijnarbeid veelal echter een armoedig be-
staan. Ze versieren zich gaarne met diamanten, wat al
spoedig de aandacht der Europeanen trok; vooral de dia-
manten van Landak hebben deze naar de Wester Afdeeling
gelokt. De O.-I. Compagnie heeft hier voor veel geld ver-
zameld; hunne waarde is thans echter, vooral door de
Kaapsche diamanten, aanzienlijk verminderd en vele mijnen
worden verlaten. Zoowel aan de Landakrivier als aan de
Melawi ziet men veel kropgezwellen; ook zijn de Lan-
daksche galkoortsen berucht. Van het...”
|
|