Your search within this document for 'sten,blachi' resulted in two matching pages.
1

“...33 sten, als aan den dijk zou kunnen komen te staan. Dat denkbeeld bolde hem alles behalve en hoe verklaarbaar was zijne behoedzaamheid in dezen! De relaties en de de connecties (waaromtrent hij toch al weinig mededeel- zaam placht te zijn) moesten hem dienen om zich een nieuwe carrière te ontsluiten en wel bij de Luchtvaart; de burgerkroon, waarvan ik in den beginne sprak, mocht hem niet ontgaan! Begon de vereenigingsband hem te knellen, over de Vereeniging zou hij wel met lof hebben gesproken. In het najaar van 1908 zou hij worden geplaatst aan boord van de naar de Koloniën bestemde De Ruyter, waar hij natuurlijk de te Lindenberg aangeleerde aerologische praktijken (vlieger- en kabelballonoplatingen) op eigen gelegenheid wilde beoefenen. Het vereenigingsbestuur steunde hem door middel van een verzoekschrift*) aan den Minister van Marine (dd. 17 Sept.), strekkende om hem in de gelegenheid te stellen om, voor zoover de dienst zulks zou toelaten, de aerologische waarnemingen welke hij noodig...”
2

“...waarmede iemand die met evenveel overleg als enthousiasme te werk ging, wel zou kunnen optrekken. Rambaldo heeft dat blijkbaar ingezien. Hij was den 12den Juli op Java gekomen, hij hielp te Batavia, door er den 18den in het gebouw der Kon. Natuurkundige Vereeniging een voordracht over „Luchtscheeptvaart” te houden 8), dermate aanpakken, dat een elftal leden er den 27sten een plaatselijke afdeeling stichtte. Hij was den 19den Juli met de De Ruyter naar Soerabaja door- gereisd; daar hielp hij den 31 sten ook alweer een af- deeling oprichten4). Wel was hij den 3den Augustus overgeplaatst naar het Wachtschip en vandaar den20sten naar de Siboga, maar alras was hij te Batavia terug, waar hij met den 6den September zou worden gedeta- cheerd bij het Departement der Marine, hoofdzakelijk opdat het Magnetisch en Meteorologisch Observatorium partij zou kunnen trekken van hem en van zijn kostbare uitrusting aan instrumenten en vliegers. Ongeveer van dit oogenblik wordt de geschiedenis van de Indische A...”