1 |
 |
“...daarvan geweten. Ook geen
der geschiedschrijvers onzer kolonie is dat feit ooit op het spoor gekomen.
Die expeditie heeft veel tijd aan voorbereiding gekost, veel geld verslon-
den, daarover zijn veel adviezen gewisseld en er is veel beraadslaagd in
den „Kon. Raad van Indië” te Sevilla, de resultaten ervan zijn nihil. In
het Archivo de Indias te, Sevilla vullen de documenten hierop betrekking
hebbend bijna een geheelen bundel (E 152 C 4 L 13, Doe. 7—53).
Ik heb het spoor van deze Spaansche vloot, nèt het uitzeilen uit San-
lucar, nog kunnen volgen tot aan de Kaap Verdische Eilanden. Daarna
verneemt men er weinig positiefs meer van.
Don Ruy Fernandez de Fuenmayor, de nieuwe Gouverneur van Ve-
nezuela, die in Januari 1638 (misschien al een paar maanden vroeger) aan
het bewind kwam, schreef den 2en Februari 1638 aan denKoningvan
Spanje, dat hij al spoedig na zijn aankomst de fortificatiën van deze haven
(La Guayra) geïnspecteerd had en ze in zulk een erbarmelijken staat be-
vonden, dat ze bij...”
|
|